ECLI:NL:RBZWB:2026:10502

ECLI:NL:RBZWB:2026:10502

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-10-2026
Datum publicatie 29-10-2026
Zaaknummer 02-195417-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld voor smaad, belediging en twee bedreigingen. Aan hem wordt opgelegd de ISD-maatregel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-195417-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1980 te [plaats 1] ,

wonende te [woonadres] ,

raadsman mr. P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: [benadeelde 1] heeft bedreigd;

feit 2: [benadeelde 2] en [benadeelde 3] heeft bedreigd;

feit 3: zich schuldig heeft gemaakt aan laster en smaad;

feit 4: [benadeelde 2] en [benadeelde 3] heeft beledigd;

feit 5: een ruit heeft vernield.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie:

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging voor de feiten 2 en 4, voor zover deze betrekking hebben op [benadeelde 3] . De artikelen 266 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zijn klachtdelicten. Dit houdt in dat deze strafbare feiten slechts kunnen worden vervolgd indien daartoe een klacht is ingediend. Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat [benadeelde 3] geen formele klacht heeft ingediend. Ook is niet gebleken van een ondubbelzinnige uitlating of gedraging van haar kant, waaruit haar wil tot strafrechtelijke vervolging van de feiten blijkt.

Dit ligt anders voor zover de feiten 2 en 4 betrekking hebben op [benadeelde 2] en feit 3. Hoewel ook bij haar een formele klacht in het dossier ontbreekt, blijkt uit de inhoud van haar aangifte en haar aanvullend verhoor voldoende de wil tot strafrechtelijke vervolging. De officier van justitie is voor deze feiten dan ook ontvankelijk in de vervolging.

Tot slot is de officier van justitie ook ontvankelijk in de vervolging voor de feiten 1 en 5.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2, 4 en 5 bewezen. Voor feit 3 vordert hij vrijspraak voor de laster, omdat daar geen sprake van is, terwijl de ten laste gelegde smaad wel kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor feit 1 en feit 4 geen bewijsverweer gevoerd. Voor feit 2 verzoekt de verdediging vrijspraak van de bedreiging met brandstichting, omdat deze uitlating niet op [benadeelde 2] was gericht. De overige bedreigingen kunnen wel worden bewezen. Voor de onder feit 3 ten laste gelegde laster wordt vrijspraak verzocht, omdat hier onvoldoende bewijs voor is. De onder dat feit ten laste gelegde smaad kan wel worden bewezen. Tot slot dient verdachte te worden vrijgesproken van feit 5, omdat niet kan worden vastgesteld dat hij de ruit heeft vernield.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

Op basis van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [benadeelde 1] meerdere keren heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

Feit 2

Op basis van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [benadeelde 2] meerdere keren heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de bedreiging met brandstichting gericht was tegen [benadeelde 2] . Verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Feit 3

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan laster. Verdachte wordt daarvan vrijgesproken. Op basis van de bewijsmiddelen kan wel wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaad jegens [benadeelde 2] .

Feit 4

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [benadeelde 2] meerdere keren heeft beledigd.

Feit 5

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte degene was die de ruit van de woning van Alwel heeft vernield. Het door [getuige] opgegeven signalement van de dader komt niet overeen met dat van de verdachte. Daarnaast bevat het dossier camerabeelden waarop een stem te horen is. Een verbalisant heeft aangegeven dat de stem lijkt op die van verdachte. Omdat er geen ander steunbewijs is, is dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank spreekt verdachte vrij van dit feit.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1op meerdere tijdstippen in de periode van 30 april 2026 tot en met 31 mei 2026 in Nederland [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht enzware mishandeling, door die [benadeelde 2] via video's/livestreams op Facebook en/of Whatsapp berichten naar haar partner te sturen, dreigend de woorden toe te voegen:- "ik ga je afmaken tyfes wijf en "ze zal niet thuiskomen want ik ga haar vermoorden en- "ik ga je nek doorsnijden en "jij gaat eraan" en- "ik rij ik ze alle twee kapot" en- "steek ik ze zelf bij de crematie meteen lek";

2op meerdere tijdstippen in de periode van 1 april 2026 tot en met 31 mei 2026 in Nederland [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [benadeelde 2] via video's/livestreams op Facebook en/of Whatsapp berichten, dreigend de woorden toe te voegen:- “jij gaat eraan” en/of - “ik rij je kapot” en “ik rij ze alle twee kapot” en- "ik steek ze neer" en- "steek ik ze zelf bij de crematie meteen lek";

3op meerdere tijdstippen in de periode van 1 april 2026 tot en met 31 mei 2026 in Nederland opzettelijk de eer en/of goede naam van [benadeelde 2] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door video's/livestreams op zijn, verdachtes, Facebookpagina te plaatsen met daarin de volgende uitspraken:- "Ik weet niet wat mijn zus doet jongens, maar ik kan een psychoot zijn, maar voor mij lijkt dit heel erg veel op een filmscene, dat ze van mijn vader af willen, en dat te willens en wetens hem gewoon aan het vergiftigen zijn. En dat ze weten dat als zijn zoon langs komt, hem extra doop in zijn lichaam duwen zodat hij ze niets kan vertellen." en"Het zijn twee moordenaressen, [benadeelde 2] gaf niks om haar vader en [benadeelde 1] ook niet.";

4op meerdere tijdstippen in de periode van 1 april 2026 tot en met 31 mei 2026 in Nederland opzettelijk [benadeelde 2] , in het openbaar mondeling, heeft beledigd, door haar via video's/livestreams op Facebook de woorden toe te voegen: "een pot uit [plaats 2] " en kankerpotten en "Wat zijn jullie een vieze twee lesbische trutten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar, met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om aan verdachte geen voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen, maar een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling. Het schorsingstoezicht verloopt goed en daarom dient dit traject te worden voortgezet. Aan verdachte dient niet de middelencontrole te worden opgelegd, omdat dit onvoldoende onderbouwd is.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van zijn twee zussen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] . Ook heeft verdachte [benadeelde 2] beledigd en jegens haar smaad gepleegd. De zussen werden een maand lang bestookt met berichten van verdachte met daarin de bedreigingen en voor [benadeelde 2] ook de beledigingen. Over [benadeelde 2] werden door verdachte ook nog filmpjes op Facebook geplaatst, waarin zij zwart werd gemaakt. De rechtbank begrijpt dat verdachte na de dood van zijn vader frustraties had, maar dit is niet de manier om die frustraties te uiten. Dit soort feiten roepen namelijk gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid op. Dat de zussen bang zijn geweest voor verdachte blijkt ook uit hun aangiftes. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij al veelvuldig is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder ook al twee keer voor bedreiging. Daarnaast is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

Uit het reclasseringsrapport van 30 september 2026 blijkt dat bij verdachte sprake is van psychotische klachten, mogelijk als gevolg van harddrugsgebruik. Zijn intelligentie maakt een laag tot gemiddelde indruk en er worden trekken gezien van een cluster B persoonlijkheidsstoornis. Verdachte heeft weinig ziekte inzicht en legt de oorzaak van zijn gedragingen buiten zichzelf. Hij is al een lange tijd bekend bij de hulpverlening en heeft de laatste jaren verschillende ambulante behandelingen gehad, zowel binnen een vrijwillig als een gedwongen kader. Deze liepen steeds vast wegens het gebrek aan behandelmotivatie of grensoverschrijdend gedrag. De klinische trajecten zijn niet van de grond gekomen, omdat verdachte daaraan niet wilde meewerken. Verdachte voldoet op dit moment aan de formele criteria voor het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, maar de reclassering adviseert om deze nog niet op te leggen. Hierbij is overwogen dat het aantal forensische interventies beperkt is geweest en dat verdachte slechts één keer een reclasseringstoezicht opgelegd heeft gekregen. Daarnaast is er op dit moment sprake van een schorsingstoezicht, waarbij hij zich houdt aan de opgelegde voorwaarden en afspraken. Sinds december 2025 heeft verdachte een nieuwe woning en dit lijkt hem te sterken in zijn motivatie om afspraken na te komen. Gelet op het voorgaande adviseert de reclassering om een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling met kortdurende opname en beheersing van het middelengebruik. De reclassering acht het wel aannemelijk dat de maatregel op langere termijn kan gaan stagneren, omdat de samenwerking met verdachte kwetsbaar blijft en omdat dat hij niet wil meewerken aan een klinisch traject. Desondanks willen ze verdachte een laatste kans geven.

De rechtbank stelt voorop dat aan de formele wettelijke vereisten voor oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel is voldaan. De rechtbank zal echter het advies van de reclassering volgen en daar niet toe overgaan. Nu het aantal forensische interventies beperkt is gebleven en verdachte slechts één keer eerder is begeleid door de reclassering, het op dit moment goed gaat met verdachte en er de afgelopen tijd geen politie- en justitie contacten zijn geweest, wil de rechtbank hem een kans geven om met bijzondere voorwaarden aan de slag te gaan. De rechtbank acht behandeling van verdachte van groot belang om het recidiverisico te verminderen en acht daarvoor de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en een ambulante behandeling, de aangewezen weg. Ook beheersing van het middelengebruik acht de rechtbank noodzakelijk. Verdachte wil namelijk medicatie voor zijn ADHD en daarvoor moet worden vastgesteld dat hij geen andere middelen gebruikt. Bovendien stelt de reclassering dat bij verdachte sprake is van psychotische klachten, mogelijk door het gebruik van harddrugs. Het is dus noodzakelijk om dit gebruik te controleren en te beheersen.

