RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-186873-25
raadkamernummer : 25-027097
datum : 16 juni 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat te 's-Hertogenbosch (Oranje Nassaulaan 7, 5211 AS 's-Hertogenbosch),
hierna te noemen: klager.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 2 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, klager en mr. T.J.F. Wassenaar als raadsman van klager en [belanghebbende] als belanghebbende, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager stelt eigenaar te zijn van het in beslag genomen horloge en van een deel van het onder hem in beslag genomen geldbedrag, te weten € 480,00. Klager heeft direct na zijn aanhouding een verklaring afgelegd over zowel het contante geldbedrag als het horloge. Dit is nader onderbouwd met stukken. Klager meent dat er geen verder strafvorderlijk belang gediend is met de inbeslagname van deze goederen.
Klager heeft in aanvulling op het klaagschrift in raadkamer aangevoerd dat hij het horloge in 2023 via een online veilingsite ( [veilingsite] ) voor een bedrag van ongeveer € 2.500,00 (exclusief importbelasting) heeft gekocht met het geld wat hij op zijn privé bankrekening had staan. De betaling is netjes per bank overgemaakt. Dit is ook terug te zien op de door klager overgelegde bankafschriften. Ten aanzien van het aangetroffen contante geldbedrag in de auto stelt klager dat het grootste deel daarvan, te weten € 32.000,00, toebehoort aan de in juni 2025 opgezette onderneming [VOF] (hierna: de VOF). Dit bedrag is contant ingebracht door [belanghebbende] , zijnde een vriend van klager en tevens vennoot van de VOF. Klager zou met dat geld namens de VOF goederen (parfums) kopen om op eBay te verkopen. [belanghebbende] zelf was daartoe fysiek niet in staat. Op de dag dat klager werd aangehouden had hij dit geld dan ook bij zich om parfum te kunnen kopen. Het bedrag van € 480,00 is afkomstig van het spaargeld van klager en heeft niets met de VOF te maken. Klager stelt geen inkomsten uit illegale activiteiten te genereren. Desgevraagd naar zijn maandelijkse inkomsten voorafgaand aan de inbeslagneming geeft klager aan dat hij in die periode een eenmanszaak had met onregelmatige inkomsten. Hij werd financieel geholpen door vrienden, waaronder [belanghebbende] . Klager woonde in die tijd ook bij [belanghebbende] in huis en stond op zijn adres ingeschreven.
Klager geeft desgevraagd aan dat de VOF geantidateerd is opgericht, maar dat er al wel handel werd gedreven. De VOF moest alleen nog op papier worden geformaliseerd, maar daarop kon niet worden gewacht. De oprichting van de VOF direct na de inbeslagneming van het geld was noodgedwongen om te kunnen aantonen waar klager en [belanghebbende] mee bezig waren.
Klager geeft voorts aan dat er inderdaad een grote hoeveelheid medicatie in de auto lag, maar dat er geen enkele aanwijzing is voor handel daarin of dat het geld zou zijn verkregen via illegale activiteiten. Klager stelt de legale herkomst van het geld voldoende te hebben aangetoond en meent dat het Openbaar Ministerie het tegendeel niet heeft kunnen bewijzen.
[belanghebbende] heeft in raadkamer aangevoerd dat hij al jaren zaken doet met klager. Zij hadden beiden hun eigen bedrijf en factureerden elkaar. Uiteindelijk hebben zij samen de VOF hebben opgericht. Hij heeft als vennoot het contante geldbedrag van
€ 32.000,00 ingebracht. Hij kan middels 50 bankafschriften aantonen dat hij dit geld in de VOF heeft kunnen inbrengen. Het geld is afkomstig van handel in originele parfums via eBay. De parfumhandel speelt zich af in een besloten circuit van personen die elkaar vertrouwen. De handel vindt eigenlijk altijd plaats in contanten, omdat betaling via de bank doorgaans problemen geeft. De inkopen doet hij bij groothandels in Nederland, Duitsland en Engeland. In bijna alle gevallen betaalt hij met cash geld. Hij weet dat hij bedragen van boven de € 1.000,00 moet aangeven bij de douane. Hij heeft echter een huis in Duitsland, dus dan hoeft dat niet. In Engeland gaan de inkopen via de bank. Op het moment dat klager werd aangehouden, was deze op weg naar een groothandel in Dordrecht waar hij en klager vaker zaken mee doen. Daarna zou klager nog langs een bedrijf in Amsterdam gaan om te kijken of daar nog wat te koop was. Het geld wat klager in de auto had liggen, was bedoeld voor de aankoop van parfum. Volgens [belanghebbende] had hij het geldbedrag op dat moment niet bij de douane hoeven aangeven.
De raadsman heeft in aanvulling op het klaagschrift in raadkamer aangevoerd dat het in beslag genomen geldbedrag van € 480,00 zelf geen vragen oproept. Ook de plek waar het horloge in de auto is aangetroffen (middenconsole) is geen plek bedoeld om de herkomst van een zich daarin bevindend voorwerp te verhullen. Uit de door klager overgelegde factuur blijkt bovendien dat het horloge via de bank is betaald. Niet alleen klager, maar ook [belanghebbende] wordt door de witwasverdenking geraakt, nu het grootste deel van het aangetroffen contante geldbedrag van [belanghebbende] afkomstig is. Dat maakt dat de verklaring van [belanghebbende] over de herkomst van het geld naar de mening van de raadsman juist authentiek is.
De raadsman heeft voorts aangevoerd dat het ontstaan van de VOF vanwege de inbeslagneming van het geld volledig in de kiem is gesmoord en dat klager en zijn vennoot [belanghebbende] hun onderneming daardoor niet hebben kunnen doorzetten. Dat de VOF geantidateerd is opgericht, is niet ongebruikelijk. De gezondheid van [belanghebbende] heeft daar in dit geval een rol bij gespeeld. Uit financieel onderzoek blijkt dat [belanghebbende] ruim toegang heeft gehad tot contante gelden, hetgeen ook blijkt uit de in dat kader overgelegde brief van de [bank] . Van meet af aan hebben klager en [belanghebbende] alles gedaan om de legale herkomst van het geld aan te tonen. De raadsman ziet geen concreet bewijs voor het tegendeel. Dat de VOF geen eigen website of zakelijke rekening heeft, is niet ongebruikelijk en maakt niet dat het geld geen legale herkomst heeft.
Gelet op alle genoemde omstandigheden is er onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat later de verbeurdverklaring van het geld en het horloge zal worden uitgesproken en de raadsman verzoekt dan ook om het klaagschrift gegrond te verklaren. Zeker nu er nog geen enkel zicht is op een inhoudelijke behandeling van de onderliggende strafzaak en wanneer het geld en het horloge teruggegeven kunnen worden aan klager.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de herkomst van het in beslag genomen geldbedrag en het horloge onduidelijk blijft en een criminele herkomst niet kanworden uitgesloten. De officier van justitie acht het bij deze stand van zaken niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het geld en het horloge zal uitspreken en verzet zich op dit moment dan ook tegen teruggave van deze goederen aan klager.
2. De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Op 12 juni 2025 is klager naar aanleiding van een ANPR-hit op zijn auto in verband met ondermijnende criminaliteit aangehouden wegens verdenking van witwassen en handel in verdovende middelen en medicijnen, waarbij een contant geldbedrag van € 32.480,00, een Breitling horloge en verdovende middelen in beslag zijn genomen. Het geldbedrag werd tijdens de doorzoeking van de auto van klager in bundels onder de stoffering van het voeteneinde van de bijrijder als ook onder de bekleding bij de pedalen van de bestuurderstoel aangetroffen. Het horloge lag in het middenconsole en de verdovende middelen lagen in de kofferbak. Volgens klager heeft het geld een legale herkomst en hij heeft hier een verklaring over afgelegd.
Zijn verklaring, alsook de verklaring van [belanghebbende] , roepen vragen op in het licht van de bevindingen van de politie, welke vragen niet worden beantwoord door de in het kader van deze procedure overgelegde stukken (bankafschriften en een aankoopfactuur van het horloge). Deze stukken zeggen namelijk nog niets over de herkomst van het grote contante geldbedrag en het horloge. Kijkend naar de omstandigheden waaronder het geld en het horloge zijn aangetroffen en de daartegenover gezette verklaringen van klager en [belanghebbende] over de herkomst van het geld - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift en met inachtneming van het summiere karakter van de raadkamer - acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het geld en het horloge zal uitspreken. De rechtbank zal het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag ongegrond verklaren.
3. De beslissing
De rechtbank
- verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).