ECLI:NL:RBZWB:2026:10559

ECLI:NL:RBZWB:2026:10559

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-10-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 02-073133-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor 6 WVW zeer onvoorzichtig en onoplettend. Taakstraf 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-073133-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] ,

raadsvrouw mr. M.E. Broekert, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. P.W.P. Emmen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Ter zitting heeft de officier van justitie toegelicht dat de feiten op de tenlastelegging als primair en subsidiair feit en niet als een cumulatieve tenlastelegging beoogd zijn. De rechtbank leest de tenlastelegging derhalve ook zo.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (zwaar) lichamelijk letsel op hebben gelopen. Subsidiair is dit ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) waarbij voor de mate van schuld wordt uitgegaan van zeer onvoorzichtig en zeer onachtzaam rijgedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, aangezien de snelheid van verdachte ten tijde van het ongeval onvoldoende kan worden vastgesteld. Zelfs indien de rechtbank vaststelt dat verdachte 163 kilometer per uur heeft gereden, is de verdediging van mening dat dit enkele verwijt niet een overtreding van artikel 6 WVW oplevert.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn als bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter zitting vast dat verdachte op 6 maart 2025 als bestuurder van een Mercedes-Benz stationwagen op de A17 richting de A16 heeft gereden. De toegestane maximumsnelheid op die weg ter hoogte van Moerdijk bedroeg op dat moment 130 kilometer per uur. Het was op dat moment donker en er was geen straatverlichting aanwezig langs de snelweg. Het wegdek was droog, evenals het weer.

Bij hectometerpaal 1.2 is verdachte op de rechterrijstrook in botsing gekomen met de voor haar op dezelfde rijstrook rijdende witte Suzuki Alto. In deze auto zaten de slachtoffers [slachtoffer 1] , de bestuurder, en [slachtoffer 2] , de passagier. De rechtervoorzijde van de Mercedes is met de linkerachterzijde van de Suzuki in botsing gekomen. De Suzuki heeft, volgens de passagier die vlak voor de botsing op de teller had gekeken, rond de 96 kilometer per uur gereden. Uit de GPS-data blijkend uit de telefoon van verdachte is door de politie vastgesteld dat zij om 20:13:26 uur 165 kilometer per uur heeft gereden en dat de snelheid vervolgens terugliep tot stilstand van de auto om 20.13:37 uur nabij hectometerpaal 1.1L. Voor beide snelheden geldt dat deze niet zijn gevalideerd en iets lager of iets hoger kunnen hebben gelegen, maar gelet op de verklaring van de passagier over hoe zij dit wist en gelet op de betrouwbaarheid van de vaststelling door de politie, geven zij een goede indicatie van de vlak voor de botsing gereden snelheden. Door het snelheidsverschil tussen beide voertuigen en de plek van de impact, kreeg de Suzuki door de krachtinwerking een versnelling, waarbij de Suzuki een draaiing naar rechts maakte. De bestuurder van de Suzuki is de controle over zijn voertuig verloren. De Suzuki kwam hierna in botsing met een boom, sloeg over de kop en eindigde in de sloot onder aan het talud.

De Mercedes raakte beschadigd aan de voorzijde, waardoor het voertuig koelvloeistof verloor. Uit het koelvloeistofspoor aangetroffen op de weg en de vluchtstrook concludeert de politie dat de Mercedes enige tijd, zes seconden, stil heeft gestaan ter hoogte van de eindpositie van de Suzuki, daarna weer is gaan rijden en tot stilstand is gekomen op de vluchtstrook ter hoogte van hectometerpaal 0.9LDit is ook waar de Mercedes is aangetroffen.

Door de botsing liep passagier [slachtoffer 2] compressiefracturen in haar nek op. Bestuurder van de Suzuki [slachtoffer 1] heeft langdurig in coma gelegen, gevolgd door een periode van posttraumatische amnesie. Het revalidatietraject van [slachtoffer 1] is nog altijd bezig.

Artikel 6 WVW

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de als primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW is vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Schuld is ten laste gelegd als roekeloosheid, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag. Om te beoordelen of er sprake is van schuld komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Alhoewel de rechtbank niet de precies gereden snelheid kan vaststellen, zoals hiervoor al is vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat uit de gebezigde bewijsmiddelen voldoende blijkt dat verdachte met een veel hogere snelheid heeft gereden dan daar op dat moment was toegestaan, namelijk seconden voor de botsing ongeveer 165 kilometer per uur waar zij 130 kilometer per uur maximaal mocht rijden.

Over de bepaling van de snelheid overweegt de rechtbank nog als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat de zeer geringe onnauwkeurigheid waarmee de GPS-plaatsbepaling nu eenmaal gepaard gaat een te verwaarlozen invloed heeft op de snelheidsmeting die het resultaat vormt van een achtereenvolgende reeks van plaatsbepalingen (die ieder onder dezelfde zeer geringe onnauwkeurigheid lijden), telkens in combinatie met de bijbehorende tijdsbepaling en daarom een snelheidsberekening oplevert die niet onderdoet voor de snelheidsmeting die wordt getoond op de snelheidsmeters van motorvoertuigen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de snelheden die zijn berekend op basis van de GPS-gegevens met voldoende mate van zekerheid zijn vastgesteld. Op basis van de GPS-gegevens stelt de rechtbank dan ook vast dat verdachte met een flink hogere snelheid heeft gereden dan de aldaar ter plaatse toegestane maximale snelheid van 130 kilometer per uur.

Verdachte was door haar snelheid niet in staat om de situatie te overzien en tijdig haar snelheid aan te passen als de situatie daarom vroeg. De rechtbank vindt het onbegrijpelijk dat verdachte een witte auto die voor haar reed op een recht stuk weg, onder normale weersomstandigheden, niet heeft gezien. De verklaring van verdachte, dat het slachtoffer onverwacht hard heeft geremd waardoor zij een aanrijding niet kon voorkomen, wordt door het slachtoffer [slachtoffer 2] tegengesproken en vindt ook overigens geen steun in het dossier. De Suzuki reed rond de 96 kilometer per uur en dat is toegestaan. Doordat verdachte veel te hard reed, heeft zij niet kunnen zien dat de Suzuki voor haar niet zo hard reed als zij en heeft zij niet op tijd kunnen reageren op de situatie.

Schuldgradatie

Nu de rechtbank van oordeel is dat aan verdachte een verwijt kan worden gemaakt, moet de vraag worden beantwoord van welke schuldgradatie er sprake is: van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend tot roekeloos. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat gelet op de hiervoor vastgestelde verwijten er geen sprake is van roekeloosheid.

Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld. Door te rijden met een flink hogere snelheid heeft verdachte een andere weggebruiker te laat gezien en niet adequaat op een gewone situatie gereageerd. Van verdachte had, ook gelet op haar ervaring als taxichauffeur, verwacht mogen worden dat zij zich bewust was van de gevaren die met een dusdanig hoge snelheid gepaard gaan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij gemiddeld 300 kilometer per dag reed en dat voor vijf tot zes dagen per week. Bovendien heeft verdachte ter zitting verklaard dat zij soms impulsieve dingen doet door ADD. Zij heeft hier naar eigen zeggen zelf veel last van. Desondanks is verdachte op 6 maart 2025 in de auto gestapt zonder eerst haar medicatie in te nemen. Zij wilde van Vlissingen naar Rotterdam rijden om daar eerst wat te kunnen eten alvorens haar medicatie in te nemen. De rechtbank begrijpt niet dat verdachte dit risico heeft genomen, terwijl zij naar eigen zeggen bekend was met haar impulsiviteit zonder medicatie.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat zowel bij de bestuurder als bij de passagier van de Suzuki sprake is van zwaar lichamelijk letsel als gevolg van deze botsing. Dit is door de verdediging niet betwist.

Conclusie

De rechtbank acht, gelet op al het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft reden en dus schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 6 maart 2025 te Moerdijk als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Mercedes-Benz), daarmede rijdende over de weg, de A17, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto onvoldoende aan te passen aan de omstandigheden en niet zodanig te regelen dat zij in staat was om de door haar bestuurde personenauto binnen de afstand waarover de weg vrij was tot stilstand te brengen en

- met een veel hogere dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 130 kilometer per uur te rijden en

- haar snelheid onvoldoende te minderen bij het naderen van een voor haar langzamer rijdende personenauto (Suzuki Alto, bestuurd door [slachtoffer 1] en met passagier [slachtoffer 2] ) en

vervolgens tegen die voor haar rijdende personenauto te botsen waardoor anderen zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten

- [slachtoffer 1] , ernstig hersenletsel en

- [slachtoffer 2] , compressiefracturen nekwervels.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 200 uren. Daarnaast vordert de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de dagen dat het rijbewijs van verdachte reeds ingehouden was.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een integrale vrijspraak bepleit. Indien de rechtbank toch overgaat tot een bewezenverklaring, heeft de verdediging verzocht de zaak af te doen met een taakstraf. Voorts heeft de verdediging verzocht de ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk op te leggen, desnoods met een hogere taakstraf. De verdediging heeft gewezen op de gevolgen die het gebeuren ook voor verdachte heeft gehad. Zij heeft haar werk als taxichauffeur op gegeven en is ook onder de indruk van wat is gebeurd.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van het feit

Verdachte heeft, als bestuurder van een personenvoertuig, een aan haar schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan twee jonge mensen zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen. De rechtbank begrijpt dat verdachte het ongeval en de gevolgen hiervan nooit heeft willen veroorzaken. Zij liet ter zitting blijken dat ook zij erg geschrokken is van het ongeval. Zij heeft na het ongeval via de politie contact proberen te zoeken met de slachtoffers. Dit is echter niet gelukt. De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij veel te hard heeft gereden en daarmee de auto van de slachtoffers niet tijdig heeft kunnen zien en niet adequaat heeft gereageerd op een normale verkeerssituatie. Dit geldt te meer gelet op de rijervaring van verdachte als taxichauffeur. Bovendien rekent de rechtbank het verdachte aan dat zij zonder medicatie met hoge snelheid een auto heeft bestuurd, terwijl zij bekend was met de effecten van ADD zonder medicatie.

Het leed dat verdachte met haar handelen heeft veroorzaakt is groot en ingrijpend voor de slachtoffers en hun familie. [slachtoffer 2] heeft tijdens haar spreekrecht uitgelegd hoe zij in de periode na het ongeluk veel dagelijkse dingen niet meer kon doen. Nu, anderhalf jaar later, heeft zij nog steeds lichamelijke klachten, maar ook mentaal heeft zij veel last van het ongeval. Ook [slachtoffer 1] en zijn zus hebben in een spreekrechtverklaring de impact van het ongeval onder woorden gebracht. Het opgelopen hersenletsel van [slachtoffer 1] heeft in de afgelopen anderhalf jaar tot veel zorgen bij hem en zijn familie geleid. [slachtoffer 1] verklaarde dat hij al anderhalf jaar van zijn jeugdige leven moet missen en dat zijn toekomst er nu heel anders uit ziet. Zo kan hij niet meer werken, kan hij zijn opleiding niet afmaken en kan hij geen auto meer rijden. Ook fysiek zijn er nog steeds klachten die mogelijk blijvend zijn.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met de justitiële documentatie van verdachte. Verdachte is meermalen de afgelopen twee en een half jaar bestraft vanwege flink te hard rijden en eenmaal voor overtreding van artikel 5 WVW. Vanwege dit laatste feit liep zij nog in een proeftijd ten tijde van onderhavig ongeval. Bovendien is de taxichauffeurkaart van verdachte al eens voor 12 weken geschorst geweest. Dit alles heeft niet gemaakt dat verdachte voorzichtiger, volgens de verkeersregels, is gaan rijden.

De rechtbank dient rekening te houden met artikel 63 Wetboek van Strafrecht, nu verdachte na het ongeval nog veroordeeld is voor een strafbaar feit, te hard rijden in januari 2024.

De straf

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 240 uren passend en geboden. Dit is hoger dan door de officier van justitie geëist om de ernst van het verwijt en het aanwezige strafblad tot uitdrukking te brengen. Daarnaast legt de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor de duur van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de dagen dat het rijbewijs reeds ingehouden is geweest.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 179 Wegverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd dat verdachte haar rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.I. Beudeker, voorzitter, en mr. M. van de Wetering en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. van Laarhoven en mr. A. van Krevel, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 oktober 2026.

Mr. Van Laarhoven is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1. lezen, aldus de officier van justitie ter zitting, als primair)

zij op of omstreeks 6 maart 2025 te Moerdijk als verkeersdeelnemer, namelijk als

bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Mercedes-Benz), daarmede

rijdende over de weg, de A17, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld

te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer,

althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto

onvoldoende aan te passen aan de omstandigheden en niet zodanig te regelen dat

zij in staat was om de door haar bestuurde personenauto binnen de afstand

waarover de weg vrij was tot stilstand te brengen en/of

- al langere tijd met een (veel) hogere dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid

van 130 kilometer per uur te rijden, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere

snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een

snelheid van ongeveer 163 kilometer per uur en/of

- haar snelheid onvoldoende te minderen bij het naderen van een voor haar

(langzamer) rijdende personenauto (Suzuki Alto, bestuurd door [slachtoffer 1]

en met passagier [slachtoffer 2] ) en (vervolgens) tegen die voor haar

rijdende personenauto te botsen, althans aan te rijden,

waardoor (een) ander(en) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de

normale bezigheden is ontstaan, te weten

- [slachtoffer 1] , (ernstig) hersenletsel en/of

- [slachtoffer 2] , compressiefracturen nekwervels;

( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

2 ( lezen, aldus de officier van justitie ter zitting, als subsidiair)

zij op of omstreeks 6 maart 2025 te Moerdijk als bestuurder van een voertuig

(personenauto, Mercedes-Benz), daarmee rijdende op de weg, de A17,

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto

onvoldoende heeft aangepast aan de omstandigheden en niet zodanig heeft

geregeld dat zij in staat was om de door haar bestuurde personenauto binnen de

afstand waarover de weg vrij was tot stilstand te brengen en/of

- al langere tijd met een (veel) hogere dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid

van 130 kilometer per uur heeft gereden, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere

snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een

snelheid van ongeveer 163 kilometer per uur en/of

- haar snelheid onvoldoende heeft geminderd bij het naderen van een voor haar

(langzamer) rijdende personenauto (Suzuki Alto, bestuurd door [slachtoffer 1]

en met passagier [slachtoffer 2] ) en (vervolgens) tegen die voor haar

rijdende personenauto is botst, althans tegenaan is gereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand