ECLI:NL:RBZWB:2026:1561

ECLI:NL:RBZWB:2026:1561

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-03-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer BRE 25/6196
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

BRE 25/6196 tot en met BRE 25/6206 en BRE 25/6268 tot en met BRE 25/6280; 8:54, beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een juiste machtiging i.c.m. uittreksel kvk

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: mr. J. Bakker),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 27 oktober 2025. De beroepen zien op voldoeningen op aangifte van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM).

Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, omdat gesteld gemachtigde geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft ingediend op basis waarvan zij zou kunnen vaststellen of de machtiging is afgegeven door een daartoe bevoegd persoon en gesteld gemachtigde dit verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Wordt beroep ingesteld namens een rechtspersoon, dan moet ook een uittreksel van het handelsregister worden overgelegd. Aan de hand van zo'n uittreksel kan immers worden vastgesteld of degene die de volmacht heeft afgegeven, bevoegd is de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen. Als geen machtiging en/of uittreksel van het handelsregister wordt overgelegd, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Is een machtiging en een uittreksel van het handelsregister overgelegd?

4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende en heeft een machtiging overgelegd. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde bij bericht van 8 december 2025 verzocht om de uittreksels van het handelsregister te overleggen. De griffier heeft vervolgens op 22 januari 2026 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst. Gesteld gemachtigde is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen twee weken na dagtekening van het bericht te herstellen. Van plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan de gesteld gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat gesteld gemachtigde dit bericht op 22 januari 2026 heeft ontvangen. Gesteld gemachtigde heeft geen uittreksel van de Kamer van Koophandel overgelegd.

Is het niet tijdig indienen van een uittreksel van het handelsregister verontschuldigbaar?

5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Immateriële schadevergoeding

6. Nu niet is gebleken dat gesteld gemachtigde is gemachtigd om namens belanghebbende te procederen, kan er ook geen sprake zijn van enige spanning of frustratie bij belanghebbende die te wijten zou zijn aan het handelen of nalaten van de rechtbank of heffingsambtenaar. Gesteld gemachtigde is tenslotte niet bevoegd om namens belanghebbende een verzoek te doen om immateriële schadevergoeding. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 9 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. S.J. Willems-Ruesink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand