ECLI:NL:RBZWB:2026:10382

ECLI:NL:RBZWB:2026:10382

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer 26/5107 HOREC VV
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26 / 5107 HOREC VV

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 15 oktober 2026 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , handelend onder de naam [bedrijf] , uit [plaats 1] , verzoeker,

en

de burgemeester van de gemeente Waalwijk .

Inleiding

1. Verzoeker heeft een aanvraag voor een exploitatievergunning ingediend voor zijn horecabedrijf [bedrijf] aan de [adres] . De burgemeester heeft verzoeker meermaals de gelegenheid gegeven zijn aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens. Vervolgens heeft de burgemeester de aanvraag bij besluit van 7 september 2026 (bestreden besluit) buiten behandeling gesteld wegens onvolledigheid. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening over het bestreden besluit tot buitenbehandelingstelling. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 oktober 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en namens de burgemeester mr. S.H.J. Kuijper.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang

2. De voorzieningenrechter overweegt dat het voldoende aannemelijk is geworden dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn verzoek, gezien de financiële situatie van zijn horecabedrijf [bedrijf] .

Buiten behandeling stellen aanvraag

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komst en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

Het verzoek ziet op het buiten behandeling stellen van een aanvraag om een exploitatievergunning wegens onvolledigheid. Hierop is artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. In het eerste lid, aanhef en onder c, van dit artikel is onder meer opgenomen dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.

De voorzieningenrechter zal daarom eerst beoordelen of de aanvraag onvolledig is. Dit is het geval. Verzoeker heeft alleen al over de financiën onvoldoende gegevens ingeleverd om zijn aanvraag te kunnen beoordelen.

De burgemeester moest dus verzoeker een herstelmogelijkheid bieden. Dit heeft de burgemeester gedaan met de brief van 24 juli 2026, waarin verzoeker een termijn van drie weken heeft gekregen om de vereiste gegevens alsnog te overleggen. Uit die brief volgt vrij duidelijk welke gegevens de burgemeester nog van verzoeker nodig had voor het kunnen beoordelen van zijn aanvraag. De burgemeester heeft in de brief de vereiste gegevens opgesomd aan de hand van het bij verzoeker bekende ‘Bibob-vragenformulier’.

Verzoeker heeft hierna allerlei gegevens overgelegd aan de burgemeester, maar ook naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit uiteindelijk onvoldoende.

Over het strafrechtelijk verleden van verzoeker ontbreken namelijk nog steeds het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 oktober 2023 en de uitspraak in cassatie van de Hoge Raad. Zonder die gegevens kan de burgemeester het strafrechtelijk verleden niet goed beoordelen in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het is niet voldoende om, zoals verzoeker heeft gedaan, hiervoor te verwijzen naar zijn advocaat, omdat het aan verzoeker zelf is om de benodigde gegevens te overleggen.

Daarnaast heeft verzoeker onvoldoende gegevens over de financiering van het horecabedrijf overgelegd. Dit blijft – ook met de uitleg van verzoeker ter zitting – onduidelijk. Voor het opstarten van een horecabedrijf moet er sprake zijn van een financierings- of bedrijfsplan met onderliggende stukken. Verzoeker heeft ter zitting aangevoerd dat hij deze stukken al eerder heeft ingeleverd. Dat blijkt echter niet uit het dossier.

Ten aanzien van de vraag van de burgemeester over de crowdfunding voor de vestiging in [plaats 2] overweegt de voorzieningenrechter dat de burgemeester terecht de vraag heeft gesteld of de twee personen die daarbij betrokken waren ook betrokken zijn bij de vestiging in [plaats 3] . Deze vraag is door verzoeker beantwoord met ‘nee’ en de burgemeester heeft daar vervolgens niet concreet op doorgevraagd. Dat mag de burgemeester verzoeker niet tegenwerpen. Op dit punt is dus geen sprake van onvolledige informatie.

De burgemeester mocht verzoeker ook vragen naar informatie over exploitatievergunningaanvragen in andere gemeenten. Er valt wel over te twisten of de burgemeester in dit kader niet te veel informatie van verzoeker heeft verlangd. De voorzieningenrechter laat op dit moment in het midden of op dit onderdeel sprake is van onvolledige informatie, gelet op wat hiervoor is overwogen over de andere onderdelen.

Uit het voorgaande volgt dat verzoeker in ieder geval de gevraagde gegevens over zijn strafrechtelijk verleden en de financiering van zijn horecabedrijf niet volledig heeft verstrekt. De voorzieningenrechter acht de door verzoeker verstrekte gegevens onvoldoende voor een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. Dit betekent dat de burgemeester de aanvraag buiten behandeling mocht stellen.

Conclusie en gevolgen

4. De aanvraag om een exploitatievergunning is op goede gronden buiten behandeling gesteld en dit besluit kan naar verwachting in bezwaar standhouden. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier, op 15 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.M. Pasmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand