RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/442787 / JE RK 25-2193
Datum uitspraak: 5 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, gevestigd te Tilburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] (Syrië),
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. R.T.A.G. Keller uit Tilburg,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. R.T.A.G. Keller uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
een vertegenwoordigster van de GI;
een tolk Syrische/Arabische taal voor de vader middels een telefonische verbinding.
Hoewel correct opgeroepen is de moeder niet in persoon verschenen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
De ouders en [minderjarige] hebben allen de Nederlandse nationaliteit.
[minderjarige] is, na eerst voorlopig onder toezicht te hebben gestaan, op 17 februari 2025 onder toezicht gesteld tot 17 februari 2026. Gelijktijdig is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 23 augustus 2025.
[minderjarige] woont sinds 14 november 2025, met voorwaarden, weer bij haar ouders. Daarvoor verbleef [minderjarige] sinds eind februari 2025 op de behandelgroep van [accommodatie] .
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot het bereiken van haar meerderjarigheid en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI legt het volgende aan het verzoek ten grondslag. De eerste periode op de behandelgroep [accommodatie] was moeilijk voor [minderjarige] . In die fase is ook systeemtherapie van [hulpverlening] opgestart. Daarna heeft zij een periode laten zien dat zij in staat is zich aan afspraken te houden en positief contact te onderhouden met ouders, school en hulpverlening. De GI had wel zorgen of dit aangepast gedrag was om weer thuis te kunnen wonen. Vanaf 14 november 2025 woont [minderjarige] weer thuis met de afspraak dat de therapie van [hulpverlening] doorloopt en [minderjarige] een persoonlijkheidsonderzoek laat afnemen. Uit recente berichten van de hulpverlening blijkt dat de gedragsverandering nog niet intrinsiek veranderd is. [minderjarige] handelt nog niet vanuit een eigen overtuiging. De afgelopen weken is gebleken dat [minderjarige] moeite heeft om structureel samen te werken met haar ouders en zich te voegen naar de afspraken in de thuissituatie. Regelmatig kiest zij haar eigen koers wat zorgt voor spanningen. Haar houding is vaak gericht op directe behoeftebevrediging; zij wil dat haar wensen onmiddellijk worden vervuld, zonder rekening te houden met afspraken of gezinsbelangen. Ter zitting heeft de GI benoemd dat [minderjarige] zich binnen het gezin als een koningin opstelt en de omgeving moet zich aan haar aanpassen. Gebeurt dat niet snel genoeg naar de zin van [minderjarige] dan wordt ze enorm brutaal richting haar ouders. Daarnaast is er sprake van schoolverzuim en [minderjarige] heeft haar laatste tentamenperiode niet succesvol afgerond. [minderjarige] heeft nog ondersteuning nodig om haar schooltraject succesvol af te ronden. Er wordt nu gezien dat [minderjarige] terugvalt in oude patronen. Ze laat momenteel wederom zeer dwingend gedrag zien binnen het gezin. Daarnaast staat [minderjarige] voor een belangrijke overgang naar volwassenheid. Ondanks eerdere positieve ontwikkelingen is er sprake van een terugval en is het risico op escalatie groot. De verlenging van de ondertoezichtstelling tot haar meerderjarigheid is noodzakelijk om haar ontwikkeling te blijven volgen, de samenwerking binnen het gezin te ondersteunen en de overgang naar volwassenheid veilig te begeleiden. Tijdens de zitting heeft de GI benadrukt dat ouders het goed doen, maar dat het gedrag van [minderjarige] het moeilijk maakt voor hen. Ze kunnen ouders in de laatste maanden naar haar volwassenheid ondersteunen om het gedrag van [minderjarige] beter te begrijpen en daar op bij te sturen. Het doel van de maatregel is, zoals hiervoor uiteengezet, monitoring en bijsturen daar waar nodig is.
De ouders van [minderjarige] zijn akkoord met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Door de vader is ter zitting aangegeven dat de eerste periode nadat [minderjarige] thuis kwam van de behandelgroep goed is gegaan, maar dat ze nu weer terugvalt in oude patronen. Ze luistert niet naar haar ouders en alle gezinsleden moeten doen wat zij wil. Het heeft ouders veel onrust gebracht dat [minderjarige] ongehoorzaam is. Na haar gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] haar excuses aangeboden, maar de vader vraagt zich af in hoeverre deze excuses oprecht en welgemeend zijn. De vader vindt de huidige situatie heel moeilijk. Namens de ouders is naar voren gebracht dat zij instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling met dien verstande dat het de vraag is wat er die laatste maanden nog bereikt gaat worden. Het is jammer dat er nog steeds geen persoonlijkheidsonderzoek bij [minderjarige] is afgenomen. Daarnaast laat [minderjarige] nog steeds dwingend en zelfbepalend gedrag zien waardoor de ontwikkelingsdreiging nog steeds aanwezig is.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er ondanks een eerdere positieve ontwikkeling de gedragsverandering van [minderjarige] nog niet intrinsiek verankerd is. Uit recente berichten en tijdens de zitting is gebleken dat [minderjarige] weer terugvalt in zelfbepalend gedrag, verzuimt op school en moeite heeft om structureel samen te werken met haar ouders en zich te voegen naar de afspraken in de thuissituatie. Bijsturing blijft noodzakelijk, zodat het niet opnieuw tot escalatie in de thuissituatie leidt. Ook blijft [minderjarige] ondersteuning nodig hebben als het aankomt op het succesvol afronden van haar opleiding. Gezien wordt dat zij momenteel nog hard eraan moet werken om haar cijfers op te halen en daarbij is haar schoolverzuim opgelopen. Nog steeds is onduidelijk waar het gedrag van [minderjarige] vandaan komt. De kinderrechter acht het van belang dat er een persoonlijkheidsonderzoek wordt afgenomen bij [minderjarige] . De situatie vraagt om een neutrale partij die toeziet op de samenwerking tussen [minderjarige] , haar ouders en hulpverlening, die kan ingrijpen wanneer de afspraken niet worden nagekomen. Dit biedt [minderjarige] de kans om de geleerde vaardigheden verder te verankeren, zodat zij een stabiele basis heeft bij het bereiken van haar meerderjarigheid.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat [minderjarige] gebaat is bij strakke kaders en afspraken en een regievoerder in kan grijpen daar waar nodig. In het verleden is gebleken dat hulpverlening in het vrijwillig kader niet volstaat.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang 17 februari 2026 tot 24 mei 2026.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De vader van [minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om haar te informeren over de beslissing middels een brief en daarin aan te geven wat er van haar verwacht wordt. In de brief aan [minderjarige] zal het volgende worden opgenomen.
Beste [minderjarige] ,
Op 3 februari 2026 heb je met mij gepraat. Je hebt mij verteld dat het goed met je gaat. Je bent na de behandeling op de groep veel rustiger geworden. Je gaat naar school, luistert beter naar je ouders en je hebt een plan voor je vervolgopleiding. Praten met hulpverlening ( [hulpverlening] ) is volgens jou niet meer nodig. Het verlengen van de ondertoezichtstelling vind je ook niet nodig.
Op 5 februari 2026 heb ik gepraat met je vader, de advocaat van jouw ouders en de jeugdbeschermer. Uit die gesprekken blijkt dat je wat je geleerd hebt op de behandelgroep thuis nog niet zo goed kunt volhouden en uitvoeren. Ik heb daarom besloten dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd tot het moment waarop jij 18 jaar wordt. Ik verwacht van jou dat je de komende periode eerlijk bent tegen je ouders, de hulpverlening maar vooral ook naar jezelf. Verder verwacht ik dat je verantwoordelijkheid neemt voor het succesvol afronden van je huidige school en dat je initiatief en inzet toont voor een vervolgopleiding. Je ouders doen het goed en hebben het beste met je voor. Het verrichten van huishoudelijke taken, zoals het opruimen van je kamer of zelf je eten klaarmaken, horen erbij; zeker op jou leeftijd. Maak daar dus geen strijd van, maar verricht ze meteen. Verder vind ik het belangrijk dat je gesprekken blijft voeren met [hulpverlening] . Ook verwacht ik van je dat je meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek. Tot slot verwacht ik van je dat je een meewerkende, bescheiden houding aan gaat nemen binnen het gezin en dat je het goede voorbeeld gaat geven aan de kleine kinderen thuis. Je bent bijna volwassen, laat dat ook zien in je gedrag. Ik wens je daarbij veel succes!
De kinderrechter,
Mr. Van de Kraats
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 17 februari 2026 tot 24 mei 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Mandemakers als griffier, en op schrift gesteld op 10 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.