ECLI:NL:RBZWB:2026:1131

ECLI:NL:RBZWB:2026:1131

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 23-02-2026
Zaaknummer 11965207 \ RR FORM 25-28 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Verstek
Zittingsplaats Tilburg

Samenvatting

Consumentenkoop. Een onderdeel wordt niet geleverd en de ondernemer reageert op enig moment niet meer op verzoeken tot levering. Ook betaalt hij niet de gevraagde vervangende schadevergoeding. De regelrechter is van oordeel dat de ondernemer deze wel moet betalen en ook de overige kosten die de consument in verband met deze zaak heeft gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11965207 \ RR FORM 25-28

Vonnis van 11 februari 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde partij] B.V.,

te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

procederend in persoon.

1. De zaak in het kort

[eisende partij] heeft bij [gedaagde partij] houders voor een trapleuning besteld. Een speciaal op maat gemaakte houder wordt niet geleverd en [gedaagde partij] reageert op enig moment niet meer op de verzoeken van [eisende partij] om die alsnog te leveren. Ook betaalt hij niet de gevraagde vergoeding voor de kosten die [eisende partij] heeft gemaakt om de houder door iemand anders te laten leveren. De regelrechter is van oordeel dat [gedaagde partij] deze kosten, en ook de overige kosten die [eisende partij] in verband met deze zaak heeft gemaakt, moet betalen.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 13 november 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen

- de brief van 17 november 2025 met de uitnodiging voor de zitting

- de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

Aan het slot van de mondelinge behandeling heeft de regelrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

3. Het geschil

[eisende partij] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van drie posten met een totaalbedrag van € 173,59.

[gedaagde partij] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De regelrechter merkt allereerst op dat beide partijen waren uitgenodigd om op de zitting te verschijnen, maar dat alleen [eisende partij] is gekomen. [gedaagde partij] heeft wel per e-mail gevraagd of het mogelijk was om de zitting uit te stellen of dat vertegenwoordiging of een schriftelijke afhandeling mogelijk was. Het verzoek om uitstel is afgewezen. [gedaagde partij] heeft geen gebruik gemaakt van de (geboden) mogelijkheid van vertegenwoordiging en ook geen schriftelijk verweer gevoerd. Daarom zal de regelrechter op basis van de stukken en toelichting van [eisende partij] beoordelen of haar vorderingen toegewezen kunnen worden. De regelrechter beoordeelt dit per schadepost.

1) kosten voor het maken van de speciale houder door een ander bedrijf à € 101,95

De regelrechter is van oordeel dat [eisende partij] voldoende heeft onderbouwd dat zij onder andere een speciale houder voor de trapleuning heeft besteld bij [gedaagde partij] en daarvoor heeft betaald. Ook is voldoende gebleken dat [gedaagde partij] deze speciale houder ondanks het herhaaldelijke verzoek van [eisende partij] niet heeft geleverd.

Uit de wet volgt dat [eisende partij] in dat geval de mogelijkheid heeft om een ander in te schakelen om de speciale houder te leveren en de kosten daarvan te verhalen op [gedaagde partij] . [eisende partij] heeft dit ook gedaan en de speciale houder voor een bedrag van € 101,95 door een ander laten maken. Vervolgens heeft zij [gedaagde partij] gevraagd dit bedrag te vergoeden, maar ook dat heeft [gedaagde partij] niet gedaan.

Omdat [eisende partij] volgens de eisen van de wet heeft gehandeld en van de kosten een factuur heeft laten zien, is de regelrechter van oordeel dat [gedaagde partij] dit bedrag van € 101,95 aan [eisende partij] moet betalen.

2) kosten voor de speciale houder die aan [gedaagde partij] zijn betaald

[eisende partij] wil graag het bedrag terug dat zij aan [gedaagde partij] heeft betaald voor de speciale houder, een bedrag van € 36,24. Op dit bedrag heeft zij geen recht.

[gedaagde partij] had de verplichting om de speciale houder te leveren. Daartegenover stond de verplichting van [eisende partij] om hiervoor een bedrag van € 36,24 te betalen. [eisende partij] is haar betalingsverplichting nagekomen. [gedaagde partij] is zijn leveringsverplichting niet nagekomen. Deze leveringsverplichting is echter door [eisende partij] vervangen door een verplichting tot het vergoeden van schade (de kosten voor het alsnog door een ander laten maken). De regelrechter heeft onder punt 4.2 geoordeeld dat [gedaagde partij] deze vervangende schadevergoeding van € 101,95 moet betalen. Na betaling daarvan door [gedaagde partij] , hebben beide partijen aan hun verplichtingen voldaan en heeft [eisende partij] dus geen recht op terugbetaling van het door haar betaalde bedrag. Dit deel van de vordering wijst de regelrechter daarom af.

3) Kosten aangetekende brieven

[eisende partij] heeft drie keer een aangetekende brief gestuurd aan [gedaagde partij] waarin zij om levering van de houder en later betaling van de vervangende schadevergoeding vroeg. [eisende partij] wil graag de voor deze brieven gemaakte verzendkosten, € 35,40, vergoed krijgen.

Op grond van de wet heeft [eisende partij] recht op vergoeding van de redelijke kosten die zij buiten de procedure heeft gemaakt om levering en betaling van [gedaagde partij] te verkrijgen. Het versturen van de brieven en de kosten daarvan zijn naar het oordeel van de regelrechter redelijk, zodat hij het bedrag van € 35,40 toewijst.

[gedaagde partij] moet de proceskosten van [eisende partij] betalen

[gedaagde partij] is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:

- griffierecht

90,00

- verletkosten

50,00

- nakosten

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

161,50

5. De beslissing

De kantonrechter als regelrechter

veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van (€ 101,95 + € 35,40 =) € 137,35,

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 161,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in hoger beroep gaan bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch door een dagvaarding te laten uitbrengen. Dat doet u binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van het vonnis. Voor de hoger beroepsprocedure dient u een advocaat in te schakelen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?