ECLI:NL:RBZWB:2026:1596

ECLI:NL:RBZWB:2026:1596

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 02-029092-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bevel gevangenhouding. Geen ernstige bezwaren voor deelneming aan een criminele (terroristische) organisatie.

Uitspraak

24. februari 2026 (artikel 65 Wetboek van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] (Syrië),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] ,

nu gedetineerd in P.I. [locatie] .

Raadsman mr. D.A. Souisa.

Procedure

De rechter-commissaris heeft op 13 februari 2026 de bewaring bevolen.

De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd voor de duur

van 30 dagen.

De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.

De rechtbank heeft de officier van justitie mr. G. Oosterveld, de verdachte en de raadsman

gehoord.

Beoordeling

Na onderzoek is gebleken dat de ernstige bezwaren en de grond als bedoeld in artikel 67a

van het Wetboek van Strafvordering die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben

geleid, voor zover het gaat om feit 2, ook op dit moment nog bestaan.

Ernstige bezwaren

De rechtbank is van oordeel dat er geen ernstige bezwaren zijn voor feit 1. Uit jurisprudentie

volgt dat van deelneming aan een criminele (terroristische) organisatie sprake is indien een

betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel

ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met

de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deze vereisten zijn cumulatief. Een

verdachte moet bewijsbaar deelnemer zijn én een gedraging hebben verricht ter

verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Naar het oordeel van de rechtbank

biedt het thans samengestelde dossier onvoldoende grondslag voor het aannemen van

ernstige bezwaren voor deelneming in de hiervoor genoemde zin.

Uit de stukken blijkt van ernstige bezwaren voor feit 2 als vermeld in de vordering.

Gronden

Uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke

veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert.

omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat verdachte een misdrijf zal

begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is

gesteld;

waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht;

waardoor de veiligheid van de Staat in gevaar kan worden gebracht;

immers:

-verdachte wordt verdacht van een of meer feit(en) waaraan slechts door ingrijpen

van politie/justitie een einde is gekomen;

-verdachte wordt verdacht van een of meer feit(en) terwijl de omstandigheden van

verdachte en/of die waaronder deze feiten zijn gepleegd, ongewijzigd zijn gebleven;

gelet op de aard, duur en intensiteit van de tenlastegelegde feiten dient voor

herhaling te worden gevreesd;

-gelet op de aangetroffen berichten over langere tijd met betrekking tot IS en het

ideologische gedachtegoed dat verdachte lijkt aan te hangen dient voor herhaling te

worden gevreesd. Het dossier rechtvaardigt de indruk dat de verdachte door

ideologische motieven tot zijn handelen is gekomen. De bij verdachte veronderstelde

ideologische motieven rechtvaardigen de vrees voor het gevaar van herhaling:

-op de telefoon van verdachte werd een zeer recent door verdachte gemaakt filmpje

aangetroffen waarbij verdachte openlijk in een woonwijk over straat loopt met een

zwaard/groot mes in zijn hand. Gelet hierop dient voor herhaling te worden

gevreesd.

De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het

Wetboek van Strafvordering op dit moment niet aan de orde is.

De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering

in aanmerking.

Verzoek schorsing

De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang zwaarder weegt dan het

persoonlijk belang van de verdachte bij invrijheidstelling en zal daarom het mondeling

verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen. De rechtbank kan op dit

moment geen voorwaarden stellen om het recidiverisico in te perken tot een voor de

samenleving aanvaardbaar niveau.

De rechtbank verzoekt de officier van justitie de reclassering opdracht te geven tot het

opmaken van een TER-rapportage voor de volgende raadkamerbehandeling om de

(on)mogelijkheden van een schorsing van de voorlopige hechtenis nader te

onderzoeken.

De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering

in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:

beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 30 (dertig) dagen,

wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 24 februari 2026 door:

mr. G.H. Nomes, voorzitter,

mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. L.W. Boogert, rechters,

in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. G.H. Nomes
  • mr. N. van der Ploeg-Hogervorst
  • mr. L.W. Boogert

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand