ECLI:NL:RBZWB:2026:1562

ECLI:NL:RBZWB:2026:1562

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 209590-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

vrijspraak verzet tegen staandehouding met letsel als gevolg. Bewezenverklaring overige acht feiten, waaronder poging tot zware mishandeling politieagenten, mishandeling politieagent, bedreiging en belediging politieagenten en vernieling van politiecellen. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 150 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

nRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-209590-25

vonnis van de meervoudige kamer van 6 maart 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats]

wonende in [adres]

ten tijde van de zitting preventief gedetineerd in de PI [locatie]

raadsman mr. B.G.M. Frencken, advocaat in ‘s-Hertogenbosch

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2026, waarbij officier van justitie mr. M. Poirters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de (primair) ten laste gelegde feiten 1 tot en met 9.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de pogingen zware mishandeling van feit 1 primair. Het wettig bewijs is niet overtuigend. Aan de bevindingen van de betrokken agenten moet getwijfeld worden. Ze schrijven immers over het gooien met ‘barkrukken’, terwijl het ’dressboys’ waren. Bovendien is het opvallend dat juist van het gooien (bodycam)beelden ontbreken. Onduidelijk is verder wat het gewicht van die dressboys was en daarmee ook het letselrisico. Tot slot heeft verdachte verklaard juist bewust niet in de richting van de verbalisanten gegooid te hebben. De subsidiair ten laste gelegde bedreiging kan wel wettig en overtuigend bewezen worden.

De verdediging heeft ook vrijspraak bepleit voor het verzet met letsel als gevolg van feit 7. Het is juist door het handelen van verbalisant dat verdachte is gevallen en de verbalisant mee is gevallen, waardoor de verbalisant letsel heeft opgelopen. Dat is geen verzet van verdachte.

Volgens de verdediging kunnen de volgende feiten wettig en overtuigend bewezen worden conform de bekennende verklaringen van verdachte:

- de woordelijke bedreigingen van feit 2;

- het aanstootgevend gedrag in zijn woning op 8 juli 2025 van feit 3;

- de beledigingen van feit 4;

- het onbruikbaar maken van de politiecellen van feit 5 en 9 en

- de onder feit 6 primair ten laste gelegde mishandeling.

Voor de beschadiging van een auto van feit 8 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld worden de bewijsmiddelen uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1 primair: poging zware mishandeling van verbalisanten op 8 juli 2025

Anders dan de verdediging heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van de betrokken verbalisanten. Het klopt dat ze de door verdachte in hun richting gegooide voorwerpen ten onrechte ‘barkrukken’ noemen, maar dat is ook het onderschrift bij de in het eindproces-verbaal opgenomen foto’s van de twee gegooide dressboys. Het is zeer goed voorstelbaar dat de verbalisanten de dressboys in de hectiek voor ‘barkrukken’ hebben aangezien, zeker nu barkrukken er in allerlei vormen zijn en er bij de woning van verdachte ook barkrukken stonden. De verklaring van verdachte dat hij de dressboys bewust juist niet in de richting van verbalisanten heeft gegooid is voor de rechtbank onvoldoende reden om te twijfelen aan de andersluidende bevindingen van de verbalisanten. Die neemt de rechtbank dan ook als uitgangspunt.

Vervolgens is het een feit van algemene bekendheid dat een dressboy aan de onderzijde is voorzien van een verzwaarde voet om bij gebruik de stabiliteit te waarborgen. Die verzwaarde voet is ook te zien op de eerdergenoemde foto’s in het dossier. Wanneer een dergelijk voorwerp wordt gegooid vanaf een eerste verdieping van een woning kan een dergelijk voorwerp naar algemene ervaringsregels leiden tot ernstig schedelletsel of ander zwaar lichamelijk letsel als het op een hoofd terechtkomt. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben beiden verklaard dat de voorwerpen waarschijnlijk op hun hoofd terecht waren gekomen als zij niet waren weggesprongen of weggetrokken. Door vanaf hoogte voorwerpen met een verzwaarde voet in de richting van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] te gooien heeft verdachte de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bewust aanvaard. De pogingen zware mishandeling van feit 1 primair kunnen daarom wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.

