ECLI:NL:RBZWB:2026:10236

ECLI:NL:RBZWB:2026:10236

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-06-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 25-030428
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Klager n-o  inbeslaggenomen auto reeds vervreemd. Staat volgens vaste jurisprudentie geen beklag op tegen rechtmatigheid beslissing vervreemding

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

parketnummer : 02-263073-25

raadkamernummer : 25-030428

datum : 16 juni 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedag] 1985 te Curaçao,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R. el Bellaj, advocaat te Tilburg (Kraaivenstraat 36-18, 5048 AB Tilburg),

hierna te noemen: klager.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

- een auto, merk Citroën DS3 met [kenteken] ( [goednummer 1] );- een telefoon van het merk Nokia ( [goednummer 2] );- een telefoon van het merk Apple Iphone ( [goednummer 3] ).

(hierna: de Citroën en de telefoons);

Op 2 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. R. el Bellaj als gemachtigd raadsman van klager, gehoord.

Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Klager verzet zich tegen de door het Openbaar Ministerie op 9 oktober 2025 genomen beslissing om de in beslag genomen Citroën te vervreemden. Na het indienen van onderhavig klaagschrift heeft het Openbaar Ministerie aan klager medegedeeld dat tot teruggave van de Citroën en telefoons aan klager is besloten. Daarbij is echter gebleken dat de Citroën reeds was vervreemd, waardoor feitelijke teruggave niet meer mogelijk was. In verband hiermee heeft klager via Domeinen Roerende zaken een schadeloosstelling aangeboden gekregen van

€ 3.250,00. Klager heeft deze schadeloosstelling nog niet aangevraagd c.q. ontvangen. De raadsman heeft in zijn aanvulling op het klaagschrift van 19 maart 2026 aangevoerd dat klager meent dat deze compensatie onvoldoende is. In raadkamer heeft de raadsman aangevoerd dat klager zich met name nog beklaagt over de rechtmatigheid van het beslag en de vervreemding van de Citroën. Klager stelt dat de Citroën al snel na de inbeslagneming is vervreemd zonder hem voorafgaand daarover te informeren. Klager wenst dat de rechtbank zijn klaagschrift alsnog zal beoordelen. De Citroën is destijds in beslag genomen wegens verdenking van handel in drugs vanuit die auto. Vanuit die gedachte is de Citroën kennelijk vervreemd. Het is echter bij een veroordeling voor bezit van drugs gebleven. Achteraf is de beslissing tot vervreemding dus onterecht genomen. Klager verzoekt dan ook om het klaagschrift alsnog gegrond te verklaren.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn beklag, nu er reeds een beslissing tot teruggave van de Citroën is gegeven. Omdat de Citroen reeds was vervreemd is aan klager een schadeloosstelling aangeboden. Er is volgens de officier van justitie geen sprake geweest van een onrechtmatige vervreemding van de Citroën, zoals door klager wordt gesteld. Vervreemding van een in beslag genomen goed is een beheerbeslissing die wettelijk door het Openbaar Ministerie genomen kan worden. Opslag van een voertuig kost geld en leidt tevens tot waardevermindering van een voertuig. Een snelle vervreemding van een voertuig levert doorgaans het meeste geld op. Bij gerede twijfel over deze gang van zaken kan klager zijn beklag doen bij de civiele rechter.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt op basis van de haar beschikbare informatie en het verhandelde in raadkamer vast dat er door het Openbaar Ministerie reeds een beslissing tot teruggave van de twee inbeslaggenomen telefoons en de Citroën is gegeven.

Voor zover het klaagschrift ziet op de twee in beslag genomen telefoons stelt de rechtbank op basis van de schriftelijke correspondentie van het Openbaar Ministerie vast dat het beslag is beëindigd, nu er op 21 november 2025 een beslissing tot teruggave van de telefoons aan klager is gegeven. De rechtbank gaat er vanuit dat klager deze telefoons ook heeft teruggekregen nu de raadsman daar verder niets meer over heeft opgemerkt. De rechtbank zal klager voor dit onderdeel dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

Voor zover het klaagschrift ziet op de in beslag genomen Citroën overweegt de rechtbank als volgt. Uit een uitdraai van het Beslagportaal blijkt dat reeds voor de beslissing tot teruggave op10 oktober 2025 door het Openbaar Ministerie een machtiging tot vervreemding op grond van artikel 117 Sv van de in beslag genomen Citroën is gegeven. Uit artikel 117 Sv volgt dat het Openbaar Ministerie een zelfstandige (wettelijke) bevoegdheid heeft om een dergelijke beslissing te nemen. Zo heeft het Openbaar Ministerie de bevoegdheid om tot vervreemding van een voertuig over te gaan als de opslagkosten niet in een redelijke verhouding staan tot de waarde van het voertuig (artikel 117, tweede lid, onder b, Sv). Hiervan was blijkens mededeling van de officier van justitie in raadkamer sprake.

De rechtbank begrijpt uit de toelichting van de raadsman in raadkamer dat thans de rechtmatigheid van deze beslissing van het Openbaar Ministerie tot vervreemding aan het klaagschrift ten grondslag wordt gelegd.

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt echter dat artikel 552a Sv noch enige andere wettelijke bepaling beklag openstelt tegen het verlenen van een machtiging in de zin van artikel 117 Sv (vgl. HR 2 maart 1999, LJN AB7949 , NJ 1999/416). Gelet hierop kan klager niet worden ontvangen in zijn beklag.

Overigens staat in deze zaak ook vast dat het Openbaar Ministerie reeds tot teruggave heeft beslist. In dit geval dus teruggave van de verkregen opbrengst. Hierdoor is er geen strafvorderlijk belang meer, zodat ook om die reden klager niet kan worden ontvangen in zijn klaagschrift.

3. De beslissing

De rechtbank

- verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.

Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 16 juni 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.E. van Althuis

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand