ECLI:NL:RBZWB:2026:1241

ECLI:NL:RBZWB:2026:1241

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 02-174085-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Jeugdstrafrecht, diefstal met geweld en onder dreiging van een mes, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, leerstraf en voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02-174085-25

vonnis van de meervoudige kamer van 25 februari 2026

in de strafzaak tegen de minderjarige

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

feitelijk verblijvend bij [verblijfadres] ,

raadsman mr. J.C.W.L. Grootjans, advocaat te Middelburg.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 11 februari 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting van 11 februari 2026.

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:feit 1: op 15 januari 2025 samen met een ander [aangever 1] met geweld en onder dreiging van een mes heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag dan wel drie pakken sigaretten en een OV-chipkaart, in verschillende juridische varianten ten laste gelegd;

feit 2: op 27 januari 2025 samen met anderen [aangever 2] en [aangever 3] met geweld en onder dreiging van geweld heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag;

feit 3: op 7 februari 2025 [aangever 4] en [getuige 2] heeft mishandeld;feit 4: op 7 februari 2025 [aangever 4] heeft bedreigd en daarbij een mes heeft getoond.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie acht de primair tenlastegelegde afpersing niet wettig en overtuigend bewezen. Wel acht hij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander de subsidiair tenlastegelegde diefstal met geweld en onder dreiging van een mes heeft gepleegd en baseert zich op de aangifte, de camerabeelden en de verklaring van [getuige 1] .

Feit 2

De officier van justitie meent dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van feit 2 vrij te spreken. Er kan niet worden vastgesteld dat verdachte een wezenlijke significante bijdrage aan de afpersing heeft geleverd.

Feit 3

De officier van justitie is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. Er is geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte [getuige 2] heeft mishandeld en niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet op het toebrengen van letsel en pijn aan [aangever 4] had.

Feit 4

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [aangever 4] heeft bedreigd en baseert zich daarbij op de aangifte, de getuigenverklaringen en de verklaring van verdachte ter zitting. Door de geuite woorden en het tonen van het mes is [aangever 4] de vrees aangejaagd dat hij door verdachte zou worden neergestoken.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdediging meent dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit kan komen en verzoekt vrijspraak. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 2

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van feit 2 vrij te spreken. Er is geen sprake van medeplegen en de vereiste dubbele opzet kan niet wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 3

De verdediging meent dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van feit 3 vrij te spreken.

Feit 4

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en baseert zich daarbij op de verklaring van [getuige 2] , waaruit volgt dat verdachte pas na de worsteling met [aangever 4] de tenlastegelegde woorden heeft gezegd en het mes heeft getoond. Daarnaast heeft [getuige 2] zich door de geuite woorden niet bedreigd gevoeld.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde afpersing en zal verdachte om die reden daarvan vrijspreken.

Gelet op de bewijsmiddelen in het dossier acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 15 januari 2025 samen met een ander drie pakken sigaretten en de OV-chipkaart van [aangever 1] met geweld en onder dreiging van een mes heeft weggenomen. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij geweld heeft gebruikt, maar hij ontkent de diefstal. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm en de bewijsmiddelen in het dossier, waaronder de aangifte en de verklaring van [getuige 1] , acht de rechtbank de subsidiair tenlastegelegde diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen en door de verdediging is ook geen vrijspraak bepleit.

Feit 2

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde afpersing. Om die reden zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 3

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde mishandeling. De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken.

Feit 4

Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [aangever 4] heeft bedreigd en daarbij een mes heeft getoond. Dit heeft verdachte ter zitting ook deels bekend. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat [aangever 4] zich door de woorden en gedragingen van verdachte bedreigd heeft gevoeld.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1 subsidiair

op 15 januari 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander drie pakken sigaretten en een OV-chipkaart, toebehorend aan [aangever 1] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [aangever 1] :

- een steeg in te trekken, en

- vervolgens dreigend een mes te tonen, en

- vervolgens dreigend het genoemde mes tegen de ribben te duwen en

- te slaan op het gezicht;

Feit 4 op 7 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente Noord-Beveland, [aangever 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [aangever 4] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik maak je dood" en "Ik steek je huis in de fik", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en een mes te laten zien aan die [aangever 4] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de leerstraf TACt voor de duur van 30 uur, een werkstraf van 80 uur en een voorwaardelijke jeugddetentie van een maand met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie heeft bij zijn strafreis rekening gehouden met de aard en ernst van de feiten, dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de Wet beperking taakstraffen die van toepassing is.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank bij de strafoplegging rekening te houden met de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden ten tijde van de tenlastegelegde feiten, artikel 63 Sr, het tijdsverloop en de positieve ontwikkelingen die verdachte in de afgelopen periode heeft doorgemaakt. Verdachte heeft spijt en wil met de hulp van onder meer [verblijfadres] verder aan zichzelf en zijn emotieregulatie werken. De verdediging meent dat de oplegging van de leerstraf TACt passend is. Het is niet proportioneel om daarnaast nog een werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, ook gelet op de straffen die de medeverdachten opgelegd hebben gekregen. Ook is het belangrijk verdachte niet te overvragen. Als de rechtbank anders oordeelt, verzoekt de verdediging om naast de leerstraf een geheel voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd van twee jaar op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en onder dreiging van een mes, waarbij het slachtoffer een steeg is ingetrokken en drie pakken sigaretten en de OV-chipkaart van het slachtoffer zijn afgepakt. Hierbij is aan het slachtoffer ook een mes getoond en tegen zijn ribben geduwd en is het slachtoffer op zijn gezicht geslagen. Uit de aangifte volgt dat het slachtoffer zich na de beroving erg onveilig heeft gevoeld en hij niet meer in [plaats 2] durfde te komen. Verdachte heeft kennelijk niet stilgestaan bij de gevolgen die zijn handelen voor het slachtoffer met zich mee zou brengen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een bedreiging, waarbij verdachte de bedreiging kracht heeft bijgezet door een mes te tonen. Verdachte heeft hierdoor vrees en angst bij het slachtoffer veroorzaakt. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk en vindt het zorgelijk dat verdachte op beide momenten met een mes dreigde.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en dat sprake is van recidive als het gaat om geweldsdelicten. Daarnaast is artikel 63 Sr van toepassing in verband met een op 15 januari 2026 opgelegde strafbeschikking voor een overtreding van een andersoortig feit.

Ook slaat de rechtbank acht op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad) van 3 februari 2026 dat over verdachte is opgemaakt en de toelichting en het advies dat door de vertegenwoordigster van de Raad tijdens de zitting is gegeven. De vertegenwoordigster handhaaft het advies zoals weergegeven in haar rapport. De kans op herhaling wordt als hoog ingeschat en op de domeinen impulscontrole en emotieregulatie is nog ruimte voor ontwikkeling. Om die reden adviseert de Raad om aan verdachte de leerstraf TACt op te leggen, gericht op jongeren met problemen met boosheidscontrole en bij het inschatten van situaties. Verder volgt uit het rapport en de toelichting tijdens de zitting dat verdachte zich in de afgelopen periode heeft verbeterd. Verdachte verblijft op de groep bij [verblijfadres] en dat lijkt een positieve invloed op hem te hebben. Hij neemt adviezen van de groepsleiding aan en laat zichzelf beter sturen. Ook volgt verdachte muziektherapie. Nu de plaatsing van verdachte bij [verblijfadres] goed verloopt en het van belang is dat dit niet wordt doorkruist, vindt de Raad het opleggen van een werkstraf en/of jeugddetentie niet passend.

Strafoplegging

Bij de strafoplegging neemt de rechtbank de hiervoor genoemde omstandigheden en het advies van de Raad in aanmerking, alsook de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de landelijke oriƫntatiepunten van het LOVS voor minderjarigen. De rechtbank acht passend en geboden dat aan verdachte een leerstraf wordt opgelegd, zodat verdachte verder kan werken aan zijn impulscontrole en emotieregulatie. Daarnaast ziet de rechtbank, gelet op de aard en ernst van de feiten en om te voorkomen dat verdachte zich (opnieuw) bezig zal houden met het plegen van strafbare feiten, reden om aan verdachte als stok achter de deur een voorwaardelijke werkstraf op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een (on)voorwaardelijke jeugddetentie niet passend en geboden is. Verdachte zet positieve stappen en gedijt bij de huidige structuur. De rechtbank wil dit niet doorkruisen en verdachte niet overvragen.

Alles overwegend legt de rechtbank aan verdachte op de leerstraf TACt Regulier van 35 uur en een voorwaardelijk werkstraf van 40 uur met een proeftijd van twee jaar onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

Strafbaarheid

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair onder 1 tenlastegelegde feit, feit 2 en feit 3;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair: diefstal, voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een leerstraf, te weten TACt Regulier van 35 (vijfendertig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 17 (zeventien) dagen;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 40 (veertig) uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen;

- bepaalt dat deze werkstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.G. de Beer, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. C.H.M. Pastoors en mr. N. van der Hoeven, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Vork, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 februari 2026.

Mr. C.H.M. Pastoors is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.W.G. de Beer

Griffier

  • mr. A.G. Vork

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?