Feit 7: verzet met lichamelijk letsel als gevolg op 24 juni 2025

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (met letsel als gevolg). Die uitoefening van zijn bediening is in de tenlastelegging namelijk feitelijk omschreven als ‘de staande houding van verdachte en/of het onder controle houden van verdachte in afwachting van een ambulance’. Op het moment dat de betrokken hoofdagent naar de verdachte liep om verdachte aan te spreken, was verdachte echter al staande gehouden. Collega’s van de hoofdagent die eerder ter plaatse waren, hadden verdachte al geboeid en in de berm gezet. Uit het dossier is vervolgens niet op te maken wat het aanspreken van verdachte door de hoofdagent te maken had met ‘het onder controle houden in afwachting van een ambulance’. Ook de hoofdagent zelf verbaliseert daar niet over. Nu al niet bewezen kan worden dat er sprake was van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening door de hoofdagent, behoeft wat er tijdens en na het aanspreken van verdachte gebeurde geen bespreking meer.

De overige feiten

Gelet op de bewijsmiddelen kunnen de overige feiten wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair

op 8 juli 2025 te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan meerdere ambtenaren, te weten [verbalisant 1] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, en [verbalisant 2] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere zware/harde voorwerpen vanuit een raam op de eerste verdieping richting het hoofd van voornoemde verbalisanten (naar beneden) heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

2.

op 8 juli 2025 te [plaats] [verbalisant 1] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, en [verbalisant 2] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en [agent] , agent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en [benadeelde 1 ] , hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die voornoemde personen dreigend de woorden toe te voegen "Kom maar naar binnen, ik spuug op jullie en geef jullie hiv, hier ga je dood aan" en "Ik maak jullie dood", terwijl dit feit werd gepleegd tegen voornoemde [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [agent] en [benadeelde 1 ] in diens hoedanigheid van ambtenaar van politie;

3.

op 8 juli 2025 te [plaats] , opzettelijk in het openbaar, te weten voor de ramen van zijn woning handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten met (deels) ontbloot lichaam voor de ramen te staan en zijn onderbroek naar beneden te trekken en met zijn handen op zijn, verdachtes, ontblote billen te slaan;

4.

op 8 juli 2025 te [plaats] opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten [verbalisant 1] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, en [verbalisant 2] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en [agent] , agent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en [benadeelde 1 ] , hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening , mondeling heeft beledigd, door hen meerdere malen de woorden toe te voegen: "Oprotten kankerwouten, homo's en "Kom dan stelletje kankerwouten. Neuk mij maar in mijn kontje" en door feitelijkheden heeft beledigd door zijn, verdachtes, middelvinger op te steken in de richting van voornoemde verbalisanten en te spugen in de richting van voornoemde verbalisanten;

5.

op 9 juli 2025 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, die aan een ander, te weten aan Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, toebehoorde onbruikbaar heeft gemaakt;

6. primair

op 24 juni 2025 te [plaats] [benadeelde 2] (hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant) heeft mishandeld door (vanaf korte afstand) naar het gezicht van voornoemde [benadeelde 2] te spugen, waarbij speeksel op en rondom de ogen en de mond van die [benadeelde 2] terecht is gekomen, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

8.

op 27 juni 2025 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een auto (met [kenteken] ), die aan een ander, te weten aan [persoon] , toebehoorde, heeft beschadigd;

9.

op tijdstippen in de periode van 26 juni 2025 tot en met 28 juni 2025 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, die aan een ander, te weten aan Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 150 dagen, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Zij vordert hieraan dezelfde voorwaarden te verbinden als geadviseerd in het schorsingsrapport van 25 augustus 2025. Verder vordert zij “opname in een zorginstelling” als bijzondere voorwaarde op te leggen, zoals geadviseerd in de e-mail van de reclassering van 19 februari 2026.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de eis van de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft in korte tijd een reeks strafbare feiten gepleegd. Op 8 juli 2025 vierde hij zijn verjaardag en zijn er die nacht meerdere politieagenten naar zijn woning gegaan vanwege meldingen van omwonenden over geluidsoverlast. Verdachte was onder invloed van alcohol en OPCE en heeft zich agressief en grensoverschrijdend gedragen. Hij heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling jegens twee politieagenten door dressboys vanaf de eerste verdieping van zijn woning naar hen te gooien. Ook heeft hij die nacht meerdere politieagenten bedreigd en beledigd. Geweld en zijn overige gedragingen jegens de politie vormen een ernstige aantasting van het openbare gezag en de rechtsorde en dragen bij aan normvervaging in de samenleving. Verder heeft verdachte zich die nacht bovendien schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid, hetgeen bij omstanders gevoelens van ongemak en aanstoot veroorzaakt.

Verdachte is die nacht aangehouden en ingesloten in een politiecel. Daar heeft verdachte zich misdragen door de muren van de cel te bevuilen met zijn ontlasting. Dergelijk gedrag is volstrekt respectloos en veroorzaakt extra werk in de vorm van schoonmaakkosten.

Op 24 juni 2025 werd verdachte ook al onder invloed op straat aangetroffen. Ook toen heeft hij zich agressief en grensoverschrijdend gedragen richting de politie door een politieagent in het gezicht te spugen. Dat levert niet alleen een mishandeling op, maar is ook bijzonder vernederend en respectloos.

Op 25 juni 2025 is verdachte buiten heterdaad aangehouden voor het incident van 24 juni 2025 en ingesloten in een politiecel. Hij heeft toen wederom de muren van een cel bevuild met ontlasting en deed dat nog eens nadat hij op 27 juni 2025 was aangehouden voor beschadiging van de auto van zijn buurman.

Aan de strafwaardigheid van zijn gedragingen doet niet af dat uit het strafblad van verdachte van 10 juli 2025 blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Hoewel er voor de inhoudelijke behandeling geen reclasseringsrapportage over verdachte is opgesteld, bevat het dossier meerdere rapportages van de reclassering waaruit het een en ander kan worden afgeleid over de persoon van verdachte. Volgens de rapportages is er bij verdachte geen sprake van een delictverleden, maar sinds januari 2025 is sprake van toenemend zorgelijk ontremd en grensoverschrijdend gedrag, waarvoor meermalen inzet van de politie en de crisisdienst nodig was. Er is bij hem sprake van psychische ontregeling wat vermoedelijk wordt veroorzaakt door middelengebruik. De reclassering heeft haar zorgen geuit over het gedrag van verdachte en het gebrek aan passende hulpverlening.

Door de reclassering is op 25 augustus 2025 ten behoeve van de schorsing van verdachte een advies uitgebracht, waaruit blijkt dat verdiepingsdiagnostiek is ingezet en uitgevoerd. Daaruit komt naar voren dat specifieke forensische zorg nodig wordt geacht en dat bij verdachte kenmerken worden gezien van persoonlijkheidsproblematiek, een neurologische ontwikkelingsstoornis/aandachtstekortstoornis en middelenproblematiek in combinatie met delictgedrag. Belangrijk is dat hij abstinent is van middelen, zodat diagnostisch onderzoek kan worden uitgevoerd. Ook wordt het gebruik van middelen direct risicoverhogend geacht.

Omdat verdachte destijds had gezegd dat hij bereid was om abstinent te blijven, heeft de reclassering geadviseerd om tot schorsing over te gaan onder de voorwaarden van een meldplicht, een ambulante behandeling, een alcohol- en drugsverbod en het meewerken aan diagnostisch onderzoek. Dit advies is destijds door de rechtbank gevolgd.

Op 10 februari 2026 heeft de reclassering een advies uitgebracht om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen wegens overtreding van het alcohol- en drugsverbod waardoor verdachte wederom zeer grensoverschrijdend en overlastgevend gedrag heeft laten zien. Ook dit advies is door de rechtbank gevolgd.

Voor de inhoudelijke behandeling heeft de reclassering op 13 februari 2026 per e-mail meegedeeld dat zij, ondanks het gedrag van verdachte, toch mogelijkheden ziet om het huidige traject met hem voort te zetten, mits hij abstinent blijft van drugs en alcohol. Zodra het diagnostisch onderzoek is afgerond zal, indien daartoe aanleiding is, een behandeladvies worden opgesteld hetgeen een (langdurige) klinische behandeling zou kunnen zijn.

Mede gelet op de inhoud van de reclasseringsrapportages is de rechtbank van oordeel dat verdachte intensieve hulpverlening nodig heeft. Dat oordeel is versterkt door zijn laatste woord op zitting. Daarin heeft verdachte uitgebreid toegelicht waarom het momenteel volgens hem niet goed gaat in Nederland, zeker waar het om de politie, de officieren van justitie en de rechters gaat. Tijdens de zitting viel verder op dat verdachte de oorzaak van problemen en de verantwoordelijk veelal buiten zichzelf legt en daarbij niet kritisch naar zichzelf kan kijken. Daarom is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat verdachte niet langer van zijn vrijheid moet worden beroofd dan de duur van zijn voorarrest tot de dag van de uitspraak om te bewerkstelligen dat hij zo snel mogelijk behandeld gaat worden.

Alles afwegende zal de rechtbank daarom in overeenstemming met de eis van de officier van justitie aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 150 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel dezelfde bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd in voormeld schorsingsrapport, te weten een meldplicht, een ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname), het meewerken aan diagnostisch onderzoek en een drugs- en alcoholverbod.

Daarnaast zal de rechtbank de voorwaarde opleggen van een opname in een zorginstelling zoals geadviseerd in de email van 19 februari 2026, gelet op het meer dwingende karakter van deze voorwaarde en dit ook nodig blijkt te zijn. Nu de impact van die voorwaarde groot is zal de rechtbank daar op grond van artikel 14c, tweede lid, onderdeel 10 Sr een maximum duur aan verbinden van zes maanden.

7. De benadeelde partij

Feit 6 en 7

[benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 620,00 voor de feiten 6 en 7, bestaande uit immateriële schade.

Nu verdachte is vrijgesproken van feit 7 kan alleen feit 6 nog de basis vormen voor een eventuele schadevergoeding. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte feit 6 (mishandeling door spugen) heeft gepleegd. Dit betekent ook dat hij onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden, voor zover er sprake is van voldoende causaal verband tussen de gevorderde schade en het bewezenverklaarde handelen van verdachte.

Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft een benadeelde recht op immateriële schade, indien er sprake is van lichamelijk letsel of indien er sprake is van aantasting in eer of goede naam of indien er op andere wijze sprake is van aantasting in de persoon, zoals bijvoorbeeld psychisch letsel.

De benadeelde partij heeft ter onderbouwing van zijn vordering met name aangevoerd dat hij angst had voor een hiv-infectie. De rechtbank is van oordeel dat dit geen aantasting in de persoon op andere wijze oplevert. Deze grondslag is overigens ook niet door de benadeelde partij aangevoerd. De angst voor een hiv-infectie moet bovendien al snel bij de benadeelde partij zijn weggenomen, nadat bleek dat verdachte niet met hiv is besmet. Daarbij komt dat het een feit van algemene bekendheid is dat hiv niet wordt overgedragen via speeksel. Dit betekent ook dat de aard en de ernst van de normschending door verdachte niet met zich brengen dat de nadelige psychische gevolgen daarvan zo voor de hand liggen dat er sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze.

Hoewel dit door de benadeelde partij niet in zijn vordering is aangevoerd, staat in het door hem opgestelde proces-verbaal van bevindingen dat hij zich door het spugen in zijn eer voelde aangetast, wat de rechtbank ook begrijpelijk acht. Daarmee is er een grondslag voor een vergoeding van immateriële schade die de rechtbank naar billijkheid vaststelt op

€ 250,00. Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 24 juni 2025.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag van € 250,00. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

Feit 5 en 9

Politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, Ringbaan-West 232 te (5038 KE) Tilburg

Schadevergoedingsmaatregel

Hoewel namens de politie geen vordering tot schadevergoeding is ingediend ter zake van de gemaakte schoonmaakkosten van de politiecellen, kan de rechtbank op grond van artikel 36f Sr ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel opleggen, indien vast staat dat door de feiten schade is veroorzaakt en de omvang daarvan eenvoudig is vast te stellen.

Hiervoor is reeds overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 5 en 9 (het onbruikbaar maken van een politiecel). Vanwege het handelen van verdachte heeft de politie drie keer schoonmaakkosten moeten maken om de politiecellen te reinigen. Uit de facturen in het dossier blijkt dat deze kosten per keer

€ 68,13, exclusief BTW, bedroegen en € 82,43, inclusief BTW. Verdachte heeft ter zitting laten weten dat hij deze kosten graag wil vergoeden.

Omdat de politie geen BTW kan verrekenen, zal de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de politie worden opgelegd tot betaling van het schadebedrag van in totaal

€ 247,29 (3x € 82,43).

Wettelijke rente

Ook zal de rechtbank de wettelijke rente toewijzen vanaf het tijdstip waarop de wettelijke rente is verschuldigd. Dit leidt ertoe dat de wettelijke rente als volgt wordt toegewezen:

in alle gevallen tot aan de dag der algehele voldoening.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 254b, 266, 267, 285, 300, 302, 304 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit 7;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, primair: poging tot zware mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar

gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze wordt gepleegd tegen een ambtenaar van de politie, meermalen gepleegd;

feit 3: schennispleging;

feit 4: eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 5: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan

een ander toebehoort, onbruikbaar maken;

feit 6, primair: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake

van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

feit 8: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan

een ander toebehoort, beschadigen;

feit 9: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 150 dagen, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldplicht

* dat verdachte zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Verslavingsreclassering Novadic-Kentron op het adres Jan Wierhof 14, 5017 JD Tilburg en dat hij zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang zij dat nodig vindt;

Ambulante behandeling

* dat verdachte zich ambulant laat behandelen door Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, welke behandeling start zodra er een intake gepland kan worden, waarvoor hij reeds is aangemeld en waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, waaronder, gelet op zijn problematiek, ook het innemen van medicijnen kan vallen als de zorgverlener dat nodig vindt;

Kortdurende klinische opname

* bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrisch ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt, waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling, waaronder, gelet op zijn problematiek, ook het innemen van medicijnen vallen als de zorginstelling dat nodig vindt;

Drugsverbod

* dat verdachte geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod door middel van urineonderzoek, zolang de reclassering dit nodig acht, waarbij de reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

Alcoholverbod

* dat verdachte geen alcohol gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod door middel van urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest), zolang de reclassering dit nodig acht, waarbij de reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

Diagnostisch onderzoek

* dat verdachte meewerkt aan diagnostisch onderzoek, waarvoor hij abstinent dient te zijn van middelen, en naar aanleiding van het diagnostisch onderzoek een hulpverleningsplan zal worden opgesteld;

Opname in een zorginstelling

* dat verdachte zich, indien de reclassering daar noodzaak toe ziet gedurende zes maanden of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door een zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling en de behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, seksueel grensoverschrijdend gedrag, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen van de zorgverlener en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

- van rechtswege gelden daarbij de voorwaarden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij

[benadeelde 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 250,00 aan immateriële schade voor feit 6, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- wijst de vordering voor het overige af;

Schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde 2]

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] , € 250,00 te betalen aan immateriële schade voor feit 6, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 2 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, Ringbaan-West 232 te (5038 KE) Tilburg

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, € 247,29 te betalen aan materiële schade voor de feiten 5 en 9, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 82,43 vanaf 26 juni 2025, over een bedrag van € 82,43 vanaf 27 juni 2025 en over een bedrag van € 82,43 vanaf 9 juli 2025, alle tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 2 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.K.J. van der Wal, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en mr. P.E. van Althuis, rechters, in tegenwoordigheid van M.C.C. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 maart 2026.

