ECLI:NL:RBZWB:2026:1302

ECLI:NL:RBZWB:2026:1302

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer 25/2994 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ongegrond. Artikel 11 en 16 Participatiewet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/2994 PW

(gemachtigde: mr. D. Marcus),

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen (college), verweerder

(gemachtigde: drs. [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 april 2025 (bestreden besluit).

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiseres, bijgestaan door mr. T.J.A. Schillings als waarnemer van de gemachtigde van eiseres. Als tolk in de Arabische taal is verschenen [tolk] . Namens het college zijn drs. [gemachtigde] en [naam] verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres ontving vanwege een (sociale) noodsituatie in het gezin op grond van artikel 16 van de Participatiewet een bijstandsuitkering.

Met het besluit van 26 november 2024 (primair besluit I) heeft het college het recht op bijstand met ingang van 1 januari 2025 beëindigd. Met het besluit van 20 december 2024 is het recht op bijstand per 23 november 2024 ingetrokken.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen primair besluit I en II.

Met het bestreden besluit heeft het college de bezwaren tegen primair besluit I en II ongegrond verklaard.

3. Eiseres heeft in beroep gesteld dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van fair play.

4. Het college heeft ter zitting desgevraagd toegelicht dat het bestreden besluit aldus moet worden begrepen dat de bijstand primair vanwege het in artikel 11, eerste lid, van de Participatiewet neergelegde territorialiteitsbeginsel is ingetrokken en beëindigd. Subsidiair stelt het college zich op het standpunt dat er geen dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet aanwezig zijn om toch bijstand te verlenen.

Niet in geschil is dat eiseres met haar gezin op 23 november 2024 naar Irak is vertrokken. Ter zitting heeft eiseres desgevraagd aangegeven dat zij op 16 augustus 2025 naar Nederland is teruggekeerd. Gelet op het in artikel 11, eerste lid, van de Participatiewet neergelegde territorialiteitsbeginsel heeft het college naar het oordeel van de rechtbank terecht de bijstand van eiseres ingetrokken en beëindigd.

Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet kan aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, bijstand worden verleend indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Van zeer dringende redenen is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 25 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1729) slechts sprake ingeval van een acute noodsituatie, dat wil zeggen een situatie die van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig lichamelijk of psychisch letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben, welke noodsituatie alleen door verlening van bijstand te verhelpen is. Eiseres heeft het bestaan van zeer dringende redenen niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank ziet verder geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit in strijd is met de -door eiseres in haar beroepschrift genoemde- algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt zij het griffierecht niet vergoed. Er is geen grond voor toekenning van schadevergoeding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van V.J. Wuijten, griffier, op 12 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.M. Josten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand