ECLI:NL:RBZWB:2026:1377

ECLI:NL:RBZWB:2026:1377

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer C/02/443961 / FA RK 26-210
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Zorgmachtiging Wvggz

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/443961 / FA RK 26-210

Datum uitspraak: 23 januari 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonende in [plaats] , [adres] ,

advocaat mr. M. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 januari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

mevrouw [persoon 1] , casemanager [hulpverlening] ;

de heer [persoon 2] , waarnemend GZ psycholoog.

De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2. Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 13 februari 2026.

3. Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4. De standpunten

Betrokkene merkt op dat hij eenmaal per twee weken de hem voorgeschreven depotmedicatie krijgt toegediend, waar hij volledig aan mee werkt. Op de vraag van de behandelend rechter of erop kan worden vertrouwd dat hij ook blijft meewerken, indien er geen sprake is van een zorgmachtiging, antwoordt betrokkene dat hij al langere tijd al zijn afspraken met de ambulante zorg nakomt. Daaraan voegt hij toe dat hij liever geen medicatie zou gebruiken, omdat hij daar ook bijwerkingen van ervaart.

De casemanager [hulpverlening] brengt naar voren dat in de dagelijkse praktijk wordt gezien dat betrokkene de hem voorgeschreven medicatie volgens afspraak komt ophalen. Echter tegelijkertijd laat hij blijken liever geen medicatie te willen gebruiken, wat maakt dat zijn motivatie wisselend is. Betrokkene geeft ook niet of nauwelijks openheid over zijn financiën, over zijn autorijgedrag en over meldingen omtrent door hem in zijn directe woonomgeving veroorzaakte overlast. Wel heeft betrokkene toestemming gekregen om in het kader van een voorgenomen vakantie - bij wijze van proefperiode - gedurende een maand met depotmedicatie elders te verblijven. Met deze toelichting zou zij achter een zorgmachtiging kunnen staan, als die wordt beperkt tot alleen het verplicht (kunnen) toedienen van medicatie. Indien nodig kan, in het geval dat aanvullende verplichte (ambulante) zorg noodzakelijk mocht blijken, er tot indiening van een aanvraag wijziging zorgmachtiging worden overgegaan.

De waarnemend GZ psycholoog sluit zich aan bij dat wat door de casemanager [hulpverlening] naar voren is gebracht. Verder wijst hij er nog op dat wanneer in het verleden ofwel de medicatie in dosering werd verlaagd of betrokkene medicatie afspraken niet meer consequent nakwam er telkens sprake was van gedrag van betrokkene dat ernstig nadeel in de vorm van overlast tot gevolg had.

De advocaat van betrokkene voert aan dat er inmiddels al gedurende een aantal jaren sprake is van verplichte zorg. In al die tijd is betrokkene trouw in contact gebleven met de FACT zorg en zijn door hem afspraken in het kader van de medicatie toediening consequent nageleefd. Dit is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval. Er dient daarom serieus oog te zijn voor de wens van betrokkene om in het vervolg de noodzakelijke zorg in een vrijwillig kader te accepteren en daaraan mee te (blijven) werken. Zij stelt zich daarom namens haar cliënt primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Indien de rechtbank anders mocht oordelen wenst zij zich, bij wijze van subsidiair standpunt, te refereren aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het verzoek, voor zover dit ziet op het verplicht (kunnen) toedienen van medicatie en verzoekt zij het resterende verzoek af te wijzen.

5. De beoordeling

De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene vanuit psychotische belevingen en - vermoedelijk - ook aanhoudende auditieve hallucinaties bekend is met periodes, waarin hij decompenseert. Zodra daarvan sprake is ontstaat er (risico op) ernstig nadeel in de vorm van zelfverwaarlozing, fysieke agressie, seksueel ontremd gedrag naar anderen en maatschappelijke overlast in zijn directe woonomgeving.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

Betrokkene heeft aangegeven bereid te zijn om aan de nog noodzakelijke zorg waaronder meer specifiek de medicatie toediening vrijwillig te willen (blijven) meewerken. Echter heeft hij ook duidelijk gemaakt last te hebben van bijwerkingen en daarom liever zonder medicatie verder te willen. Dit maakt dat er niet van kan worden uitgegaan dat betrokkene voldoende intrinsieke motivatie heeft om de zorg, die zijn behandelaar ter afwending van het hiervóór beschreven (risico op) ernstig nadeel noodzakelijk acht, geheel vrijwillig te accepteren en daaraan mee te (blijven) werken. Verplichte zorg is daarom nodig.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vorm van verplichte zorg nodig is:

- het toedienen van medicatie.

Die zorgvorm zal derhalve worden toegewezen.

Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.

Daarbij betrekt de rechtbank dat er naar gestreefd moet blijven worden om betrokkene met zoveel mogelijk eigen autonomie te laten functioneren, hetgeen ook betekent dat hij in staat moet worden gesteld om te laten zien dat hij - uiteindelijk - afspraken met de ambulante zorg ook zónder het verplichte kader van een zorgmachtiging consequent weet na te leven.

Er zijn op dit moment geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden.

6. De beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging voor:

[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,

wat inhoudt dat de maatregel die in rechtsoverweging 5.6 staat kan worden toegepast;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 januari 2027;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 3 februari 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van Dun

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand