ECLI:NL:RBZWB:2026:1371

ECLI:NL:RBZWB:2026:1371

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer BRE 25/3799
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

NO geen procesbelang

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de AP volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn handhavingsverzoek (AVG-klacht) tegen LikiFin B.V. van 4 februari 2025 als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

3. Partijen zijn het erover eens dat de beslistermijn voor de aanvraag was verstreken voordat eiser op 1 augustus 2025 beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dit brengt mee dat eiser rechtsgeldig beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.

De rechtbank stelt vast dat de AP na het instellen van het beroep op 7 oktober 2025 alsnog een besluit heeft genomen.

Niet gebleken is dat eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig nemen van een besluit door de AP. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn handhavingsverzoek zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Bij brief van 18 november 2025 heeft de rechtbank aan eiser de vraag voorgelegd of hij het al dan niet eens is met de beslissing van de AP. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat als er niet binnen de gestelde termijn van vier weken gereageerd wordt, de rechtbank ervan uit gaat dat eiser het niet eens is met het besluit. In dat geval wordt het beroep verder behandeld op grond van het eerder ingediende beroepschrift.

Eiser heeft tot op heden niet op deze brief gereageerd, zodat de rechtbank ervan uit gaat dat eiser het niet eens is met het besluit van 7 oktober 2025.

Nu eiser nog geen inhoudelijke standpunten ten aanzien van het handhavingsverzoek heeft ingediend, ziet de rechtbank aanleiding het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit van 7 oktober 2025 te verwijzen naar de AP ter behandeling als bezwaar.

Dit betekent dat de rechtbank het beroepschrift ingevolge artikel 6:15 van de Awb als bezwaarschrift zal doorzenden aan het bestuursorgaan onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Nu dit beroepschrift reeds in bezit is van de AP zal de rechtbank dit niet opnieuw toezenden en volstaan met deze mededeling.

Stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast?

5. Eiser heeft verzocht om de dwangsom vast te stellen. Als een bestuursorgaan een besluit niet op tijd neemt, moet het bestuursorgaan een dwangsom betalen voor elke dag dat het te laat is, voor maximaal 42 dagen. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden.

Omdat de AP reeds een dwangsombeslissing heeft genomen op 16 september 2025, zal de rechtbank de bestuurlijke dwangsom niet vaststellen.

Proceskosten

6. Omdat eiser het beroep niet ten onrechte heeft ingesteld moet de AP het griffierecht aan eiser vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 3 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Breeman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand