RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-160793-25
raadkamernummer : 25-033832
datum : 16 juni 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) jo artikel 1:37 lid 5 Algemene douanewet (Adw) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.M.J. Joris, advocaat te Breda (Ginnekenweg 88, 4818 JH Breda),
hierna te noemen: klager.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 2 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, mr. A.C.J.M. de Graaff als gemachtigd waarnemend raadsman van klager en de inspecteurs van de Douane [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] als belanghebbenden, gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Standpunt klager
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager sinds februari 2024 eigenaar en kentekenhouder van de Volvo is en een zwaarwegend belang heeft bij een teruggave van de Volvo. , Een eerder ingediend klaagschrift tegen het strafrechtelijk gelegde beslag is gegrond verklaard waarbij de teruggave van de Volvo aan klager is gelast. De Volvo is echter niet teruggegeven, omdat de douane vervolgens beslag op grond van artikel 1:37 lid 2 Adw heeft gelegd vanwege een aangetroffen verborgen ruimte in de Volvo. De douane meent dat er sprake is van een achteraf professioneel ingebouwde verborgen ruimte die geen ander doel dient dan het onttrekken van goederen aan het ambtelijk toezicht. Klager meent dat het verval van de Volvo aan de Staat zonder rechtsvervolging een vergaande maatregel is die een zeer ernstige inbreuk maakt op het eigendomsrecht van klager en dat deze maatregel alleen dient te worden toegepast, indien daadwerkelijk is aangetoond dat het vervoermiddel bestemd is voor douaneontduiking. In het onderhavige geval is klager een te goeder trouw eigenaar. Hij wist niets van de verborgen ruimte en heeft de Volvo nooit voor het onttrekken van goederen aan douanetoezicht gebruikt. Hij is tot op heden ook niet aangemerkt als verdachte.
In raadkamer heeft de advocaat in aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat de douane niet zelfstandig bij de zaak betrokken is geraakt. De kennis van de verborgen ruimte is slechts verkregen naar aanleiding van de onrechtmatige doorzoeking van de Volvo. Het is aan de rechtbank te beoordelen of in dit geval wel sprake is van een verborgen ruimte als bedoeld in artikel 1:37 Adw en van een rechtmatig douanebeslag nu het verkregen bewijs als gevolg van de onrechtmatige doorzoeking is weggevallen. Klager stelt zich op het standpunt dat niet is aangetoond dat de aangetroffen ruimte in de Volvo was ingericht voor douaneontduiking en dat de Volvo aldus niet aan de Staat kan vervallen.
Standpunt van de inspecteur van de Douane
[belanghebbende 1] stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een verborgen niet- fabriekseigen ruimte en dat de Volvo kennelijk is ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. De wet vereist niet dat de eigenaar van het vervoermiddel op de hoogte is van het bestaan van de verborgen ruimte en dus ook niet dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Dat de klager aangeeft niet geweten te hebben van de verborgen ruimte in de Volvo en niet aangemerkt is als verdachte, doet hier dan ook niets aan af. Het enkele feit dat een ‘verborgen ruimte' in het vervoermiddel aanwezig is, maakt het voorwerp voor inbeslagname vatbaar. In raadkamer heeft [belanghebbende 1] nog aangevoerd dat de gehele procedure voorafgaand aan de inbeslagneming (onrechtmatige doorzoeking) niet relevant is voor de beslaglegging op grond van artikel 1:37 Adw. Enkel relevant is de vraag of er sprake is van een verborgen ruimte die kennelijk is ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Die vraag beantwoordt de douane bevestigend, zodat de Volvo zoals deze nu is uitgerust, aan de Staat komt te vervallen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich in raadkamer aangesloten bij het uitgebreide schriftelijke standpunt van de inspecteur van de douane en geconcludeerd dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Bovendien is het hebben van verborgen ruimtes in vervoersmiddelen vanaf 1 januari 2026 officieel strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht (artikel 189a Sr).
2. De beoordeling
1. Vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om tot het nakomen van de op grond van artikel 1:27, eerste lid, genomen dwangmaatregelen te verijdelen, zomede alle andere voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel tot een van de hiervoor omschreven doeleinden in te richten of toe te rusten, worden in beslag genomen. (...)
4. Krachtens het eerste lid in beslag genomen vervoermiddelen en voorwerpen vervallen zonder rechtsvervolging aan de staat, tenzij bij een rechterlijke beslissing als bedoeld in het zesde lid de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd.
5. De belanghebbende bij het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp kan binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij de rechtbank van het arrondissement binnen hetwelk de inbeslagneming heeft plaatsgehad, daartegen hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde een met redenen omkleed klaagschrift indienen.
6. De rechtbank behandelt het klaagschrift op de voet van het bepaalde in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande, dat ook de inspecteur in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de behandeling te worden gehoord en hem, zo hij voor de behandeling is verschenen, tijdig tevoren door de griffier schriftelijk mededeling van de dag der uitspraak wordt gedaan.
(...)
8. Onze Minister van Financiën is bevoegd in bijzondere gevallen de aan de staat vervallen vervoermiddelen en voorwerpen onder door hem te stellen voorwaarden aan de eigenaar terug te geven.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
Op 25 mei 2025 wordt naar aanleiding van een ANPR-melding de bestuurder van de Volvo door de politie gecontroleerd. Mogelijk zou er vanuit de Volvo worden gedeald en zou de Volvo voorzien zijn van een verborgen ruimte. Bij de doorzoeking van de Volvo trof de politie een verborgen ruimte aan die gevuld was met ponypacks. De politie heeft vervolgens de bestuurder [persoon] aangehouden en de ponypacks en de Volvo met daarin de verborgen ruimte in beslag genomen. Er is naar aanleiding van deze constateringen en inbeslagname geen nader strafrechtelijk onderzoek ingesteld. De strafzaak tegen
[persoon] is bij beslissing van 26 mei 2025 geseponeerd, omdat er geen grond was voor doorzoeking van de Volvo en het bewijs daarmee onrechtmatig was verkregen. Daarmee bestond er geen strafvorderlijk belang meer bij het beslag.
Bij beslissing van 14 oktober 2025 is het door klager ex art 552a Sv ingediende beklag gegrond verklaard en is teruggave van de Volvo aan klager gelast. De Volvo is echter niet teruggegeven, omdat de douane daarna beslag had gelegd ex art 1:37 Adw vanwege een verborgen ruimte in de Volvo. De kennisgeving van het beslag d.d. 1 december 2025 vermeldt (samengevat):
Uit onderzoek is naar voren gekomen dat in de ruimte achter de deelbare achterbank van de Volvo een verborgen ruimte zit. Deze ruimte kan worden gevuld met goederen, met als gevolg dat deze aan het ambtelijk toezicht onttrokken worden. Als gevolg hiervan is het motorrijtuig aan te merken als een vervoermiddel zoals bedoeld in lid 1 artikel 1:37 Adw.
Deze informatie is gebaseerd op een rapport van bevindingen (inclusief bijlagen met foto’s) van 27 november 2025 opgemaakt door een douaneambtenaar.
Tegen dit douanebeslag is op 31 december 2025 een klaagschrift ingediend, waarin klager het standpunt inneemt of in dit geval wel sprake is van een verborgen ruimte als bedoeld in artikel 1:37 Adw en van een rechtmatig douanebeslag.
Op 28 mei 2026 heeft de rechtbank het schriftelijke standpunt hierover ontvangen van de douane waarin is uiteengezet waarom de douane tot de conclusie komt dat de inbeslagname voldoet aan artikel 1:37 eerste lid Algemene Douanewet.
Ten aanzien van de inbeslagneming op basis van voornoemd wetsartikel overweegt de rechtbank als volgt.
Artikel 1:37 Algemene douanewet luidt, voor zover van belang:
Juridisch kader
Bij de beoordeling van een op de voet van artikel 1:37 lid 5 Adw ingediend klaagschrift is de centrale vraag of sprake is van een vervoermiddel als bedoeld in het eerste lid. Het gebruikelijke toetsingskader van artikel 552a Sv is niet aan de orde; het is dus niet relevant of de inbeslaggenomen auto te zijner tijd door de strafrechter zal worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer. Ingevolge artikel 1:37 lid 6 Adw vervalt de eigendom van het vervoermiddel immers van rechtswege aan de Staat, tenzij het beklag daartegen onherroepelijk gegrond wordt verklaard.
Toepassing juridisch kader
Het douanerecht wordt gekenmerkt door een systeem van vergaande bevoegdheden om ingrijpende middelen te hanteren tot uitoefening van controle en toezicht zonder dat een - aantoonbare - verdenking van een strafbaar feit nodig is. Ook vereist de wet niet dat de eigenaar/houder van het voertuig op de hoogte is van het bestaan van de verborgen ruimte en dus ook niet dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Dat is inherent aan controle- en toezichtbevoegdheden.
Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat het douanebeslag op de Volvo gezien de bevindingen van de douane doel treft en rechtmatig is gelegd. Het klaagschrift wordt daarom ongegrond verklaard.
Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open. Als de beslissing onherroepelijk wordt, vervalt de eigendom van de Volvo van rechtswege aan de Staat. De douane kan daarna alsnog besluiten de Volvo, onder bepaalde voorwaarden, weer terug te geven aan klager. Dit betreft een andere procedure, waarbij o.a. zal worden onderzocht of klager te goeder trouw is, zoals door klager wordt gesteld.
3. De beslissing
De rechtbank
- verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 16 juni 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).