De vraag is vervolgens in welk kader deze voorwaarden aan verdachte moeten worden opgelegd. Gelet op het strafblad van verdachte is een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden een gepasseerd station. Ook biedt dit onvoldoende waarborgen om er voor te zorgen dat verdachte zich langere tijd aan de bijzondere voorwaarden zal houden en niet terugvalt in het plegen van strafbare feiten. Gelet op de hardnekkige problematiek van verdachte acht de rechtbank een forse stok achter de deur noodzakelijk en zal daarom aan verdachte de voorwaardelijke ISD-maatregel opleggen met een proeftijd van drie jaar. Daaraan worden de bijzondere voorwaarden verbonden: een meldplicht, een ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname en beheersing van het middelengebruik.

7. De vordering van de benadeelde partij Alwel

De benadeelde partij Alwel vordert een schadevergoeding van € 501,35 voor feit 5, bestaande uit materiële schade. Verdachte wordt vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 38p, 57, 63, 285, 261 en 266 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte voor de onder feit 2 en 4 ten laste gelegde feiten, voor zover deze betrekking hebben op [benadeelde 3] ;

- verklaart de officier van justitie voor het overige ontvankelijk in de vervolging;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 5 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware

mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware

mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 3: smaad, meermalen gepleegd;

feit 4: eenvoudige belediging, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Maatregel

- gelast de plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar;

- bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van drie jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij verslavingsreclassering Novadic-Kentron op het adres Laan van Brabant 22, 4701 BK te Roosendaal ;

2. dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door GGZ Westelijk Noord-Brabant of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van betrokkene dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

3. dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en harddrugsgebruik. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

- draagt de reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

Benadeelde partij Alwel (feit 5)

- verklaart de benadeelde Alwel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.E. Mullers, voorzitter, en mr. M.E.I. Beudeker en

mr. M. van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is

uitgesproken ter openbare zitting op 30 oktober 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

1hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 april 2026 tot en met 31 mei 2026 te [plaats 1] , gemeente Moerdijk, althans in Nederland, [benadeelde 1] heeft bedreigd met- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of- zware mishandeling, en/of- brandstichting,door die [benadeelde 2] via video's/livestreams op Facebook en/of Whatsapp berichten naar haar partner te sturen, althans via sociale media dreigend de woorden toe te voegen:- "ik ga je afmaken tyfes wijf en/of "ze zal niet thuiskomen want ik ga haar vermoorden en/of- "ik ga je nek doorsnijden en/of "jij gaat eraan" en/of- "ik rij ik ze alle twee kapot", en/of- "steek ik ze zelf bij de crematie meteen lek" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;(art. 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2026 tot en met 31 mei 2026 te [plaats 1] , gemeente Moerdijk, althans in Nederland, [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of brandstichting, door die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] via video's/livestreams op Facebook en/of Whatsapp berichten, althans sociale media dreigend de woorden toe te voegen:- “jij gaat eraan” en/of “ik steek je huis in de fik” en/of- “ik rij je kapot” en/of “ik rij ze alle twee kapot” en/of- "ik steek ze neer" en/of- "steek ik ze zelf bij de crematie meteen lek", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;(art. 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2026 tot en met 31 mei 2026 te [plaats 1] , gemeente Moerdijk, althans in Nederland opzettelijk de eer en/of goede naam van [benadeelde 2] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door video's/livestreams op zijn, verdachtes, Facebookpagina te plaatsen met daarin de volgende uitspraken:- "Ik weet niet wat mijn zus doet jongens, maar ik kan een psychoot zijn, maar voor mij lijkt dit heel erg veel op een filmscene, dat ze van mijn vader af willen, en dat te willens en wetens hem gewoon aan het vergiftigen zijn. En dat ze weten dat als zijn zoon langs komt, hem extra doop in zijn lichaam duwen zodat hij ze niets kan vertellen." en/of"Het zijn twee moordenaressen, [benadeelde 2] gaf niks om haar vader en [benadeelde 1] ook niet.", terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was;(art. 261 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 262 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

4hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2026 tot en met 31 mei 2026 te [plaats 1] , gemeente Moerdijk, althans in Nederland, opzettelijk [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] , in het openbaar mondeling, heeft beledigd, door haar/hen via video's/livestreams op Facebook de woorden toe te voegen: "een pot uit [plaats 2] " en/of kankerpotten en/of "Wat zijn jullie een vieze twee lesbische trutten, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;(art. 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

5hij op of omstreeks 2 juli 2026 te [plaats 3] , opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Alwel woningbouw Vereniging, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;(art. 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand