[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Portugal), belanghebbende
(gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden beslissing van de inspecteur van 2 oktober 2024.
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Beoordeling door de rechtbank
2. In de beslissing van de inspecteur 2 oktober 2024 wordt aangegeven dat de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op ambtshalve vermindering of teruggaaf van ingehouden loonheffingen verloopt na vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft. Aangezien het verzoek van belanghebbende ziet op een tijdvak dat buiten de vijf-jaarstermijn valt, wordt het bezwaar over dat tijdvak (1972 tot en met 2018) niet in behandeling genomen.
De beslissing van de inspecteur op een verzoek om ambtshalve vermindering als hiervoor opgenomen, betreft een beschikking als bedoeld in artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Tegen een dergelijke beschikking staat geen beroep open bij de belastingrechter. Beroep staat namelijk alleen open – voor zover van belang – tegen een beschikking die in de wet expliciet is aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking. Een beschikking op grond van artikel 65 van de AWR is niet als zodanig aangemerkt. De rechtbank is dan ook onbevoegd. Indien belanghebbende de rechtmatigheid van de beslissing van de inspecteur om het verzoek niet in behandeling te nemen voor het tijdvak 1972 tot en met 2018 aan de rechter wil voorleggen, moet hij zich wenden tot de burgerlijke rechter.
Conclusie en gevolgen
3. De belastingrechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 16 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.