Bijlage I

De gewijzigde tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 8 juli 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meerdere ambtenaren, te weten [verbalisant 1] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, en/of [verbalisant 2] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, een of meerdere malen, met kracht een of meerdere barkrukken, in elk geval een of meerdere zware/harde voorwerpen vanuit een raam op de eerste verdieping, in elk geval vanuit zijn woning, richting het hoofd, in elk geval richting het lichaam van voornoemde verbalisanten (naar beneden) heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening;

(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 juli 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, [verbalisant 1] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, en/of [verbalisant 2] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door een of meerdere malen met kracht een of meer barkrukken, in elk geval een of meerdere zware/harde voorwerpen vanuit een raam op de eerste verdieping, in elk geval vanuit zijn woning, richting het hoofd, in elk geval richting het lichaam van voornoemde verbalisanten (naar beneden) te gooien, terwijl dit feit werd gepleegd tegen voornoemde [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] in diens hoedanigheid van ambtenaar van de politie;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 285 lid 5 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 8 juli 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, [verbalisant 1] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, en/of [verbalisant 2] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en/of [agent] , agent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en/of [benadeelde 1 ] , hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door die voornoemde personen dreigend de woorden toe te voegen "Kom maar naar binnen, ik spuug op jullie en geef jullie hiv, hier ga je dood aan" en/of "Ik maak jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of daarbij brandende aanmaakblokjes, in elk geval (brandende) voorwerpen vanuit een raam op de eerste verdieping, in elk geval vanuit zijn woning, naar die voornoemde personen te gooien, terwijl dit feit werd gepleegd tegen voornoemde [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [agent] en/of [benadeelde 1 ] in diens hoedanigheid van ambtenaar van politie;

( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 285 lid 5 Wetboek van Strafrecht )

3.

hij op of omstreeks 8 juli 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten voor de ramen van zijn woning en/of op de openbare weg, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten met (deels)ontbloot lichaam voor de ramen te staan en/of zijn onderbroek naar beneden te trekken en/of zijn geslachtsdeel te laten zien en/of met zijn geslachtsdeel te zwaaien en/of met zijn handen op zijn, verdachte, (ontblote) billen te slaan;

( art 254b Wetboek van Strafrecht )

4.

hij op of omstreeks 8 juli 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [verbalisant 1] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, en/of [verbalisant 2] , hoofdagent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en/of [agent] , agent bij de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant en/of [benadeelde 1 ] , hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn/haar bediening, in hun/zijn/haar tegenwoordigheid,

- mondeling heeft beledigd, door hen/hem/haar een of meerdere malen de woorden toe te voegen: "Oprotten kankerwouten, homo's en/of "Kom dan stelletje kankerwouten. Neuk mij maar in mijn kontje, neem maar glijmiddel mee", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of

- door feitelijkheden heeft beledigd door zijn, verdachtes, middelvinger op te steken in de richting van voornoemde verbalisanten en/of te spugen in de richting van voornoemde verbalisanten;

( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht )

5.

hij op of omstreeks 9 juli 2025 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

6.

hij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, [benadeelde 2] (hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant) heeft mishandeld door (vanaf korte afstand) naar, in elke geval in de richting van, het gezicht van voornoemde [benadeelde 2] te spugen, waarbij speeksel op en/of rondom de ogen en en/of de mond van die [benadeelde 2] terecht is gekomen, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde 2] (hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid door feitelijkheden, heeft beledigd, door door (vanaf korte afstand) naar, in elke geval in de richting van, het gezicht van voornoemde [benadeelde 2] te spugen;

( art 267 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht )

7.

hij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, te weten [benadeelde 2] (hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten de staande houding van verdachte en/of het onder controle houden van verdachte in afwachting van een ambulance, door

- zich in een andere richting te bewegen dan de richting waarin hij door die [benadeelde 2] werd getracht te brengen en/of

- te proberen zich los te rukken,

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een of meerdere gekneusde en/of gebroken ribben ten gevolge heeft gehad;

( art 181 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

8.

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (met [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [persoon] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

9.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juni 2025 tot en met 28 juni 2025 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?