3. Het verzoek
De man verzoekt als voorlopige voorziening, in afwachting van de beslissing in de bodemprocedure, te bepalen dat hij wekelijks één dag contact heeft met [minderjarige 2] .
4. De beoordeling
De man vraagt om een spoedmaatregel voor de duur van de procedure, ook wel een voorlopige voorziening of een provisionele voorziening genoemd (artikel 223 Rv).
De rechtbank kan alleen een provisionele voorziening treffen als is voldaan aan een aantal wettelijke vereisten. Aan die vereisten is naar het oordeel van de rechtbank voldaan.
Net zoals de bodemprocedure ziet de spoedmaatregel alleen op [minderjarige 2] .
De man verzoekt de rechtbank een voorlopige omgangsregeling tussen hem en [minderjarige 2] vast te stellen.
Op grond van artikel 1:377a lid 1 BW heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat.
Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat het niet voor beide partijen zeker is dat de man de biologische vader is van [minderjarige 2] . De man stelt dit wel, maar de vrouw betwist dit. Wat wel tussen partijen vast staat is dat de man sinds de geboorte van [minderjarige 2] een rol heeft gespeeld in diens verzorging en opvoeding en dat er na de relatiebreuk altijd contact is geweest tussen de man en [minderjarige 2] . Dat de man in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot [minderjarige 2] (family life) is dan ook onbetwist. Dit betekent dat de man een verzoek voor een omgangsregeling met [minderjarige 2] kan indienen op grond van artikel 1:377a lid 2 BW.
Waar gaat het over?
De man heeft op dit moment geen contact met [minderjarige 2] . Volgens hem komt dit omdat de vrouw niet blij is met zijn nieuwe partner, met wie hij nu samenwoont. De man wil graag een vaste rol spelen in het leven van zijn zoon. Omdat er nu geen contact is, maakt hij zich zorgen dat ze elkaar steeds minder zullen zien. Hij vindt het belangrijk dat er een vaste afspraak komt over wanneer ze contact hebben.
De vrouw vindt het ook belangrijk dat de man contact heeft met [minderjarige 2] , maar ze wil duidelijke afspraken maken over wanneer ze elkaar zien, zodat [minderjarige 2] niet teleurgesteld wordt. Ook moet het veilig zijn voor [minderjarige 2] . Dit betekent dat de man niet mag blowen, drinken of hard rijden als hij met [minderjarige 2] is.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen, met hulp van de Raad, overeenstemming bereikt over een voorlopige omgangsregeling. Zij hebben de rechtbank verzocht de afspraken in de beschikking op te nemen.
Partijen hebben afgesproken dat:
- [minderjarige 2] elke zaterdag van 13.00 tot 18.00 uur bij de man verblijft;
- als het niet regent, de vrouw [minderjarige 2] op de fatbike naar de man brengt en hem daar weer ophaalt;
- als het regent, de overdracht van [minderjarige 2] plaats vindt bij de [winkel] in [plaats] ;
- de man niet zal blowen, drinken of hard rijden (racen) wanneer [minderjarige 2] bij hem is;
- als [minderjarige 2] bij de man is, zij samen leuke dingen doen;
- de nieuwe partner van de man op de achtergrond blijft en niet actief betrokken is tijdens de tijd met [minderjarige 2] .
Partijen hebben ook afgesproken dat de omgangsregeling start op zaterdag 7 februari 2026 en dat zij wanneer deze regeling goed loopt onderling zullen overleggen over een uitbreiding daarvan.
Nu niet gesteld of gebleken is dat deze afspraken in strijd zijn met het belang van [minderjarige 2] , zal de rechtbank conform de overeenstemming tussen partijen beslissen.
De rechtbank zal deze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit is niet verzocht en de rechtbank kan dit niet zelf beslissen.
5. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat met ingang van 7 februari 2026, totdat in de bodemprocedure is beslist, de volgende voorlopige omgangsregeling geldt:
- [minderjarige 2] verblijft elke zaterdag van 13.00 tot 18.00 uur bij de man;
- als het niet regent, brengt de vrouw [minderjarige 2] op de fatbike naar de man en haalt hem daar weer op;
- als het regent, vindt de overdracht van [minderjarige 2] plaats bij de [winkel] in [plaats] ;
- de man zal niet blowen, drinken of hard rijden (racen) wanneer [minderjarige 2] bij hem is;
- als [minderjarige 2] bij de man is, doen zij samen leuke dingen;
- de nieuwe partner van de man blijft op de achtergrond en is niet actief betrokken tijdens de tijd met [minderjarige 2] .
Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Knops-Pijper, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.