ECLI:NL:RBZWB:2026:1060

ECLI:NL:RBZWB:2026:1060

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer BRE 25/6344
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

8:54; NTB; Belanghebbende heeft de inspecteur in gebreke gesteld wegens het niet tijdig opleggen van de aanslag IB/PVV 2023. Belanghebbende heeft de inspecteur gevraagd om een dwangsom toe te kennen op grond van de dwangsomregeling. De inspecteur heeft belanghebbende meegedeeld dat belanghebbende geen recht heeft op een dwangsom, omdat er geen sprake is van een beschikking op aanvraag. De rechtbank komt tot het oordeel dat zij niet bevoegd is het beroep te behandelen.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Belanghebbende heeft aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2023 gedaan. Bij brief van 8 januari 2025 heeft belanghebbende de inspecteur in gebreke gesteld wegens het niet tijdig opleggen van de aanslag IB/PVV 2023. Belanghebbende heeft de inspecteur in die brief verder gevraagd om een dwangsom toe te kennen op grond van de dwangsomregeling.

De inspecteur heeft bij brief van 14 januari 2025 aan belanghebbende

meegedeeld dat belanghebbende geen recht heeft op een dwangsom, omdat er geen

sprake is van een beschikking op aanvraag.

Belanghebbende heeft op 28 januari 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland. De rechtbank Gelderland heeft op 6 maart 2025 geoordeeld dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep, omdat geen beroep bij de belastingrechter openstaat tegen een ingebrekestelling of dwangsombeschikking die betrekking heeft op een ambtshalve beschikking. Naar aanleiding van de verzet-uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 december 2025 is het beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, omdat deze rechtbank op grond van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bevoegd is het beroepschrift te behandelen.

Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat zij niet bevoegd is om het beroep te

behandelen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

In artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is bepaald dat

in afwijking van artikel 8:1 van de Awb beroep bij de belastingrechter slechts openstaat in

bepaalde gevallen. Het moet gaan om een aanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking.

De rechtbank Gelderland heeft terecht overwogen dat een belastingaanslag geen beschikking op aanvraag is. maar een ambtshalve beschikking. Daardoor is de dwangsomregeling van paragraaf 4.2.3.2. van de Awb niet van toepassing. De ingebrekestelling van belanghebbende heeft dus geen betrekking op een beschikking op aanvraag, zodat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over het al dan niet tijdig opleggen van de belastingaanslag IB/PVV 2023.

De rechtbank Gelderland heeft ook terecht overwogen dat de belastingrechter niet bevoegd is te oordelen over de beslissing van de inspecteur van 14 januari 2025. De belastingrechter is namelijk alleen bevoegd om te oordelen over een dwangsombeschikking als die betrekking heeft op een beschikking op aanvraag. De ingebrekestelling van belanghebbende en het verzoek om een dwangsom vast te stellen hebben geen betrekking op een beschikking op aanvraag, maar op een ambtshalve beschikking, zodat de belastingrechter ook niet bevoegd is om te oordelen over de beslissing van 14 januari 2025.

Belanghebbende kan zich met zijn verzoek om een dwangsom vast te stellen tot de burgerlijk rechter wenden.

Conclusie en gevolgen

3. De rechtbank is onbevoegd. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel geeft in deze zaak. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van het eventueel betaalde griffierecht.

Beslissing

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.H.W. Steijn

Griffier

  • mr. W. Dekkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand