Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02.100973.24
Vonnis van de meervoudige kamer van 29 oktober 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1984,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.A.P. van Hees en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 april 2022 meermalen haar kinderen [kind 1] (hierna: [kind 1] ) en [kind 2] (hierna: [kind 2] ) heeft mishandeld.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [kind 1] en [kind 2] heeft mishandeld door hen met de hand tegen het hoofd en lichaam te slaan. De verklaring van [kind 1] is betrouwbaar en het dossier bevat voor deze gedragingen voldoende steunbewijs namelijk de getuigenverklaringen van [buurvrouw] (hierna: [buurvrouw] en [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ). De officier van justitie vordert verdachte partieel vrij te spreken van de overige geweldshandelingen, omdat het dossier onvoldoende steunbewijs bevat.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit integrale vrijspraak van verdachte omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor de ten laste gelegde gedragingen. Aan de aangifte door [persoon 2] kan geen bewijskracht worden toegekend omdat zij niet uit eigen waarneming verteld en de door [kind 1] afgelegde verklaringen zijn niet betrouwbaar. Daarnaast bevat het dossier geen (objectief) steunbewijs.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Verdachte wordt verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van haar kinderen [kind 1] en [kind 2] in de periode 1 januari 2019 tot en met 1 april 2022.
De rechtbank constateert dat het dossier geen studioverhoor van [kind 2] bevat. Wel bevat het dossier een studioverhoor van [kind 1] . De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of deze verklaring van [kind 1] geloofwaardig en betrouwbaar is. De rechtbank is van oordeel dat [kind 1] weliswaar gedetailleerd heeft verklaard, maar dat haar verklaring niet op alle punten consistent is. In tegenstelling tot het standpunt van de verdediging, heeft dit naar het oordeel van de rechtbank niet tot gevolg dat de verklaring van [kind 1] in zijn geheel onbetrouwbaar is. Wel zal de rechtbank de verklaring met terughoudendheid gebruiken voor de bewijsconstructie, in die zin dat de verklaring alleen zal worden gebruikt voor het bewijs indien de verklaring wordt ondersteund door een ander bewijsmiddel.
[kind 1] heeft verklaard dat zij en [kind 2] zijn mishandeld door hun moeder in de periode dat hun moeder nog bij hun [stiefvader] woonde, dus in de periode 1 januari 2019 tot en met 1 april 2022. Haar moeder sloeg hun met de hand tegen hun hoofd en lichaam. De verklaring van [kind 1] wordt op dit punt ondersteund door de verklaring van de buurvrouw [buurvrouw] . Zij verklaart namelijk dat verdachte [kind 1] en [kind 2] tikken op hun hoofd gaf en op hun hoofd sloeg met onder andere bankpassen. Hoewel [buurvrouw] in haar verklaring niet expliciet een periode noemt, kan de verklaring naar het oordeel van de rechtbank wel als steunbewijs worden gebruikt. Dit omdat [buurvrouw] verklaart over de periode dat verdachte woonde in het huis van haar ex-partner [stiefvader] aan de [straat] . De periode dat verdachte op dat adres woonde, correspondeert met de gehele ten laste gelegde periode. Het kan dan ook niet anders dan dat de verklaring van [buurvrouw] ziet op deze periode.
De rechtbank is van oordeel dat voor de overige geweldshandelingen op de tenlastelegging in het dossier onvoldoende zelfstandig en objectief steunbewijs is. Hoewel [stiefvader] en [persoon 1] belastende verklaringen hebben afgelegd, gebruikt de rechtbank deze verklaringen niet voor het steunbewijs. [stiefvader] is namelijk de ex-partner van verdachte en wordt ook zelf verdacht van het mishandelen van [kind 1] en [kind 2] . Hij heeft dan ook een eigen belang bij het belastend verklaren over verdachte. De verklaring van [persoon 1] legt de rechtbank terzijde omdat zij de ex-partner van [stiefvader] is. De rechtbank zal verdachte daarom partieel hiervan vrijspreken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 1 januari 2019 tot en met 1 april 2022 te [plaats] , kinderen over wie zij het gezag uitoefende, namelijk
- [kind 1] , geboren op [geboortedag 2] 2010 te [geboorteplaats 2] ,
- [kind 2] , geboren [geboortedag 2] 2010 te [geboorteplaats 2] ,
meermalen opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft zij, verdachte, met dat opzet meermalen
[kind 1]
- met de hand en/of met bankpassen op/tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen
en [kind 2]
- met de hand en/of met bankpassen op/tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen
waardoor zij telkens pijn hebben bekomen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 80 uur.
Het standpunt van de verdediging
Mocht de rechtbank komen tot een bewezenverklaring, dan wordt verzocht om rekening te houden met het blanco strafblad, de overschrijding van de redelijke termijn en de gevolgen van deze strafzaak voor verdachte. De oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf wordt passend geacht.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft in een periode van drieënhalf jaar haar kinderen [kind 2] en [kind 1] meermalen mishandeld door hen te slaan met de hand tegen hun hoofd en lichaam.
Opvoedkundige onmacht kan zich wellicht voordoen bij het uitoefenen van het ouderschap maar mag nooit leiden tot het mishandelen van kinderen. Kinderen dienen door hun ouders te worden beschermd en dienen in alle rust in een veilige omgeving te kunnen opgroeien. Verdachte heeft hen deze veilige thuisomgeving echter niet geboden door de kinderen meermalen lijfelijk te straffen en hen hierbij pijn te doen. Het is een feit van algemene bekendheid dat mishandeling van kinderen kan leiden tot geestelijke schade. De kinderen hebben in het gezinsvervangend tehuis ook getraumatiseerd gedrag laten zien. De geweldshandelingen en de onveilige thuissituatie hebben op [kind 2] en [kind 1] een grote impact gehad en zij ervaren tot op de dag van vandaag nog de gevolgen hiervan. Zo blijkt uit de verklaring van [kind 1] op zitting en uit de toelichting bij haar vordering tot schadevergoeding dat zij zich heeft gewend tot een psycholoog en EMDR-therapie heeft gevolgd.
De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat zij geen inzicht heeft getoond in de gevolgen van haar gedrag jegens de kinderen. Verdachte heeft op geen enkele manier verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen. Ook ter zitting heeft verdachte geen schuldbewustzijn getoond. Bovendien heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte elk moment aangrijpt om haar kinderen (nog meer) te beschadigen en in een kwaad daglicht te zetten. De rechtbank weegt deze proceshouding sterk in het nadeel van verdachte mee.
Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld. De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsrapport dat over verdachte is opgesteld. Hieruit blijkt dat verdachte in de periode van de verdenking overbelast was. Op dit moment is er overwegend sprake van stabiliteit op de praktische leefgebieden van verdachte. Zij heeft huisvesting, ontvangt een uitkering die wordt beheerd door een bewindvoerder en heeft een passende dagbesteding die haar rust kan geven. Haar huidige partnerrelatie is volgens haar ondersteunend en beschermend. Onduidelijkheid is er op het gebied van psychosociaal functioneren en alcoholgebruik. De reclassering heeft daar zorgen over.
De inschatting is dat verdachte op dit moment weinig responsief is voor bijvoorbeeld gedragsinterventies via de reclassering. Zij heeft reeds diverse hulpverleningstrajecten doorlopen en heeft nu geen hulpvraag waar de reclassering haar in kan ondersteunen. Verdachte heeft op dit moment wel ambulante begeleiding via haar huisvesting en zij ervaart dit als steunend. Bij een veroordeling adviseert de reclassering dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden.
De rechtbank ziet eveneens geen aanleiding tot het opleggen van een (deels) voorwaardelijke straf. Ter zitting is gebleken dat verdachte niet langer het gezag heeft over [kind 1] en [kind 2] .
De rechtbank constateert dat de bewezenverklaarde feiten jaren geleden hebben plaatsgevonden. De rechtbank weegt dit tijdsverloop in het voordeel van verdachte mee.
Naar het oordeel van de rechtbank doet de eis van de officier van justitie onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde. Zij zal daarom een hogere straf opleggen dan de eis van de officier van justitie. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat gelet op de aard en ernst van het feit een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur passend is.
7. De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [kind 1] vordert een schadevergoeding van € 7.529,79, bestaande uit € 7.500,- immateriële schade en € 29,79 aan materiële schade. Ook worden er proceskosten gevorderd.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
Materiële schade
De rechtbank constateert dat de gevorderde reiskosten zien op een bezoek aan de advocaat en aan de rechtbank. De rechtbank zal deze gevorderde reiskosten afwijzen, omdat een wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt.
Immateriële schade
De rechtbank is van oordeel dat verdachte met het bewezenverklaarde handelen een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van [kind 1] . Een vergoeding van de immateriële schade is dan ook op zijn plaats. De rechtbank acht de door de benadeelde partij ingediende vordering gelet op uitspraken in vergelijkbare zaken echter niet in zijn geheel toewijsbaar. Zij wijst de vordering naar billijkheid toe tot een bedrag van € 3.000,-.
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De rechtbank zal met betrekking tot het toegekende bedrag van de vordering de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. Tevens zal de wettelijke rente worden toegekend vanaf 1 april 2022.
Proceskosten
Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor de proceskosten dient dezelfde maatstaf te worden gehanteerd als in civiele procedures. Bij het vaststellen van kosten voor rechtsbijstand wordt dan ook in beginsel uitgegaan van het liquidatietarief kantonzaken. De rechtbank ziet gelet op de aard en de omvang van de werkzaamheden in verband met de in de onderhavige zaak ingediende vordering geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken. De rechtbank zal de proceskosten dan ook toewijzen volgens het liquidatietarief. Uit de vordering van de benadeelde partij blijkt dat er werkzaamheden zijn verricht voor het opstellen van de vordering en de toelichting ter zitting. De rechtbank zal deze werkzaamheden waarderen op 2 punten, met het geldende liquidatietarief van €360,- per punt. De rechtbank zal een bedrag van € 720,- toewijzen.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissing
Strafoplegging
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen haar kind, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;
Benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [kind 1] van € 3000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2022 tot aan de dag der voldoening;- wijst de vordering af ten aanzien van de materiële kosten (€ 29,79)
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij voor rechtsbijstand heeft gemaakt, te weten €720,-.- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [kind 1] € 3.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 30 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, en mr. K. Verschueren en mr. A.K. Bloemendal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 oktober 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 april 2022 te [plaats] ,
(een) kind(eren) over wie zij het gezag uitoefende, namelijk
- [kind 1] , geboren op [geboortedag 2] 2010 te [geboorteplaats 2] ,
- [kind 2] , geboren [geboortedag 2] 2010 te [geboorteplaats 2] ,
meermalen opzettelijk heeft mishandeld,
immers heeft zij, verdachte, met dat opzet meermalen, althans eenmaal
[kind 1]
- met de (vlakke) geringde hand en/of met (een) bankpas(sen) op/tegen het hoofd
en/of het lichaam geslagen en/of
- met de voet(en) tegen de benen en/of billen, althans het lichaam geschopt en/of
- met een schoen met stalen neus in de richting en/of tegen de billen, althans het
lichaam gegooid en/of
- met de hand(en) in de wangen en/of armen geknepen en/of
- ( langdurig) onder een koude douche gezet,
en/of [kind 2]
- met de (vlakke) geringde hand en/of met (een) bankpas(sen) op/tegen het hoofd
en/of het lichaam geslagen en/of
- met de voet(en) tegen het lichaam geschopt en/of
- met een schoen met stalen neus in de richting en/of tegen het lichaam gegooid
en/of
- met de hand(en) in de wangen en/of armen geknepen en/of
- met de hand(en) bij de keel gegrepen en/of geknepen,
waardoor hij/zij (telkens) pijn en/of letsel heeft/hebben bekomen en/of een hevige
onlust veroorzakende lichamelijke en/of
geestelijke gewaarwording bij hem/haar/hen is veroorzaakt en/of de geestelijke
gezondheid is benadeeld;
( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )