RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen
1. [eiser 1] ,
2. [eiser 2] B.V.,
3. [eiser 3] B.V.,
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3219
4. [eiser 4] B.V., 5. [eiser 5] B.V. 6. [eiser 6] B.V., 7. [eiser 7] B.V.,
8. [eiser 8] B.V. en9. [eiser 9] B.V.,
uit [plaats 1] (sub 1) en [plaats 2] (sub 2 t/m 9),
tezamen: eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand, verweerder
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] B.V. uit [plaats 3] (vergunninghouder)
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
Op 12 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.
Overwegingen
Gebleken is dat in overweging 12 van de uitspraak abusievelijk is opgenomen dat het beroep namens [eiser 7] B.V. ongegrond wordt verklaard.
Daarom zal de rechtbank uitspraak als volgt herstellen.
Beslissing
De rechtbank:
- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak aldus, dat overweging 12 als volgt zal luiden: “Het beroep namens [eiser 7] B.V. is niet-ontvankelijk. Het beroep namens overige eisers is ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.”
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, 10 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter