RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11822442 \ CV EXPL 25-2544
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
GOUDSE SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Goudse,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
WASKNIJPER B.V.,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Wasknijper,
procederend in persoon.
1. De zaak in het kort
Deze zaak gaat over een verzekeringsovereenkomst. Volgens Goudse heeft Wasknijper een betalingsachterstand laten ontstaan. Zij vordert betaling van de achterstallige premies over november 2023 en december 2023. Wasknijper betwist een achterstand te hebben. De kantonrechter stelt vast dat Wasknijper de premie voor de maanden november 2023 en december 2023 heeft betaald. De vordering van Goudse wordt derhalve afgewezen.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 juli 2025 met producties;- de mondelinge conclusie van antwoord;
- de akte aanvulling op conclusie van antwoord van Wasknijper van 20 augustus 2025;
- de akte van Goudse van 3 september 2025 met producties;
- de antwoord akte van Wasknijper van 17 september 2025 met producties;
- de akte uitlaten producties van Goudse van 29 oktober 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
Wasknijper heeft een verzekeringsovereenkomst gesloten met Goudse. Op grond van deze overeenkomst is Wasknijper maandelijks een premie verschuldigd aan Goudse. De maandelijkse premie over het jaar 2023 bedraagt € 113,89.
4. Het geschil
Goudse vordert - samengevat - veroordeling van Wasknijper tot betaling van € 227,78, vermeerderd met rente en kosten. Goudse legt aan de vordering ten grondslag dat Wasknijper op grond van de gesloten verzekeringsovereenkomst gehouden is maandelijks zijn premie te betalen. Goudse heeft bij dagvaarding gesteld dat de premie over de maanden november 2023 en december 2023 niet is betaald. Daardoor is een achterstand van € 227,78 ontstaan. Goudse heeft Wasknijper verzocht de achterstallige premie over de maanden november 2023 en december 2023 te betalen. Volgens Goudse heeft Wasknijper de premie over twee maanden onbetaald gelaten, waardoor ook de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn.
Wasknijper voert verweer. Hij betwist nog enig bedrag verschuldigd te zijn. Wasknijper stelt dat de premie over de maanden november 2023 en december 2023 is voldaan.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Het gaat om de vraag of Wasknijper gehouden is het bedrag van € 227,78 aan Goudse te betalen. De kantonrechter overweegt daarover het volgende.
De vorderingen van Goudse worden afgewezen
Goudse vordert betaling van achterstallige premie. Bij de inleidende dagvaarding heeft Goudse gesteld dat Wasknijper de premie over de maanden november 2023 en december 2023 niet heeft betaald. Goudse heeft ter onderbouwing ook diverse aanmaningen overgelegd. Daartegenover heeft Wasknijper gemotiveerd gesteld dat hij de premie over de maanden november 2023 en december 2023 wel heeft betaald. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft Wasknijper rekeningafschriften overgelegd.
Op grond van artikel 6:43 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) geschiedt de toerekening van een betaling die zou kunnen worden toegerekend op twee op meer verbintenissen jegens eenzelfde schuldeiser, op de verbintenis welke de schuldenaar bij de betaling aanwijst. Artikel 6:43 lid 2 BW bepaalt dat bij gebreke van een aanwijzing, de toerekening in de eerste plaats geschiedt op de opeisbare verbintenissen. Zijn er ook dan nog meer verbintenissen waarop de toerekening zou kunnen plaatsvinden, dan geschiedt deze in de eerste plaats op de meest bezwarende en zijn de verbintenissen even bezwarend, op de oudste. Zijn de verbintenissen bovendien even oud, dan geschiedt de toerekening naar evenredigheid.
De kantonrechter overweegt ten aanzien van de betalingen van € 113,89 op 1 november 2023 en 1 december 2023 als volgt. Partijen zijn verdeeld over de verwerking van deze betalingen. Volgens Wasknijper waren deze betalingen bedoeld om de verzekeringspremie over november 2023 en december 2023 te betalen. Goudse heeft deze betalingen op de verzekeringspremie over september 2023 en oktober 2023 afgeboekt. De kantonrechter is van oordeel dat Goudse deze betalingen op een onjuiste wijze heeft verwerkt en overweegt daartoe als volgt.
De kantonrechter constateert dat op de door Wasknijper in het geding gebrachte (laatste 2) betaalbewijzen een omschrijving staat, namelijk: “[nummer] bedrag per 01-11-2023 BefrijfsImpulz Van 01-11-2023 tot 01-12-2023 Goudse Schadeverzekeringen NV” en “[nummer] bedrag per 01-12-2023 BefrijfsImpulz Van 01-12-2023 tot 01-01-2024 Goudse Schadeverzekeringen NV”. Wasknijper heeft dus duidelijk kenbaar de schulden aangewezen welke hij met de betaling wenste te voldoen. Uit het standpunt van Goudse leidt de kantonrechter af dat op het moment van deze betalingen er meerdere premiemaanden door Wasknijper onbetaald waren gelaten en er dus meerdere opeisbare verbintenissen bestonden. Hoewel er meerdere premies onbetaald waren gebleven stond het Goudse ingevolge artikel 6:43 lid 1 BW niet vrij om zelf te bepalen welke schulden werden afgelost met de binnengekomen bedragen nu Wasknijper duidelijk kenbaar had gemaakt welke premies hij wenste te betalen. Goudse had op grond van artikel 6:43 lid 1 BW de betalingen moeten toerekenen op de verzekeringspremie over november 2023 en december 2023. Dit leidt ertoe dat Wasknijper door deze betalingen de verzekeringspremie over november 2023 en december 2023 heeft betaald. Daarom zal de vordering van Goudse worden afgewezen.
Wellicht ten overvloede merkt de kantonrechter op dat, indien er daadwerkelijk nog twee maandpremies open staan, het op de weg van Wasknijper ligt om deze te betalen om zo een volgende procedure te voorkomen.
Goudse moet de proceskosten betalen
Goudse is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wasknijper worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punt × € 87,00)
- nakosten
€
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
195,50
6. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Goudse af,
veroordeelt Goudse in de proceskosten van € 195,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Goudse niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.