ECLI:NL:RBZWB:2026:1372

ECLI:NL:RBZWB:2026:1372

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 02-381759-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Veroordeling voor belaging van ex-vriendin. Vrijspraak voor bedreiging. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-381759-24

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 maart 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2000,

ingeschreven in de basisregistratie personen op [locatie] ,

raadsman mr. G. Demir, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft belaagd (feit 1) en alle in de tenlastelegging vermelde handelingen heeft verricht, met uitzondering van het inloggen op het e-mailaccount van [slachtoffer 1] en het vanuit dit account door hem versturen van e-mails. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende steunbewijs. Ook kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft bedreigd (feit 2). De aan [slachtoffer 1] gerichte woorden "Ik zou rennen als ik jou was. Ik zou heel hard gaan rennen als ik jou was. Wollah ik pak jou” kunnen niet als bedreiging worden gekwalificeerd. Van dat onderdeel van de tenlastelegging dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het bewijs ten aanzien van feit 1, maar is van mening dat pas vanaf 26 november 2024 sprake kon zijn van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Verdachte kon pas vanaf dat moment weten dat de relatie tussen hem en [slachtoffer 1] definitief voorbij was. Het versturen van de bloemen valt buiten de periode en kan dus niet worden bewezen. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte heeft ingelogd op het e-mailaccount van [slachtoffer 1] of dat vanuit dat account door hem e-mails zijn verstuurd.

Ten aanzien van feit 2 kan niet worden bewezen dat verdachte de zin “Ik zou rennen als ik jou was. Ik zou heel hard gaan rennen als ik jou was. Wollah ik pak jou” in de richting van [slachtoffer 2] heeft geuit. Daarvan dient verdachte dus te worden vrijgesproken. De zinsnede “dat ik met een groepje naar jou toekom om mijn shit te halen of het nou op een vriendelijke manier gaat of met veel geweld hangt heel veel van jullie af” kan op meerdere manieren worden uitgelegd en is onvoldoende concreet om gekwalificeerd te kunnen worden als bedreiging met zware mishandeling of met een misdrijf tegen het leven gericht. Datzelfde geldt voor de zinsnede “Wollah ik pak jou.”

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte en [slachtoffer 1] hebben samen een relatie gehad. Na een ruzie op 1 november 2024 is de relatie op 7 november 2024 definitief verbroken. [slachtoffer 1] heeft verdachte toen geblokkeerd op haar telefoon en social media. Verdachte heeft nadien een aantal berichten gestuurd, haar gebeld en haar bloemen gestuurd die ze op 12 november 2024 heeft ontvangen. Op diezelfde dag heeft [slachtoffer 1] een bericht naar verdachte gestuurd dat zij geen contact meer met hem wilde en zij heeft hem geblokkeerd op Whatsapp. Verdachte heeft diezelfde dag via Whatsapp een bericht naar [slachtoffer 2] gestuurd, waarin hij aangeeft dat hij niet meer zal appen en bellen. De rechtbank leidt uit deze omstandigheden af dat verdachte vanaf 12 november 2024 duidelijk wist dat [slachtoffer 1] geen contact meer wilde.

In de daaropvolgende periode tot en met 29 november 2024 heeft verdachte aangeefster vervolgens alsnog veelvuldig gebeld, zowel met nummerherkenning als anoniem. Hij heeft meerdere voicemailberichten ingesproken bij [slachtoffer 1] met een dwingende en dreigende toon en nogmaals bloemen en chocolade naar [slachtoffer 1] gestuurd. Ook heeft hij ingelogd op het Tiktok-account van [slachtoffer 1] en daarop een privéfoto van haar geplaatst met een tekst erbij. Verder heeft hij een Facebookprofiel en een Tiktok-account aangemaakt op naam van [slachtoffer 1] en daarop berichten en foto’s gezet met aan seks gerelateerde teksten. Voor het inloggen op het gmailaccount van [slachtoffer 1] bevat het dossier naast de verklaring van aangeefster onvoldoende steunbewijs, waardoor deze ten laste gelegde gedraging niet kan worden bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.

Verdachte heeft op intensieve wijze gedurende een aantal weken geprobeerd met [slachtoffer 1] in contact te komen, terwijl [slachtoffer 1] aan de verdachte te kennen had gegeven dat zij geen contact meer wilde en hem had geblokkeerd. Hij heeft privéfoto’s van [slachtoffer 1] op een Facebookaccount en Tiktokaccount geplaatst en accounts op haar naam gezet, waarbij onder andere de suggestie werd gewekt dat zij als escortgirl werkte. De gevolgen die de gedragingen van de verdachte in het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer teweeg hebben gebracht zijn dat zij bang is geworden, dat zij slecht sliep, dat haar persoonlijke problematiek is verergerd en dat zij in haar eer is aangetast door de foto’s en berichten die verdachte van haar op social media heeft geplaatst.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt in de periode van 12 november 2024 tot en met 29 november 2024.

Feit 2

Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte een bericht naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd met daarin de tekst “Prima als je niet reageert, dat houdt dus in [slachtoffer 2] , dat ik met een groepje naar jou toekom om mijn shit te halen of het nou op een vriendelijke manier gaat of met veel geweld hangt heel veel van jullie af” en richting [slachtoffer 1] een voicemail heeft ingesproken met de tekst “Ik zou rennen als ik jou was. Ik zou heel hard gaan rennen als ik jou was. Wollah ik pak jou”.

De rechtbank is van oordeel dat deze uitlatingen niet gekwalificeerd kunnen worden als een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en evenmin als een bedreiging met zware mishandeling. Uit de bewoordingen kan onvoldoende worden opgemaakt dat ‘ik pak jou’ en ‘met veel geweld’ moet worden opgevat als een bedreiging met zware mishandeling. ‘Met veel geweld’ hoeft bijvoorbeeld niet te betekenen dat dit geweld gericht zou zijn tegen [slachtoffer 2] zelf, maar kan – in het licht van de omstandigheid dat verdachte spullen wilde halen – ook betekenen dat dit gericht was op goederen. De bewoordingen ‘ik zou heel hard rennen als ik jou was” en ‘ik pak jou’ zijn onvoldoende concreet om als bedreiging met zware mishandeling te worden aangemerkt.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van feit 2.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1in de periode van 12 november 2024 tot en met 29 november 2024 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaaktop eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door- die [slachtoffer 1] veelvuldig te bellen, en- die [slachtoffer 1] digitale berichten te sturen, en- bij die [slachtoffer 1] bloemen te bezorgen, en- op naam van die [slachtoffer 1] een Facebook-profiel en tiktok-account aan te maken en hierop berichten en/of foto's te plaatsen, en- op die [slachtoffer 1] haar tiktok-account in te loggen en een foto te plaatsen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 98 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden en daarnaast een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als bijzondere voorwaarde. Daarnaast vordert hij een taakstraf van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis als verdachte de taakstraf niet (goed) uitvoert. De officier van justitie weegt bij zijn eis mee dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en dat hij het feit heeft gepleegd terwijl hij in een proeftijd liep van een voorwaardelijke veroordeling voor een soortgelijk feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de gevorderde (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden, maar verzoekt geen taakstraf op te leggen gelet op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Verzocht wordt de conclusie van de psycholoog over de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte over te nemen en rekening te houden met het lange schorsingstoezicht en de voorwaarden (waaronder elektronische monitoring) waaraan verdachte zich in dat kader al lange tijd heeft moeten houden.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan stalking van zijn ex-vriendin [slachtoffer 1] gedurende een periode van ruim twee weken. Ondanks dat voor hem duidelijk was dat zij geen contact meer wenste, is verdachte haar lastig blijven vallen door haar veelvuldig te benaderen. De rechtbank acht het bijzonder kwalijk dat hij in dat kader ook compromitterende foto’s en berichten op social media accounts op naam van [slachtoffer 1] heeft geplaatst. Stalking is een ernstig feit, omdat het ingrijpt in de persoonlijke vrijheid en privacy van een slachtoffer. Verdachte heeft door zijn gedragingen stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Uit haar verklaringen bij de politie en de toelichting op haar vordering tot schadevergoeding blijkt dat dit ertoe heeft geleid dat zij erg bang was, slecht sliep en dat haar persoonlijke problematiek verergerde. Ook heeft zij moeite met het aangaan en onderhouden van relaties. Zij heeft daarvoor professionele hulp gezocht. De aangemaakte accounts die nog niet zijn verwijderd zijn een belemmering voor haar om te solliciteren. Het gedrag van verdachte heeft dus diep in het leven van aangeefster ingegrepen.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat hij meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten, onder meer bij vonnis van deze rechtbank van 17 maart 2023 voor (onder andere) bedreiging en belaging tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden met reclasseringstoezicht, en een taakstraf. Ten tijde van het onderhavige feit liep verdachte dus nog in de proeftijd van deze veroordeling. De rechtbank acht dit strafverzwarend.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van [de psycholoog] van 10 april 2025. Hieruit volgt dat bij verdachte sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken en een stoornis in het gebruik van cannabis, ernstig, thans in remissie. Hiervan was ook sprake ten tijde van het feit en hierdoor werden de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte beïnvloed ten tijde van het feit. De invloed van de (ernstige) hechtingsproblematiek waarop zich de borderline persoonlijkheidsstoornis ontwikkelde, is goed zichtbaar in het feit. Verdachte probeerde door de stalking zijn ex-vriendin over te halen bij hem terug te komen of in ieder geval te begrijpen waarom zij hem verliet. Geadviseerd wordt het feit in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Het risico op recidive van stalking wordt als hoog ingeschat, het risico op geweld als laag tot matig. Het risico op bedreiging wordt als hoog ingeschat. De behandeling van verdachte kan nog niet als afgerond worden beschouwd en de persoonlijkheidspathologie is nog onverminderd heftig. Emoties zijn voor verdachte nog amper te reguleren. Destabilisatie ligt voortdurend op de loer en kan makkelijk leiden tot recidive. Het ontbreekt verdachte aan afdoende weerbaarheid/coping om zich staande te houden binnen relaties. De pathologie blijkt lastig te beïnvloeden hoewel de indruk wel is dat verdachte – in ieder geval op rationeel niveau – al wel veel geleerd heeft en zicht heeft gekregen op eigen kwetsbaarheid, ontbreekt het hem nog in grote mate aan weerbaarheid en afdoende coping zich staande te houden. Verdachte heeft behoefte aan praktische en emotionele ondersteuning waar middels de begeleiding door het Fact van de Rooyse Wissel een begin mee lijkt te zijn gemaakt. Daarnaast zou hij baat kunnen hebben bij het doorzetten van de bij FPA Reinier van Arkel reeds opgestarte schematherapie om zijn coping uiteindelijk te kunnen versterken en zich minder kwetsbaar te weten binnen relaties. Geadviseerd wordt de opgezette behandeling en begeleiding bij de Rooyse Wissel (of een soortgelijke instelling) door te zetten als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel. Toezicht van de reclassering (voor de maximale termijn) is noodzakelijk om verdachte afdoende structuur te bieden. Hierbij wordt geadviseerd, ter voorkoming van terugval en daarmee de mogelijkheid zich aan de behandeling te onttrekken, een middelenverbod op te nemen in de voorwaarden.

De rechtbank volgt de conclusie van de psycholoog over de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en neemt deze over.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van 2 februari 2026. Hieruit volgt dat er door de reclassering een delictpatroon wordt gezien. Het psychosociale functioneren van verdachte wordt als direct delictgerelateerde factor gezien. Verdachte is sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis onder behandeling bij de Rooyse Wissel. Hij heeft hierdoor inzicht gekregen in de risicofactoren en in zijn eigen aandeel in het delictgedrag. De reclassering vindt het wenselijk dat deze behandeling wordt voortgezet om deze beginnende gedragsverandering en inzichten te bestendigen. Verdachte woont in een woonvorm van [accommodatie] , maar zou graag doorstromen naar een eigen appartement van [accommodatie] . Daarvoor staat hij op de wachtlijst. Hij wil graag een opleiding volgen en gaan werken, maar voelt zich belemmerd door de enkelband die hij draagt. De meerwaarde van elektronische monitoring wordt niet meer gezien. Het risico op recidive wordt als gemiddeld ingeschat. Om het recidiverisico verder te verlagen vindt de reclassering het van belang om het forensisch kader te verlengen. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling van de Rooyse Wissel, verblijf bij [accommodatie] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een locatieverbod voor het gebied zoals opgenomen op het kaartje in het rapport ( [plaats 1] en omgeving) en meewerken aan controles in verband met beheersing van het middelengebruik, met reclasseringstoezicht. Daarnaast wordt geadviseerd om een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op te leggen als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van 5 jaar. De reclassering adviseert de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.

Strafmaat

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten, de straffen die doorgaans voor dergelijke feiten worden opgelegd en de omstandigheid dat sprake is van recidive, een gevangenisstraf van 98 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, passend en geboden is, met reclasseringstoezicht en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Naast de geadviseerde voorwaarden zal de rechtbank ook een contactverbod met [slachtoffer 1] opleggen als bijzondere voorwaarde. Met het voorwaardelijk strafdeel wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en het opleggen van bijzondere voorwaarden mogelijk te maken. Om het recidiverisico in te perken acht de rechtbank met name van groot belang dat de reeds gestarte behandeling bij de Rooyse Wissel wordt voortgezet. Gelet op de omstandigheid dat sprake is van recidive en blijvende stoornissen die verdere behandeling behoeven, zal de rechtbank de proeftijd op drie jaar bepalen. De rechtbank zal naast de (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf geen taakstraf opleggen aan verdachte, gelet op de relatief beperkte periode van de belaging, de omstandigheid dat het feit verminderd aan verdachte kan worden toegerekend en de langlopende schorsing van de voorlopige hechtenis gedurende welke hij zich aan strenge vrijheidsbeperkende voorwaarden heeft moeten houden, waaronder het dragen van een enkelband. Ook weegt de rechtbank mee dat zij tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie.

Omdat de rechtbank een contactverbod oplegt als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijk strafdeel en de proeftijd in dat kader op drie jaar is bepaald, ziet de rechtbank geen noodzaak om daarnaast een contactverbod op te leggen als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 13.000,= voor feit 1 en 2, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke schadevergoeding en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie vindt, gelet op bedragen die in soortgelijke gevallen zijn toegewezen, een bedrag van € 1.000,= toewijsbaar. De verdediging vindt het gevorderde bedrag eveneens te hoog en vindt het door de officier van justitie genoemde bedrag meer in lijn met bedragen die in soortgelijke gevallen zijn toegekend.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte feit 1 heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Verdachte is vrijgesproken van feit 2, een van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarmee rekening houden bij de beoordeling.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde voldoende met concrete gegevens onderbouwd dat zij ernstige nadelige geestelijke gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Gelet op de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde is sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank vergoeding van een bedrag van

€ 2.000,= billijk. De bedragen waarnaar door de verdediging wordt verwezen in de Rotterdamse Schaal en het Schadefonds Geweldsmisdrijven, sluiten naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aan bij het bewezen verklaarde feit. De situatie van de benadeelden in de door de benadeelde aangevoerde zaken waarin een hoger bedrag is toegekend, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vergelijkbaar met de situatie van de benadeelde.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank dus toewijsbaar tot een bedrag van € 2.000,= aan immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het eind van de periode waarin het feit werd gepleegd, te weten 29 november 2024.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, mede gelet op de betwisting daarvan door verdachte en nu (de omvang van) de schade onvoldoende is onderbouwd. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 750,= voor feit 2, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 1: belaging;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 98 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Polluxstraat 114, 5631 ES te Eindhoven of via telefoonnummer 088-8041504;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische polikliniek De Rooyse Wissel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling is reeds gestart. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de aanwezige psychische en psychosociale problematiek;

* dat verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft bij [accommodatie] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf is reeds gestart. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de gemeente [plaats 1] ;

* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt, zoekt of heeft met:

> [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag 2] 2004 te [geboorteplaats 2] ;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- van rechtswege geldende voorwaarden daarbij zijn:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 2.000,= aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 november 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] (feit 1) € 2.000,= te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 november 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 2]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door L.W. Boogert, voorzitter,

en mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier,

en is uitgesproken ter de openbare zitting op 4 maart 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1hij in of omstreeks de periode van 1 november 2024 tot en met 29 november2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , en/of elders in Nederland, wederrechtelijkstelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaaktop eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door- die [slachtoffer 1] veelvuldig te bellen, en/of- die [slachtoffer 1] veelvuldig digitale berichten te sturen, en/of- bij die [slachtoffer 1] bloemen te bezorgen/achter te laten, en/of- op naam van die [slachtoffer 1] een Facebook-profiel en/of tiktok-account aan temaken en/of hierop berichten en/of foto's te plaatsen, en/of- op die [slachtoffer 1] haar tiktok-account in te loggen en/of hierop berichtenen/of foto's te plaatsen, en/of- op die [slachtoffer 1] haar emailaccount (gmail) in te loggen en van hieruit (een) mail(s)te versturen,met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, tedulden en/of vrees aan te jagen;

( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 26 en/of 27 november 2024te [plaats 1] , althans in Nederland, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door die [slachtoffer 2] (telkens) dreigend de woorden toe te voegen (via (een)digita(a)l(e) bericht(en)) "Ik zou rennen als ik jou was. Ik zou heel hard gaan rennenals ik jou was. Wollah ik pak jou" en/of "Prima als je niet reageert,dat houdt dus in [slachtoffer 2] , dat ik met een groepje naar jou toekom om mijn shitte halen of het nou op een vriendelijke manier gaat of met veel geweld hangtheel veel van jullie af", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard ofstrekking, en/ofdoor die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen (via (een)digita(a)l(e) bericht(en)) "Ik zou rennen als ik jou was. Ik zou heel hard gaan rennenals ik jou was. Wollah ik pak jou", althans woorden van gelijke dreigende aard ofstrekking;

( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?