ECLI:NL:RBZWB:2026:1470

ECLI:NL:RBZWB:2026:1470

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 06-03-2026
Zaaknummer 02-118566-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor het veroorzaken van een verkeersongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden, terwijl het rijbewijs ongeldig was verklaard en de rijbevoegdheid was ontzegd. Vervolgens plaats ongeval verlaten. Gevangenisstraf van 24 dagen, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden. Taakstraf 40 uur en ontzegging rijbevoegdheid voor 12 maanden.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-118566-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 maart 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. F.A.J. van Rijthoven, advocaat te Oirschot.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. R. in 't Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de vier ten laste gelegde feiten heeft begaan. Feit 1 kan in de primaire variant worden bewezen, waarbij sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid. Het letsel in zijn totaliteit kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen voor alle vier de feiten. Voor feit 1 is betoogd dat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, maar wel van tijdelijke ziekte of verhindering. Er is sprake van de laagste vorm van schuld, namelijk aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1 primair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte schuld heeft aan een verkeersongeval waarbij voetganger [slachtoffer] letsel heeft opgelopen met als schuldgradatie: aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid. Anders dan de officier van justitie, maar met de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [slachtoffer] niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank licht dit toe.

Als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is, wordt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. De beoordeling kan ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd. Bij een veelvoud van verwondingen kan in voorkomende gevallen de beoordeling worden betrokken op de verwondingen in hun totaliteit.

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat bij [slachtoffer] sprake was van meerdere ribfracturen, een klaplong en een breukje in het kuitbeen. De geschatte duur van genezing is daarbij vastgesteld op 6 tot 12 weken. Uit de aangifte van de partner van [slachtoffer] en de verklaring van [slachtoffer] zelf blijkt dat hij na het ongeval naar het [ziekenhuis] is gebracht. [slachtoffer] heeft één dag op de Intensive Care gelegen en vervolgens nog een dag op een verpleegafdeling. Nadat hij is thuisgekomen, heeft hij nog veel zorg van zijn partner (nodig) gehad. Ook had [slachtoffer] een hersenschudding. Halverwege april 2025 is [slachtoffer] gestart met therapie, omdat dit eerder vanwege zijn klachten niet mogelijk was.

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] opgenomen is geweest in het ziekenhuis en dat het herstel langer heeft geduurd dan 12 weken. [slachtoffer] is uiteindelijk volledig hersteld zonder dat medisch ingrijpen noodzakelijk was. Daarom kan het letsel van [slachtoffer] niet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Wel is het letsel van [slachtoffer] als gevolg van de aanrijding aan te merken als zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte is ontstaan.

Gelet op het voorgaande kan het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend worden bewezen, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven.

Feiten 2, 3 en 4

Nu de verdediging geen bewijsverweren heeft gevoerd voor de feiten 2, 3 en 4 en de rechtbank het ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht, zullen de feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op 22 februari 2025 te Tilburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de Beethovenlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,

- terwijl haar rijbewijs ongeldig was verklaard als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de

WVW 1994 en

- terwijl haar de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd als

bedoeld in artikel 9 lid 1 van de WVW 1994,

- met een hogere snelheid te rijden dan de aldaar toegestane maximum snelheid

van 30 km per uur en

- bij het naderen van een in die weg gelegen voetgangersoversteekplaats

(aangegeven middels bord L2 F van bijlage 1 van het RVV1990) zich onvoldoende te

vergewissen of die oversteekplaats vrij was van verkeersdeelnemers en

- de snelheid van de door haar bestuurde personenauto onvoldoende aan te passen

aan de omstandigheden en niet zodanig te regelen dat zij in staat was om de door

haar bestuurde personenauto binnen de afstand waarover de weg vrij was tot

stilstand te brengen en

- niet (tijdig) op te merken dat een voetganger ( [slachtoffer] ) doende was via die

oversteekplaats genoemde weg over te steken en

- in strijd met artikel 49 lid 2 RVV1990 die voetganger geen voorrang te verlenen en

vervolgens tegen die voetganger is gereden,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte is ontstaan;

2

als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging zij als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Tilburg op de Beethovenlaan, op 22 februari 2025 de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar zij wist aan een

ander te weten [slachtoffer] letsel was toegebracht;

3

op 22 februari 2025 te Tilburg, terwijl zij wist dat haar bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat haar die

bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Beethovenlaan, een motorrijtuig, personenauto, heeft bestuurd;

4

op 22 februari 2025 te Tilburg terwijl zij wist dat een op haar naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan haar daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Beethovenlaan, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 12 weken met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 12 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit te volstaan met een deels voorwaardelijke taakstraf met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Voor de oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van de feiten

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. Op het moment dat [slachtoffer] de voetgangersoversteekplaats overstak, is hij geraakt door de personenauto van verdachte. Hierdoor heeft [slachtoffer] lichamelijk letsel opgelopen, waarvan hij lange tijd heeft moeten herstellen. Nadat de aanrijding had plaatsgevonden, verdachte was gestopt, uitgestapt en had gezien dat [slachtoffer] letsel had opgelopen, heeft zij toch besloten om de plaats van het ongeval te verlaten. Zij heeft zich niet bekommerd om het welzijn van het slachtoffer en ook anderszins geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor haar gedragingen.

Ten tijde van de aanrijding was bovendien het rijbewijs van verdachte ongeldig verklaard en was haar de rijbevoegdheid ontzegd. Deze beslissingen waren aan verdachte opgelegd om de verkeersveiligheid te waarborgen, omdat zij zich eerder als verkeersdeelnemer ook al had misdragen. Verdachte is op 11 november 2025 ook veroordeeld voor driemaal rijden onder invloed gepleegd in april, juni en augustus 2024. Hoewel dit strikt genomen andere verkeersgedragingen betreft en er daarmee formeel geen sprake van recidive is, blijkt hieruit wel dat zij in de afgelopen periode veelvuldig de Wegenverkeerswet heeft overtreden.

Voor een aanrijding met letsel als gevolg is het oriëntatiepunt van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht bij aanmerkelijke schuld een geldboete van € 1.300,00 en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van drie maanden. Dat is veel lager dan wanneer sprake is van zwaar lichamelijk letsel, waarvan de officier van justitie in zijn eis is uitgegaan. Voor het rijden tijdens een ontzegging en met een ongeldig verklaard rijbewijs is dat steeds twee weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Vervolgens kijkt de rechtbank verder naar de persoon van verdachte.

De persoon van verdachte

Verdachte heeft zich na het ongeval niet uit eigen beweging bij de politie gemeld. Na haar aanhouding op 30 juli 2025 heeft zij in eerste instantie zelfs ontkend. Verdachte heeft zich berekenend getoond door ongeloofwaardige verklaringen af te leggen en hiermee te proberen de schuld van het ongeval bij een ander te leggen. Pas nadat de onderzoeksbevindingen met haar waren gedeeld, heeft verdachte bij de politie een bekennende verklaring afgelegd en spijt betuigd.

Uit het reclasseringsadvies van 15 januari 2026 blijkt dat bij verdachte sprake is van problematiek op nagenoeg alle leefgebieden. Er zijn aanwijzingen voor een licht verstandelijke beperking, psychische problematiek en meerdere vaardigheidstekorten. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Dat is ook bij vonnis van 24 november 2025 aan haar opgelegd, toen zij een maand gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd kreeg voor twee winkeldiefstallen. Op 11 november 2025 is haar een taakstraf van 100 uur opgelegd en een rijontzegging van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. Daarmee houdt de rechtbank rekening, omdat de vraag is wat voor straf zij had gekregen als de huidige feiten waren meegenomen op een van die zittingen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten het opleggen van een gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank zal daarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk stellen aan het ondergane voorarrest van drie dagen en daarnaast 21 dagen voorwaardelijk aan haar opleggen. Dit voorwaardelijk deel dient ervoor verdachte ervan te weerhouden strafbare feiten te plegen, in welke vorm dan ook. Gelet op het gebrek aan respect voor de verkeersregels, voor de beslissingen over haar rijbevoegdheid en voor het welzijn van anderen, zal de rechtbank de proeftijd op drie jaren stellen. De rechtbank zal aan dit voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden koppelen. Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf van 40 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 12 maanden passend en geboden.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 9, 175, 176 en 179 van de Wegverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

feit 2: overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994

feit 3: overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994

feit 4: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 dagen, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de reclassering van Novadic-Kentron op het adres Dr. Poletlaan 74-76 te bereiken op telefoonnummer 040-2171200;

* dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Cova Plus van de

reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang en indien de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

* dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijltraining van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op verslaving/middelengebruik, te bepalen door de reclassering, zolang en indien de reclassering dit noodzakelijk vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik en/of bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

* dat verdachte zich laat begeleiden door CarePower of soortgelijke forensische zorgverlener te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;

* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit

urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest/Ruma marker. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

* dat verdachte werkt aan bewustwording van de levensstijl en middelenproblematiek. Hiertoe werkt verdachte binnen het reclasseringstoezicht mee aan de begeleidingsmodule Stap voor Stap;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. P.E. van Althuis en

mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 maart 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

zij op of omstreeks 22 februari 2025 te Tilburg als verkeersdeelnemer, namelijk als

bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg,

de Beethovenlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans

aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- terwijl haar rijbewijs ongeldig was verklaard als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de

WVW 1994 en/of

- terwijl haar de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd als

bedoeld in artikel 9 lid 1 van de WVW 1994,

- met een hogere snelheid te rijden dan de aldaar toegestane maximum snelheid

van 30 km per uur, in elk geval met een (veel) hogere snelheid te rijden dan ter

plaatse verantwoord was en/of

- bij het naderen van een in die weg gelegen voetgangersoversteekplaats

(aangegeven middels bord L2 F van bijlage 1 van het RVV1990) zich onvoldoende te

vergewissen of die oversteekplaats vrij was van verkeersdeelnemers en/of

- de snelheid van de door haar bestuurde personenauto onvoldoende aan te passen

aan de omstandigheden en niet zodanig te regelen dat zij in staat was om de door

haar bestuurde personenauto binnen de afstand waarover de weg vrij was tot

stilstand te brengen en/of

- niet (tijdig) op te merken dat een voetganger ( [slachtoffer] ) doende was via die

oversteekplaats genoemde weg over te steken en/of

- in strijd met artikel 49 lid 2 RVV1990 die voetganger geen voorrang te verlenen en

(vervolgens) tegen die voetganger is gebotst/gereden,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten

een hersenschudding, een klaplong, vijf gebroken ribben en/of een kuitbeenbreuk

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij op of omstreeks 22 februari 2025 te Tilburg als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Beethovenlaan,

- terwijl haar rijbewijs ongeldig was verklaard als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de

WVW 1994 en/of

- terwijl haar de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd als

bedoeld in artikel 9 lid 1 van de WVW 1994,

- met een hogere snelheid te rijden dan de aldaar toegestane maximum snelheid

van 30 km per uur, in elk geval met een (veel) hogere snelheid heeft gereden dan ter

plaatse verantwoord was en/of

- bij het naderen van een in die weg gelegen voetgangersoversteekplaats

(aangegeven middels bord L2 F van bijlage 1 van het RVV1990) zich onvoldoende

heeft vergewist of die oversteekplaats vrij was van verkeersdeelnemers en/of

- de snelheid van de door haar bestuurde personenauto onvoldoende heeft

aangepast aan de omstandigheden en niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat

was om de door haar bestuurde personenauto binnen de afstand waarover de weg

vrij was tot stilstand te brengen en/of

- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een voetganger ( [slachtoffer] ) doende was via

die oversteekplaats genoemde weg over te steken en/of

- in strijd met artikel 49 lid 2 RVV1990 die voetganger aldus geen voorrang heeft

verleend,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 22 februari 2025 te Tilburg als bestuurder van een voertuig

(personenauto), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de

Beethovenlaan, een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats overstak of

die kennelijk op het punt stond over te steken, niet heeft laten voorgaan, waarbij

letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht;

( art 49 lid 2 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 )

2

zij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke

gedraging zij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk

verkeersongeval had plaatsgevonden in Tilburg op/aan de Beethovenlaan, op of

omstreeks 22 februari 2025

de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten,

terwijl bij dat ongeval, naar zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een

ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht;

( art 7 lid 1 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994, art 7 lid 1 ahf/ond b

Wegenverkeerswet 1994 )

3

zij op of omstreeks 22 februari 2025 te Tilburg, terwijl zij wist of redelijkerwijs moest

weten dat haar bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het

besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat haar die

bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Beethovenlaan, een motorrijtuig,

(personenauto), heeft bestuurd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

( art 9 lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )

4

zij op of omstreeks 22 februari 2025 te Tilburg terwijl zij wist of redelijkerwijs moest

weten dat een op haar naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van

motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan haar daarna

geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken

categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Beethovenlaan, als

bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft

bestuurd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

( art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994 )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?