RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11904245 \ CV EXPL 25-3243
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
DIGI TAAL B.V. VOORHEEN GENAAMD BRAND PERIODIEKEN EN ONLINE MEDIA B.V. EN VOORHEEN GENAAMD I-CITY MEDIAGROEP B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Digi Taal,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door de heer [bestuurder] (bestuurder)
1. De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst het door Digi Taal gevorderde factuurbedrag van € 762,30 moet betalen.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de factuur niet hoeft te betalen. [gedaagde] hoeft daarom ook niet de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten aan Digi Taal te betalen. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties; - het extract audiëntieblad van de rolzitting van 8 oktober 2025, waaruit de conclusie van antwoord blijkt; - de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. Het geschil
Digi Taal vordert -samengevat- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 900,39, vermeerderd met rente en kosten.
Digi Taal legt aan de vordering -samengevat- het volgende ten grondslag. Digi Taal en [gedaagde] hebben in april 2025 een overeenkomst gesloten, op grond waarvan Digi Taal zich heeft verplicht om de bedrijfspresentatie van [gedaagde] op een A4-kleurplaat te plaatsen en regionaal te verspreiden in het kader van de actie “ [slogan] !”. Digi Taal heeft voor deelname aan de actie een bedrag van € 762,30 (€ 453,75 voor de actie en € 308,55 voor het gebruik van steunkleuren) aan [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] heeft dit bedrag ondanks meerdere sommaties onbetaald gelaten.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Digi Taal.
[gedaagde] voert -samengevat- het volgende aan. [gedaagde] is telefonisch benaderd met de vraag of zij mee wilde doen met de actie door het laten afdrukken van een advertentie. [gedaagde] heeft dit gesprek als onprettig en dwingend ervaren. Ook heeft zij niet tijdens dit gesprek duidelijk te horen gekregen dat de opdracht zou worden uitgevoerd tegen betaling van een bedrag van ruim € 700,-. [bestuurder] heeft ook geen stukken gezien waaruit blijkt dat de advertentie ook daadwerkelijk afgedrukt en verspreid is. Volgens [gedaagde] klopt er niets van de opdracht. [gedaagde] kan op internet ook niets terugvinden over [naam] .
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van Digi Taal als onvoldoende onderbouwd niet toewijsbaar is. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt.
Contractspartij
De kantonrechter overweegt in de eerste plaats dat Digi Taal onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij een vorderingsrecht op [gedaagde] heeft. Digi Taal beroept zich op een overeenkomst met [gedaagde] , maar de kantonrechter kan op grond van de overgelegde stukken niet vaststellen dat er tussen de (rechtsvoorganger van) Digi Taal en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen. De door Digi Taal overgelegde e-mail van 29 april 2025, waarin een aanbod is gedaan is afkomstig van [naam] , terwijl de factuur op naam is gesteld van MixxxedUp!. Gesteld noch gebleken is dat het om een rechtsvoorganger of handelsnaam van Digi Taal gaat.
Overeenkomst
Voor zover Digi Taal wel als contractspartij kan worden beschouwd is de kantonrechter van oordeel dat de vordering ook niet toewijsbaar is, omdat op grond van de overlegde stukken niet kan worden vastgesteld dat tussen partijen rechtsgeldig een overeenkomst tot stand is gekomen. Digi Taal beroept zich op het door haar overgelegde e-mailbericht van 29 april 2025, waarop door [bestuurder] -per e-mailbericht van gelijke datum- een akkoord is gegeven. Het door Digi Taal overgelegde e-mailbericht van 29 april 2025 is naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende bepaald, zodat van een rechtsgeldig aanbod (en aanvaarding van dit aanbod) geen sprake is. In het e-mailbericht van 29 april 2025 is bijvoorbeeld niet vermeld op welk moment de opdracht door de opdrachtnemer wordt uitgevoerd, hoeveel exemplaren van de actieposters er gedrukt en verspreid zullen worden en waar, en daaruit volgend wanneer voor de opdrachtgever ( [gedaagde] ) een betalingsverplichting ontstaat. Ook ten aanzien van de aangeboden prijs bestaat onduidelijkheid. [gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat tijdens een eerder telefoongesprek niet gezegd is dat er nog bijkomende kosten zijn, waardoor de totaalprijs meer dan € 700,- is.
In het nadien verzonden e-mailbericht van 29 april 2025 zijn weliswaar prijzen genoemd, maar de bedragen zijn hierin op een onlogische plaats en zonder verdere context opgenomen. Ook is op grond van het e-mailbericht niet meteen duidelijk welk totaalbedrag [gedaagde] bij het plaatsen van de opdracht aan de wederpartij verschuldigd is. Bovendien is in het aanbod niet vermeld dat [gedaagde] over de totaalprijs van € 700,- nog btw verschuldigd is.
Nakoming verplichtingen opdrachtnemer
Digi Taal heeft bovendien onvoldoende onderbouwd gesteld dat de werkzaamheden, waarvoor aan [gedaagde] een factuur is verstuurd, zijn verricht. [gedaagde] stelt in haar conclusie van antwoord dat nergens uit blijkt dat de advertentie daadwerkelijk op een actiefolder is afgedrukt en deze actiefolders ook zijn verspreid. Digi Taal volstaat vervolgens bij conclusie van repliek met de enkele stelling dat de uitvoering regionaal heeft plaatsgevonden. Het lag, zeker gezien het door [gedaagde] bij conclusie van antwoord gevoerde verweer, op de weg van Digi Taal om haar stelling dat zij aan haar verplichtingen heeft voldaan nader te onderbouwen door het overleggen van een (voorbeeld) flyer, afdruk- en of verzendgegevens dan wel andere bescheiden.
Conclusie
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet vast is komen te staan dat Digi Taal werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht waarvoor op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst recht op betaling zou bestaan. Dit betekent dat de vordering van Digi Taal zal worden afgewezen.
Proceskosten
Digi Taal wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Omdat [gedaagde] in persoon procedeert en bij de rolzitting van 8 oktober 2025 is verschenen, worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] op grond van artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering begroot op een bedrag van € 50,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als Digi Taal niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Digi Taal af,
veroordeelt Digi Taal in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Digi Taal niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.