ECLI:NL:RBZWB:2026:10500

ECLI:NL:RBZWB:2026:10500

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-10-2026
Datum publicatie 29-10-2026
Zaaknummer 02-235604-25; 02-235767-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor belaging en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Beroep op noodweer dan wel noodweerexces wordt verworpen. Verdachte komt geen beroep op volledige of verminderde toerekeningsvatbaarheid toe. Verdachte heeft ervoor gekozen om weer drugs te gaan gebruiken, zo ook in de ten laste gelegde periode. Hij heeft daarmee zelf het risico in het leven geroepen dat hij in een psychose zou geraken en strafbare feiten zou gaan plegen. Oplegging van een gevangenisstraf van 145 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met bijzondere voorwaarden en aftrek van het voorarrest. Oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr), inhoudende een contactverbod voor de duur van 3 jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-235604-25; 02-235767-25

Parketnummer TUL: 02-156825-23

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1987 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats 1] ,

raadsvrouw mr. S. Klootwijk, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. A. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

02-235604-25

zijn ex-partner [benadeelde 1] (hierna: [benadeelde 1] ) van 15 maart 2025 tot en met 8 september 2025 heeft gestalkt;

02-235767-25

[benadeelde 2] (hierna: [benadeelde 2] ) op 29 mei 2025 heeft bedreigd door hem een mes en BBQ spies te tonen en dreigende woorden te uiten.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte van 15 mei 2025 tot en met 27 augustus 2025 [benadeelde 1] heeft gestalkt en op 29 mei 2025 [benadeelde 2] heeft bedreigd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de pleegperiode wat betreft de belaging dient te worden beperkt tot de periode die door de wettig bewijsmiddelen wordt gedragen, zijnde 15 mei 2025 tot en met 27 augustus 2025.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Aangezien verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

in de zaak met parketnummer 02-235604-25:

de aangifte van [benadeelde 1] van 6 juni 2025, pagina 6 e.v. van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2025135812;

de aanvullende aangifte van [benadeelde 1] van 9 juli 2025, pagina 13 e.v. van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2025135812;

de klacht van [benadeelde 1] van 7 juni 2025, pagina 11 e.v. van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2025135812;

proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] , pagina 29 e.v. van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2025135812;

de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 15 oktober 2026.

in de zaak met parketnummer 02-235767-25:

de aangifte van [benadeelde 2] van 13 juni 2025, pagina 5 e.v. van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2025152158;

de verklaring van [getuige] van 8 juli 2025, pagina 9 e.v. van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2025152158;

proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] (met bijhorende fotobijlage), pagina 11 e.v. van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2025135812;

de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 15 oktober 2026.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in de periode 15 mei 2025 tot en met 27 augustus 2025 schuldig heeft gemaakt aan belaging, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de zaak met parketnummer 02-235604-25

in de periode 15 mei 2025 tot en met 27 augustus 2025 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 1] , met het oogmerk die [benadeelde 1] te dwingen iets te dulden immers heeft verdachte, - zakelijk weergegeven - in voornoemde periode

- meermalen zich (op hinderlijke wijze) opgehouden voor en in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [benadeelde 1] voornoemd en

- meermalen zich (al dan niet in zijn auto) in de straat waar die [benadeelde 1] woonachtig is opgehouden en

- meermalen aangebeld aan de woning van die [benadeelde 1] voornoemd en

- meermalen (telefonisch) contact gezocht/trachten te zoeken/opgenomen met die [benadeelde 1] voornoemd en

- via vader van die [benadeelde 1] (telefonisch via spraakberichten) bedreigingen geuit aan het adres van die [benadeelde 1] voornoemd en

- meermalen spraakberichten en filmpjes via WhatsApp gestuurd naar die [benadeelde 1] voornoemd en

- meermalen via emailberichten en WhatsApp berichten bedreigingen geuit aan het adres van die [benadeelde 1] voornoemd;

in de zaak met parketnummer 02-235767-25

op 29 mei 2025 te [plaats 2] [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [benadeelde 2]

- een mes en BBQ spies te tonen en

- daarbij dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je kop van je hoofd af snijden" en "ik steek het mes tussen je oren".

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in de zaak met parketnummer 02-235767-25 een beroep gedaan op noodweer, dan wel noodweerexces. Verdachte is als eerste door aangever mishandeld en heeft zich moeten verdedigen tegen deze ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanval door aangever. De bedreiging met BBQ-gereedschap dient in de context van deze voorafgaande wederrechtelijke aanranding te worden beoordeeld.

De verdediging heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat verdachte op basis van de psychologische rapportage die over hem is uitgebracht, volledige ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Hij dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat een noodweer(exces)-situatie niet aannemelijk is geworden. Op het moment dat verdachte met een mes en een BBQ-spies voor de deur stond, was er geen sprake meer van een wederrechtelijke aanranding.

De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar moet worden.

Het oordeel van de rechtbank

Noodweer dan wel noodweerexces

Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat aannemelijk wordt gemaakt dat de gestelde verdediging gericht was tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Van een ogenblikkelijke aanranding kan ook sprake zijn bij een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding. De enkele vrees/angst voor zo'n aanranding is daartoe echter niet voldoende. De gestelde aanranding moet in redelijkheid beschouwd, zodanig bedreigend zijn voor verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank concludeert op basis van het dossier dat aangever handelingen in de richting van verdachte heeft verricht die juridisch als wederrechtelijke aanranding moeten worden gezien. Deze situatie is echter op enig moment opgehouden te bestaan. Pas daarna heeft aangever een mes en een BBQ-spies gepakt en heeft hij aangever met deze voorwerpen bedreigd. Omdat op het moment van handelen niet langer sprake was van een noodweersituatie, komt verdachte geen geslaagd beroep toe op noodweer dan wel noodweerexces.

Toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank stelt voorop dat in het Nederlandse strafrecht het uitgangspunt geldt dat elke dader in beginsel verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door hem of haar gepleegde strafbare feit. In artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht is echter bepaald dat niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan worden toegerekend.

De rechtbank stelt vast dat over verdachte een Pro Justitia rapport is opgemaakt.

In dit rapport wordt omschreven dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 02-235604-25 leed aan een psychotische stoornis als gevolg van middelengebruik. Hoewel de rechtbank met de psycholoog van oordeel is dat verdachte het strafbare feit (mede) onder invloed van deze stoornis heeft gepleegd, zal zij hem - net als de officier van justitie - toch volledig toerekeningsvatbaar achten. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte lange tijd regelmatig verdovende middelen gebruikte. Verdachte heeft meerdere trajecten gevolgd om te stoppen met middelengebruik. Hij was zich bewust van de risico’s die het gebruik ervan met zich bracht. Verdachte heeft er desalniettemin voor gekozen om weer drugs te gaan gebruiken, zo ook in de ten laste gelegde periode. Verdachte heeft daarmee zelf het risico in het leven geroepen dat hij in een psychose zou geraken en strafbare feiten zou gaan plegen. Onder die omstandigheden komt hem geen beroep toe op volledige of verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Zij vordert tevens oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van twee jaar, inhoudende een contactverbod met [benadeelde 1] . De officier vordert dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan 7 dagen hechtenis worden toegepast, met een maximum van zes maanden. Daarnaast verzoekt de officier van justitie de bijzondere voorwaarden en de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, eventueel aangevuld met een voorwaardelijk strafdeel waaraan passende bijzondere voorwaarden worden verbonden.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende ongeveer drie maanden schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-partner door haar op verschillende manieren te benaderen. Hoewel [benadeelde 1] duidelijk had gemaakt dat verdachte geen contact meer moest opnemen en moest stoppen met haar te benaderen, bleef verdachte doorgaan met het sturen van (dwingende en dreigende) e-mails, bellen en het langs gaan bij de woning van [benadeelde 1] . Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van [benadeelde 2] door hem een mes en BBQ-spies te tonen en daarbij dreigende woorden te uiten.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 1] . Volgens de verklaringen van aangeefster bij de politie en haar schriftelijke slachtofferverklaring heeft het gedrag van verdachte bij haar gezorgd voor voortdurende gevoelens van angst en onveiligheid. De rechtbank kan zich voorstellen dat het voor verdachte frustrerend is wanneer hij, naar zijn gevoel, zijn kind onvoldoende kan zien of te weinig over hem wordt geïnformeerd. Dit rechtvaardigt echter niet zijn gedrag. Het is belangrijk dat hij dit omwille van zijn kind ook inziet en hier naar gaat handelen. Voorts is belangrijk dat verdachte ervan doordrongen is én blijft dat het stalken van zijn ex-partner niet de manier is om zijn onvrede te uiten.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld, waaronder voor meerdere geweldsfeiten en rijden onder invloed. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 28 september 2026, waaruit blijkt dat bij verdachte sprake is van alcohol- en drugsgebruik om negatieve emoties en spanningen te onderdrukken. Door dit gebruik heeft verdachte minder grip op zijn impulsen en agressie. Daarbij is verdachte onder invloed van stimulantia gevoelig voor psychotische ontregeling en waanachtige overtuigingen. Verdachte heeft meerdere ambulante en klinische behandeltrajecten gevolgd om zijn middelengebruik te beperken, echter heeft dit niet tot langdurige abstinentie geleid. De reclassering schat het recidive risico in als hoog en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

Toerekening

De rechtbank acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar zoals hiervoor is overwogen.

Straf

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten en de straffen die doorgaans voor dergelijke feiten worden opgelegd, een gevangenisstraf van 145 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is. Het onvoorwaardelijke strafdeel heeft verdachte tijdens het voorarrest uitgezeten, waardoor hij op dit moment niet terug de gevangenis in hoeft. Met het voorwaardelijk strafdeel wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Voorts wordt hiermee de ernst van de feiten benadrukt. De rechtbank zal de proeftijd op drie jaar bepalen en daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen, met reclasseringstoezicht.

De verdachte heeft zich bij feit 1 schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van het slachtoffer. Gelet op het hoge recidiverisico, de meerdere stopgesprekken en het (meermalen) overtreden van de schorsingsvoorwaarden ten tijde van de geschorste voorlopige hechtenis, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank zal, gelet op de hardnekkigheid van het gedrag van verdachte en het hoge recidiverisico, het contactverbod ter bescherming van het slachtoffer opleggen als een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr voor de duur van drie jaar. Daarbij zal worden bepaald dat bij elke overtreding zeven dagen vervangende hechtenis wordt toegepast, met een maximum van zes maanden. De rechtbank zal bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat verdachte zich belastend zal gedragen tegenover [benadeelde 1] .

7. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke taakstraf van 30 uren die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 oktober 2023 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

02-235604-25

belaging;

02-235767-25

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 145 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de verslavingsreclassering van Novadic-Kentron op het adres Korte Raamstraat 3, 4818 CJ Breda. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd middels een duaal traject laat behandelen door Fivoor en de forensische verslavingszorg van Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverleners bepalen de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische en/of psychiatrische problematiek, copingvaardigheden en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie, stabilisatie of crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door Mozaïk of een soortgelijke

zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van begeleiding;

* dat verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

* dat verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoeken/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met zijn ex-partner; [benadeelde 1] , geboren op [geboortedag 2] 1984, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact;

* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

Maatregel

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde 1] , geboren op [geboortedag 2] 1984;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens [benadeelde 1] ;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 2 oktober 2023 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-156825-23 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mrs. E.B. Prenger en A.K. Bloemendal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.T.C.J.M. de Jongh, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 oktober 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

In de zaak met parketnummer 02-235604-25

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 maart 2025 tot en met 8 september 2025 te Breda, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 1] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, -zakelijk weergegeven- (in voornoemde periode)

- ( meermalen) zich (op hinderlijke wijze) opgehouden voor en/of in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [benadeelde 1] voornoemd en/of

- ( meermalen) zich (al dan niet in zijn auto) in de straat waar die [benadeelde 1] woonachtig is opgehouden en/of

- ( meermalen) aangebeld aan de woning van die [benadeelde 1] voornoemd en/of

- ( meermalen) (telefonisch) contact gezocht/trachten te zoeken/opgenomen met die [benadeelde 1] voornoemd en/of

- ( meermalen) via vader en/of familie van die [benadeelde 1] (telefonisch via spraakberichten) bedreigingen geuit aan het adres van die [benadeelde 1] voornoemd en/of

- ( meermalen) spraakberichten en/of filmpjes via WhatsApp gestuurd naar die [benadeelde 1] voornoemd en/of

-(meermalen) via emailberichten en/of WhatsApp berichten bedreigingen geuit aan het adres van die [benadeelde 1] voornoemd;

( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

In de zaak met parketnummer 02-235767-25

hij op of omstreeks 29 mei 2025 te [plaats 2] , gemeente Moerdijk, althans in Nederland, [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 2]

- een mes en/of BBQ spies te tonen en/of

- ( daarbij) dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je kop van je hoofd af snijden" en/of "ik steek het mes tussen je oren", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand