ECLI:NL:RBZWB:2026:10280

ECLI:NL:RBZWB:2026:10280

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-06-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer 26-005115 en 26-005116
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verzoek 533 Sv afwijzen. Geen inverzekeringstelling en geen fictieve inverzekeringstelling. Verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand ex 530 Sv toewijzen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

parketnummer : 02-311571-25

raadkamernummers : 26-005115 en 26-005116

datum : 16 juni 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Afghanistan),

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. G. Demir, advocaat te Breda (Smederijstraat 2, 4814 DB Breda),

hierna te noemen: verzoeker.

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 19 februari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:

- € 500,00, € 500,00, voor schade wegens verblijf op het politiebureau;

 het op 19 februari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:

Het verzoek is behandeld op 2 juni 2026. Hierbij zijn de officier van justitie

mr. T.C.M. Hendriks en mr. G. Demir als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.

Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde bedragen toe te wijzen.

De advocaat heeft in aanvulling op het verzoek in raadkamer het volgende aangevoerd. Hoewel verzoeker formeel niet in verzekering is gesteld, meent hij dat er sprake is van een fictieve inverzekeringstelling nu verzoeker wel gedurende nagenoeg 18 uren (inclusief de nachtelijke uren) op het politiebureau heeft verbleven. De duur van het verblijf brengt, mede gelet op de medische kwetsbaarheid van verzoeker (ziekte van Lyme), met zich mee dat verzoeker gronden van billijkheid aanwezig acht om hem hiervoor een vergoeding toe te kennen, waarbij afwijking van het forfaitaire bedrag redelijk en billijk is. Het langdurig verblijf onder deze omstandigheden heeft geleid tot een verergering van de chronische klachten bij verzoeker, waarvan hij geruime tijd nadelige gevolgen heeft ondervonden.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de verzochte vergoeding ex artikel 533 Sv gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de kosten voor de onterecht ondergane inverzekeringstelling dienen te worden afgewezen. Er is geen sprake van enige inverzekeringstelling. Gelet hierop behoeft hetgeen voor het overige is aangevoerd geen verdere bespreking.

2. De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.

Op grond van artikel 533 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.

Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Geen (fictieve) inverzekeringstelling

De rechtbank stelt vast dat er geen bevel tot inverzekeringstelling is gegeven en dat verzoeker ook geen tijd in verzekering heeft doorgebracht op het politiebureau.

De rechtbank maakt uit het raadkamerdossier op dat verzoeker op 26 augustus 2025 om 00:12 uur is aangehouden. Op diezelfde datum is hij om 02:07 uur voorgeleid voor de hulpofficier van justitie, die om 02:13 uur heeft besloten verzoeker op te houden voor onderzoek. Verzoeker is op 26 augustus 2025 om 17:51 uur in vrijheid gesteld.

Op grond van artikel 56a, tweede lid, Sv mocht verzoeker ten hoogste negen uren worden opgehouden voor onderzoek, waarbij de tijd tussen 00:00 uur en 09:00 uur niet meetelt. In casu is de termijn van negen uren (buiten de nachtelijke uren) om 09:00 uur beginnen te lopen. Verzoeker heeft daarmee formeel acht uren en 51 minuten op het politiebureau doorgebracht, waarmee de wettelijke termijn voor ophouden voor onderzoek niet is overschreden. De rechtbank acht in deze zaak aldus geen gronden aanwezig om van een fictieve inverzekeringstelling uit te gaan, zoals door de advocaat is verzocht.

Immateriële schadevergoeding

Door verzoeker wordt gesteld dat gelet op zijn medische kwetsbaarheid (ziekte van Lyme), er gronden van billijkheid bestaan om aan hem een (hogere) vergoeding toe te kennen voor zijn onterechte verblijf op het politiebureau, nu het langdurig verblijf onder deze omstandigheden heeft geleid tot een verergering van de chronische klachten bij verzoeker. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoeker onvoldoende onderbouwd dat van dergelijke bijzondere omstandigheden sprake is, zodat de conclusie moet zijn dat het verzoek op grond van artikel 533 Sv niet toewijsbaar is.

Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 1.754,50 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv af;

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 2.579,50, bestaande uit:

- € 1.754,50 aan kosten van rechtsbijstand;

- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;

bepaalt dat een bedrag van € 2.579,50 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 16 juni 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.E. van Althuis

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand