ECLI:NL:RBZWB:2026:1236

ECLI:NL:RBZWB:2026:1236

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 25/576
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van misbruik van bevoegdheden of van schending van artikel 8:42 van de Awb. Van schending van het verschoningsrecht is evenmin sprake. Verder is de rechtbank van oordeel dat het aannemelijk is dat belanghebbende in de onderhavige tijdvakken zwarte lonen heeft betaald. De naheffingsaanslag is dan ook terecht en tot een juist bedrag opgelegd.

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende

(gemachtigden: mr. M. Hendriks en mr. N. ten Donkelaar),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 20 december 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2016 een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd van € 50.442 (de naheffingsaanslag).

Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur € 9.434 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking) en een vergrijpboete van € 16.508 opgelegd (de boetebeschikking).

De inspecteur heeft met belanghebbende een vaststellingsovereenkomst gesloten om een deel van het geschil te beslechten en heeft vervolgens het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Partijen hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

De inspecteur heeft een verzoek om geheimhouding van (delen van) stukken gedaan. De geheimhoudingskamer van de rechtbank heeft op het verzoek van de inspecteur beslist.

De rechtbank heeft de beroepen op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens belanghebbende: de gemachtigden, vergezeld van [persoon 1] en namens de inspecteur: mr. [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] , mr. [inspecteur 4] en [inspecteur 5] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of sprake is van misbruik van bevoegdheden. Tevens beoordeelt de rechtbank of de inspecteur artikel 8:42 van de Awb of het verschoningsrecht heeft geschonden. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of de naheffingsaanslag, zoals die luidt na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, terecht en tot een juist bedrag is opgelegd. De rechtbank beoordeelt daarbij enkel het deel van de naheffingsaanslag waarover uitdrukkelijk geen overeenstemming is bereikt in de vaststellingsovereenkomst (zie hierna in 4.4). Verder beoordeelt de rechtbank of de belastingrentebeschikking tot een juist bedrag is vastgesteld. Ten slotte beoordeelt de rechtbank of belanghebbende recht heeft op een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank beoordeelt dit aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

3. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van misbruik van bevoegdheden of van schending van artikel 8:42 van de Awb. Van schending van het verschoningsrecht is evenmin sprake. Tevens is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht en tot een juist bedragen is vastgesteld. Dit brengt mee dat ook de belastingrentebeschikking tot juist bedrag is vastgesteld. Belanghebbende heeft wel recht op een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

4. Belanghebbende is een dochtermaatschappij van [BV] . [persoon 2] is enig aandeelhouder van [BV] . Naast belanghebbende houdt [BV] aandelen in diverse andere BV’s, die samen bekend staan als [bedrijf] . De activiteiten van [bedrijf] bestaan uit het exploiteren van vakantieparken, inclusief de op de parken gevestigde horeca, het verhuren van ruimte voor stacaravans, chalets en jaarplaatsen alsmede de in- en verkoop van stacaravans en chalets.

In september 2016 waren ongeveer 120 personen in vaste dienst bij [bedrijf] . Daarnaast had [bedrijf] 600 tijdelijke krachten.

De inspecteur heeft aangekondigd een boekenonderzoek in te stellen naar de aanvaardbaarheid van de aangiften loonheffingen over het jaar 2014. Tijdens het boekenonderzoek ontstond het vermoeden van strafbare feiten. Hierop heeft de Belastingdienst de zaak aangemeld bij de FIOD en het Openbaar Ministerie. In oktober 2018 is besloten tot strafrechtelijke behandeling van de zaak. Op 21 mei 2019 heeft de FIOD een inval gedaan bij [bedrijf] waarbij administratie in beslag is genomen. In 2019 heeft de inspecteur de officier van justitie twee maal, op grond van artikel 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), verzocht om gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek. De FIOD heeft op verschillende momenten stukken aan de inspecteur ter beschikking gesteld.

Tot de dossiers behoren onder meer het eindproces-verbaal van de FIOD en processen-verbaal van getuigenverhoren.

De inspecteur heeft de naheffingsaanslag en de vergrijpboete opgelegd. Tevens heeft de inspecteur belastingrente in rekening gebracht. De naheffingsaanslag over de tijdvakken 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 hebben deels betrekking op de correcties met betrekking tot de zwarte lonen. Voor de overige correctieposten en de daarmee samenhangende belastingrente over de voornoemde tijdvakken alsmede de vergrijpboete hebben belanghebbende en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten.

Op 15 april 2025 heeft de strafkamer van de Rechtbank Oost-Brabant onder meer het volgende overwogen:

“De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte:

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 januari 2018, in de gemeente Asten en/of [plaats] en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot:

- het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen en

- het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, telkens opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen of laten voeren en telkens opzettelijk deze boeken, bescheiden of andere gegevensdragers niet heeft bewaard en/of doen of laten bewaren, immers heeft verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachten toen aldaar -zakelijk weergegeven- telkens in strijd met voornoemde verplichtingen

opzettelijk

- geen registratie in [reserveringssysteem] ter zake de verhuur van accommodaties aan rangers/in verband met lang verhuur/sociale verhuur bijgehouden en bewaard en/of laten of doen bijhouden en laten of doen bewaren, en

- geen registratie in [reserveringssysteem] van de omzet uit verhuur van accommodaties aan rangers/in verband met lang verhuur/sociale verhuur bijgehouden en bewaard en/of laten of doen bijhouden en laten of doen bewaren, en

- geen administratie ter zake de omzet uit verhuur van accommodaties aan rangers/in verband met lang verhuur/sociale verhuur bijgehouden en bewaard en/of laten of doen bijhouden en laten of doen bewaren, en

- geen kasadministratie ter zake de contante opbrengsten in verband met de verhuur van accommodaties aan rangers/in verband met lang verhuur/sociale verhuur bijgehouden en bewaard en/of laten of doen bijhouden en laten of doen bewaren en

- een of meer tot de loonadministratie behorende urenlijst(en) en/of urenbriefje(s) en/of werkrooster(s) van Buitenlandse Europese Medewerkers (BEM)

niet opgemaakt en bewaard en/of laten of doen opmaken en laten of doen bewaren,

waardoor niet te allen tijde de rechten en verplichtingen van de belastingplichtige, alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens konden worden gekend, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven.”

Motivering

Heeft de inspecteur artikel 8:42 van de Awb geschonden?

5. Belanghebbende stelt dat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. Het gaat belanghebbende dan om de RIEC-stukken en de tripartite-stukken.

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van de inspecteur dat hij nooit de beschikking heeft gehad over stukken van het RIEC- en het tripartite-overleg. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 8:42 van de Awb niet is geschonden.

Heeft de inspecteur zijn bevoegdheden misbruikt?

Belanghebbende stelt dat de inspecteur zijn bevoegdheden heeft misbruikt door het inzetten van strafvorderlijke bevoegdheden voor zijn informatiebehoefte.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende, op wie in dit opzicht de bewijslast rust, niet aannemelijk gemaakt dat de inspecteur zijn bevoegdheden heeft misbruikt. De inspecteur heeft gedetailleerd uiteengezet hoe zijn contact met de FIOD is verlopen en daaruit volgt niet dat er sprake is van misbruik van bevoegdheden. Belanghebbende heeft haar stelling (ook naar aanleiding van bedoelde uiteenzetting) bovendien niet nader geconcretiseerd.

Heeft de inspecteur inzage gehad in verschoningsgerechtigde stukken?

Belanghebbende stelt dat de inspecteur ten onrechte inzage heeft gehad in correspondentie met verschoningsgerechtigden. Deze correspondentie is bij de actiedag van de FIOD in beslag genomen en maakt onderdeel uit van het onderzoeksdossier van de FIOD. Belanghebbende wijst erop dat in het proces-verbaal inzake het filteren van stukken staat beschreven dat er vier stukken zijn uitgegrijsd, terwijl de in beslag genomen administratie duizenden verschoningsgerechtigde stukken bevatte. Hieruit leidt belanghebbende af dat er vertrouwelijke correspondentie is achtergebleven in het onderzoeksdossier van de FIOD. Belanghebbende wijst erop dat de inspecteur inzage heeft gehad in dit onderzoeksdossier, zodat de inspecteur dus toegang heeft gehad tot verschoningsgerechtigde stukken. Dit levert volgens belanghebbende een ernstige schending van haar rechten op, zodat de naheffingsaanslag om die reden niet in stand kan blijven.

De inspecteur heeft ter zitting verklaard dat de FIOD de in beslag genomen stukken volledig heeft geschoond en dat de FIOD dit mondeling aan de inspecteur heeft bevestigd. De inspecteur heeft verder verklaard dat hij in het onderzoeksdossier waarin hij inzage heeft gehad geen verschoningsgerechtigd materiaal heeft aangetroffen.

De rechtbank begrijpt dat de omgang met verschoningsgerechtigd materiaal in de strafrechtelijke procedure een onderwerp van geschil is. In deze procedure beschikt de rechtbank echter niet over concrete aanwijzingen om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de inspecteur. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de inspecteur geen kennis heeft genomen van verschoningsgerechtigd materiaal. Dit betekent dat er naar het oordeel van de rechtbank op dit punt geen sprake is van een schending van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur door de inspecteur. Overigens ziet de rechtbank, ook indien wel van een schending zou worden uitgegaan, onvoldoende aanknopingspunten om daaraan de door belanghebbende voorgestane gevolgen te verbinden.

Naheffingsaanslag

6. De inspecteur heeft over de onderhavige tijdvakken de naheffingsaanslag opgelegd waarbij voor de zwarte lonen een correctie is toegepast van € 19.200 aan netto uitbetaald loon (de correctie). De correctie is gebaseerd op de processen-verbaal van getuigenverhoren (zie 4.3) waarin onder meer is verklaard dat in de wintermaanden vier personen 40 uur per week hebben gewerkt tegen contante betaling van € 5 per uur. De inspecteur is uitgegaan van € 800 nettoloon per week, gedurende vier weken per maand en zes maanden per jaar.

Belanghebbende heeft zich verweerd en in de kern aangevoerd dat de correcties enkel gebaseerd zijn op de verklaringen van één voormalige werknemer van [bedrijf] . Belanghebbende betwist de correctie. Bovendien had de betreffende voormalige werknemer negatieve gevoelens jegens [bedrijf] en haar aandeelhouder zodat de verklaringen van deze persoon onbetrouwbaar zijn, aldus belanghebbende.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur voor alle nageheven tijdvakken de correctie aannemelijk gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op alle feiten en omstandigheden waaronder de getuigenverklaring van [persoon 3] alsmede de strafrechtelijke veroordeling (zie 4.5), voldoende grond om aan te nemen dat de desbetreffende tijdvakken een constant beeld vertonen wat betreft de van belang zijnde feitelijke situatie. Niet aannemelijk is geworden dat [persoon 3] zodanige negatieve gevoelens jegens belanghebbende of haar aandeelhouder had, wat dan zou maken dat deze persoon – althans zo begrijpt de rechtbank de stelling – een valse verklaring zou hebben gegeven. Dit brengt mee dat de naheffingsaanslag, zoals die luidt na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, terecht en tot een juist bedrag is opgelegd.

Belastingrente

Het beroep worden geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikking, zoals die luidt na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst. Hierbij wijst de rechtbank belanghebbende erop dat het bedrag van de belastingrente het bedrag van de aanslag volgt.

Immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn

Belanghebbende maakt aanspraak op vergoeding van immateriële schade in verband met de duur van de bezwaar- en de beroepsprocedures.

De rechtbank ziet aanleiding om een vergoeding toe te kennen. De Hoge Raad heeft als uitgangspunt bepaald dat een redelijke behandeltijd voor de bezwaar- en beroepsfase in eerste aanleg een periode van twee jaar bedraagt. Indien deze termijn wordt overschreden, is er aanleiding voor een vergoeding van immateriële schade van € 500 per half jaar overschrijding, behoudens bijzondere omstandigheden. Niet in geschil is dat van bijzondere omstandigheden geen sprake is.

De onderhavige zaken zijn ter zitting gelijktijdig behandeld met de beroepen van vier andere vennootschappen die eveneens deel uitmaken van [bedrijf] . Het betreft de zaken met zaaknummers 25/570 tot en met 25/575 en 25/577 tot en met 25/580. De rechtbank overweegt dat de beroepen betrekking hebben op (nagenoeg) hetzelfde onderwerp. Daarnaast zijn de zaken in de bezwaarfase (nagenoeg) gelijktijdig behandeld. Gelet hierop bestaat er voor alle fases van de procedures een zodanige samenhang dat ter vaststelling van het bedrag van de immateriëleschadevergoeding voor alle zaken gezamenlijk eenmaal het tarief van € 500 per half jaar wordt toegekend.

De rechtbank stelt vast dat het oudste bezwaarschrift op 4 januari 2022 bij de inspecteur is ontvangen. De rechtbank doet uitspraak op 25 februari 2026. Sinds de indiening van het bezwaarschrift tot de datum van deze uitspraak is een periode van afgerond 50 maanden verstreken. De overschrijding van de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase bedraagt samen 26 maanden. Belanghebbende heeft recht op een schadevergoeding van € 2.500. De overschrijding van de redelijke termijn komt volledig voor rekening van de inspecteur omdat de bezwaarfase in totaal 36 maanden heeft geduurd en daarmee 30 maanden te lang. Aangezien de rechtbank samenhang heeft aangenomen (zie 6.6), zal de rechtbank de toegekende immateriëleschadevergoeding evenredig over de betreffende vennootschappen verdelen. Belanghebbende heeft daarom recht op een immateriëleschadevergoeding van 1/5 deel, zijnde € 500.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking, zoals die luiden na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, in stand blijven. Belanghebbende heeft evenwel recht op een immateriële schadevergoeding van € 500.

Omdat het verzoek om immateriëleschadevergoeding wordt toegewezen, komt belanghebbende in aanmerking voor een vergoeding van haar proceskosten voor het indienen van dat verzoek. Omdat het verzoek is ingediend door de gemachtigde van belanghebbende, kent de rechtbank voor deze rechtsbijstand 1 punt toe als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een waarde van € 934, factor 1,5 wegens samenhang en wegingsfactor 0,25, wat neerkomt op € 350,25, waarvan 1/5 deel, zijnde € 70,05 aan belanghebbende toekomt. De inspecteur moet deze kosten vergoeden.

Belanghebbende krijgt het griffierecht niet vergoed omdat het verzoek om immateriële schadevergoeding is gedaan na het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 500;

- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 70,05 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, voorzitter, mr. V.A. Burgers en mr. J.A. den Braber-Riemens, leden, in aanwezigheid van mr. A.S. Wiskerke-Hovanesian, griffier, op 25 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026071505 FutD 2026-1278 NDFR Nieuws 2026/1151
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand