ECLI:NL:RBZWB:2026:1633

ECLI:NL:RBZWB:2026:1633

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer C/02/443884 / JE RK 26-48
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verzoek van de GI tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige vanwege positief verloop van de omgang. Verzoek toegewezen. Instemming van beide ouders. Regie over uitbreiding van de omgang bij de GI gelegd

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/443884 / JE RK 26-48

Datum uitspraak: 9 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de omgangsregeling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 januari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door een tolk;

- de moeder, bijgestaan door een tolk;

een vertegenwoordiger van de GI;

een vertegenwoordiger van de Raad.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hier geen reactie op gegeven.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 september 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 18 september 2026.

Op grond van de voorgenoemde machtiging verblijft [minderjarige] sinds 21 februari 2025 bij [gezinshuis] in [plaats 1] .

3. Het verzoek

De GI verzoekt, na mondelinge wijziging van het verzoek tijdens de zitting, een omgangsregeling vast te stellen tussen de man en [minderjarige] , als volgt:

- De vader heeft om de week op donderdag vanaf 14.45 tot 17.00 uur contact met [minderjarige] . Daarnaast gaat de vader met [minderjarige] mee naar Poolse les die wekelijks op zaterdag wordt gegeven. De GI acht het wenselijk dat de regie van het verder vormgeven van het contact bij de GI komt te liggen.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. Voorheen was de vader afhankelijk van de moeder voor omgang met [minderjarige] . Sinds de betrokkenheid van de GI is de vader steeds actiever betrokken geraakt bij [minderjarige] . [stichting] is ingezet om de omgang tussen [minderjarige] en de ouders te begeleiden. Een periode gingen de ouders samen naar de omgang, dit is echter gestopt op verzoek van de ouders zelf. Momenteel heeft [minderjarige] om de week op donderdagmiddag vanuit school (14.45 uur) onbegeleide omgang met haar vader tot 16.30 uur in de bibliotheek in [plaats 2]. Aansluitend gaat vader met [minderjarige] mee naar haar turnles. Het contact tussen [minderjarige] en de moeder verloopt momenteel wel nog onder begeleiding. De vader heeft afspraken gemaakt met zijn werkgever om beschikbaar te zijn voor de omgang. In mei 2025 is de vader een periode van een maand niet beschikbaar geweest en was hij onbereikbaar. Achteraf bleek de vader in detentie te zitten. Buiten deze periode is de vader alle afspraken nagekomen. Het contact tussen [minderjarige] en de vader verloopt volgens de (eerder betrokken) omgangsbegeleider positief. De vader is beoordeeld op basis van ‘goed genoeg ouderschap’, waarbij een positief resultaat is vastgesteld door de omgangsbegeleider. De huidige omgang blijft doorgaan en er zal daarnaast toegewerkt worden naar één keer per maand op zaterdag onbegeleide omgang. Tijdens deze onbegeleide omgang zal de vader met [minderjarige] per openbaar vervoer naar de Poolse lessen van [minderjarige] gaan en hier een actieve rol in vervullen. Recentelijk heeft dit al een keer plaatsgevonden en dit is positief verlopen. [minderjarige] vraagt zelf ook naar contact met de vader. Verder is de vader bezig om juridische stappen te ondernemen om het gezag aan te vragen. De GI helpt en ondersteunt de vader hierbij. De GI is van mening dat de huidige omgangsregeling tussen [minderjarige] en de vader moet worden vastgesteld en zou het tevens wenselijk vinden dat de regie voor de verdere uitbreiding van de omgang bij de GI komt te liggen.

De vader stemt in met het verzoek. De vader haalt [minderjarige] op van school en gaat dan samen met haar naar de bibliotheek gedurende twintig minuten tot een uur. Vervolgens gaan zij samen naar de turnles van [minderjarige] . De vader vindt het fijn en leuk om [minderjarige] te zien. Hij zou het fijn vinden om [minderjarige] meer te zien. Het liefst wil de vader contact met [minderjarige] in het weekend in plaats van op donderdag, omdat de vader dan meer vrije tijd en mogelijkheden heeft. Over het algemeen komt de vader de contactmomenten altijd na, enkel niet toen hij een aantal keer ziek was.

De moeder stemt in met het verzoek. Zij acht dit in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] vindt het fijn om contact te hebben met de vader.

De Raad ondersteunt het verzoek van de GI. Het is fijn dat de contacten tussen [minderjarige] en de vader goed verlopen en dat [minderjarige] zelf ook vraagt om contact met de vader. De komende periode kan er wat de Raad betreft door de GI gekeken worden naar een verdere uitbreiding van het contact in de weekenden.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Voor de duur van de ondertoezichtstelling kan de kinderrechter op verzoek van de GI een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter komt tot het oordeel dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat een omgangsregeling wordt vastgesteld. De GI verzoekt, kort samengevat, een formalisering van de omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] , zoals deze op dit moment wordt uitgevoerd, en verzoekt daarnaast de regie over een eventuele uitbreiding van deze regeling bij de GI te leggen. De kinderrechter oordeelt dat de huidige omgangsregeling passend is. Op basis van het verloop van de omgang tot nu toe staat voldoende vast dat [minderjarige] een fijne omgang met de vader heeft. Inmiddels is er sprake van onbegeleide omgang, waarbij de vader en [minderjarige] samen naar de bibliotheek gaan en de vader aansluitend met [minderjarige] mee naar de turnles gaat. Dit contact verloopt positief. Ook is er recentelijk onbegeleide omgang geweest op zaterdag, waarbij de vader met [minderjarige] naar de Poolse les van [minderjarige] is gegaan. Ook dit contact is positief verlopen. Verder vraagt [minderjarige] zelf ook naar contact met de vader. Gelet op het voorgaande en gelet op de instemming van beide ouders zal de kinderrechter de regeling zoals overeengekomen en aangevuld tijdens de zitting op onderstaande wijze vaststellen. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat de regie voor verdere uitbreiding van de omgang bij de GI komt te liggen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

bepaalt als omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] :

- om de week op donderdag van 14.45 uur tot 17.00 uur;

- wekelijks (op zaterdag) gaat de vader met [minderjarige] mee naar de Poolse les.

legt de regie over uitbreiding en wijziging van de frequentie, duur, plaats en vorm (begeleid/onbegeleid) van de omgangsregeling bij de GI;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 16 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Oorschot als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand