[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 15 juni 2025, betreffende de naheffingsaanslag met aanslagnummer [aanslagnummer] .
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het beroep te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader van de rechtbank
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 15 juni 2025 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. Belanghebbende heeft dit ook niet betwist. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 21 juli 2025.
Belanghebbende heeft op 24 september 2025 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 25 september 2025 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 9 oktober 2025 een reden te geven voor het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Belanghebbende heeft op 25 september 2025 aangegeven dat de uitspraak op bezwaar naar zijn zakelijke e-mailadres is gestuurd. Het bericht van de heffingsambtenaar is daarbij aangemerkt als spam.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat het verzuim verschoonbaar is. Belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van zijn e-mail en ook om na te gaan of er berichten in de spam inbox zijn binnengekomen. Daarnaast heeft belanghebbende zelf de keuze gemaakt om zowel in bezwaar als in beroep digitaal te procederen en ervoor gekozen om in de bezwaarfase zijn zakelijke e-mailadres te gebruiken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat ook geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 15 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.