Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-246934-23
Parketnummer TUL: 02-331916-21
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 maart 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (02-228296-23) en [medeverdachte 2] (02-240730-23).
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 10 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing in vereniging (primair), dan wel een poging tot diefstal met geweld in vereniging (subsidiair), dan wel dat hij ter voorbereiding van een afpersing in vereniging en/of diefstal met geweld in vereniging een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tiewraps, maskers, bivakmutsen, handschoenen, een zaklantaarn en rugzakken voorhanden heeft gehad (meer subsidiair).
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 10 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde poging tot diefstal in vereniging en baseert zich daarbij op de aangifte, processen-verbaal van bevindingen en bekennende verklaring van verdachte. De officier van justitie vraagt vrijspraak van de primair ten laste gelegde poging tot afpersing en van het geweld dan wel bedreiging met geweld, nu daarvan uit het dossier niet is gebleken.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. In de tenlastegelegde feiten staan de bestanddelen geweld dan wel bedreiging met geweld centraal. Door de verdachten is op geen enkel moment geweld gebruikt en dit is ook nimmer onderdeel van het plan geweest. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vraag of de poging tot diefstal in vereniging kan worden ingelezen in de tenlastelegging.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting bekend dat hij samen met anderen op 10 september 2023 van plan was om geld uit de kluis van het casino te [plaats] te bemachtigen, waarbij een gewapende overval in scène gezet zou worden om de betrokkenheid van casinomedewerkers te verhullen.
Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat zij
gezamenlijk een plan hebben gemaakt voor de ‘overval’ op het casino inhoudende:
[medeverdachte 1] helpt als reguliere klant verdachte om gedurende openingstijd ongemerkt het casino binnen te komen;
verdachte verstopt zich vervolgens in de garderobe om later na sluitingstijd [medeverdachte 1] weer toegang te verlenen tot het casino;
[medeverdachte 2] , medewerkster van het casino, maakt dat na sluitingstijd de sleutel op de toegangsdeur van het casino zit, zodat verdachte deze kan openen voor [medeverdachte 1] ;
[medeverdachte 2] zorgt dat de kluisruimte en de daar aanwezige geldlade voor [medeverdachte 1] toegankelijk zijn;
vanwege de aanwezigheid van bewakingscamera’s wordt een overval in scène gezet waarbij [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] in de kluisruimte overmeestert met behulp van een neppistool en tie-wraps;
de buit wordt gedeeld tussen verdachten en nog twee casinomedewerkers die op het moment van de ‘overval’ aanwezig zijn.
Op 10 september 2023 wordt het plan uitgevoerd. [medeverdachte 1] helpt verdachte rond 2:30 uur het casino in. Deze verstopt zich in de garderobe. [medeverdachte 2] sluit het casino rond 3:00 uur af en laat de sleutel in de toegangsdeur zitten. Wanneer [medeverdachte 1] kort daarna op weg is naar de toegang van het casino wordt hij overlopen door de manager van het naastgelegen hotel, die onraad ruikt. Hij probeert weg te komen, maar komt ten val en wordt overmeesterd door de manager.
Is er sprake van medeplegen?
De rechtbank is van oordeel dat uit de hierboven weergegeven gedragingen van verdachten, te weten het gezamenlijke plan en de wezenlijke bijdrage die ieder van de verdachten aan de uitvoering daarvan hebben gegeven of zouden geven tezamen met de afspraak de buit te verdelen, een zodanig bewuste en nauwe samenwerking blijkt, dat van medeplegen sprake is.
Is sprake van een poging?
Voor een strafbare poging is vereist dat er gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf. De vraag of sprake is van zulke gedragingen, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.
Uit eerdere rechtspraak kan het volgende worden afgeleid. Een belangrijke beoordelingsfactor is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe concreet deze daarop waren gericht. Daarmee wordt ook afbakening van de poging ten opzichte van de strafbare voorbereiding bevorderd. Verder kan het bij een poging gaan om een samenstel van gedragingen, met inbegrip van die van eventuele deelnemers. De aard van het misdrijf kan van belang zijn, maar niet noodzakelijk is dat al een bestanddeel van het misdrijf is vervuld.
De rechtbank stelt vast dat met de hierboven weergegeven gedragingen van verdachte en medeverdachten op 10 september 2023 feitelijk uitvoering werd gegeven aan het gezamenlijke plan en dat dit plan – korte tijd later – ook voltooid zou zijn als de hotelmanager [medeverdachte 1] niet had overlopen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gedragingen van verdachten kunnen worden beschouwd als het begin van uitvoering van een door hen voorgenomen afpersing dan wel diefstal en daarmee van een strafbare poging.
Is sprake van een poging tot afpersing in vereniging?
Voor afpersing is vereist dat iemand door geweld of bedreiging met geweld wordt gedwongen tot afgifte van een goed, in dit geval tot afgifte van geld. Uit de verklaring van [medeverdachte 1] volgt dat het de bedoeling was dat hij het geld uit de kluis zou wegnemen, nadat [medeverdachte 2] de kluis en de geldlade voor hem toegankelijk zou hebben gemaakt. Uit zijn verklaring noch uit de verklaringen van de medeverdachten blijkt van een intentie om iemand met geweld of bedreiging met geweld tot afgifte van geld te dwingen. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de primair tenlastegelegde poging tot afpersing in vereniging.
Is sprake van een poging tot diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld?
Nu geen sprake is van een poging tot afpersing dient de rechtbank te beoordelen of er sprake is van een poging tot diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld in vereniging, zoals subsidiair is tenlastegelegd. Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachten volgt dat het plan was om het geld weg te nemen zonder daaraan voorafgaand, daarbij of daarna geweld te gebruiken of daarmee te dreigen. Het wegnemen van het geld was juist gepland op een moment dat niemand anders dan degenen die betrokken waren bij de plannen, in het casino aanwezig zouden zijn. Er zou alleen een overmeestering van [medeverdachte 2] in scène worden gezet in het zicht van de beveiligingscamera’s, zodat later niemand haar zou verdenken. Nu de geweldscomponent ontbreekt, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging. Gelet op de verklaringen van de verdachten en de overige bewijsmiddelen in het dossier acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten het voornemen hadden om het geld uit de kluis weg te nemen.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot diefstal.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1, subsidiair
op 10 september 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om geld dat Casino [plaats] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
- zich naar dat casino heeft begeven met
o een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
o tiewraps,
o masker,
o bivakmuts,
o handschoenen,
o een zaklantaarn en
o rugzakken,
en
- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat casino heeft/hebben begeven en heeft/hebben verstopt of
- als medewerker van dat casino aan het werk is gegaan, en aanwijzingen heeft gegeven aan en contact heeft onderhouden met een mededader, en
- als medewerker van dat casino deuren open heeft laten staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 165 dagen met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden en met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Het standpunt van de verdediging
Bij een bewezenverklaring verzoekt de verdediging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft samen met anderen geprobeerd geld uit de kluis van het casino in [plaats] te bemachtigen, waarbij een overval in scène zou worden gezet om de betrokkenheid van casinomedewerkers te verhullen. Dat het plan uiteindelijk niet is gelukt, is te wijten aan een omstandigheid die buiten de macht van verdachten lag. Ondanks dat het bij een poging is gebleven, veroorzaken dergelijke feiten doorgaans gevoelens van onrust, angst en onveiligheid, niet alleen bij het personeel en de klanten van het casino en het naastgelegen hotel, maar ook in meer algemene zin in de rest van de maatschappij. Verdachte heeft hiermee op geen enkele manier rekening gehouden en heeft slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad van verdachte van 8 januari 2026 blijkt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, maar niet voor soortgelijke feiten. Ook blijkt uit het strafblad dat verdachte ten tijde van het feit in een proeftijd liep.
De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport van 5 februari 2026 dat de reclassering over verdachte heeft opgemaakt. Hieruit komt naar voren dat verdachte eerder een strafbaar feit heeft gepleegd waaraan een financieel motief ten grondslag lag. Hoewel zijn houding als risico verhogende factor kan worden beschouwd, ziet de reclassering niet direct aanwijzingen voor een gemis aan vaardigheden bij verdachte. Hij erkent zijn gedrag, toont zelfinzicht en reflectie. Daarnaast heeft verdachte hulp gevraagd voor zijn schulden en is hij tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis adequaat bezig geweest met het aanpakken van de problemen in zijn leven. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag, reden waarom de reclassering niet adviseert tot het opleggen van bijzondere voorwaarden.
Strafoplegging
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. Bij de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met een overschrijding van de redelijke termijn, de positieve ontwikkeling die verdachte de afgelopen jaren heeft doormaakt en het feit dat hij zich gedurende de lange periode dat de voorlopige hechtenis geschorst is geweest aan zijn schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 230 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Van het daarnaast opleggen van een taakstraf ziet de rechtbank, gelet op het voorgaande, af.
7. De vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke taakstraf van 100 uren die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 juni 2022 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, subsidiair: poging diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 230 (tweehonderddertig) dagen, waarvan 90 (negentig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 29 juni 2022 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-331916-21 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Bergen, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 10 september 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld één of meer medewerkers van [hotel] en/of Casino [plaats] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval enig goed, dat geheelof ten dele aan [hotel] en/of Casino [plaats] en/of een derde toebehoorde,- zich naar dat hotel en/of dat casino heeft begeven meto een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,o tiewraps,o maskers,o bivakmutsen,o handschoenen,o een zaklantaarn en/ofo rugzakken en/of- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat hotel en/of dat casino heeft begeven en/of heeft verstopt/verschranst, en/of- als medewerker van dat casino aan het werk is gegaan, en/of aanwijzingen heeft gegeven aan en/of contact heeft onderhouden met (een) mededaders, en/of- als medewerker van dat casino één of meer deur(en) open heeft laten staan, althans niet op slot heeft gedaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;(art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 10 september 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [hotel] en/of Casino [plaats] , in elk geval aan een ander, toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer medewerkers van [hotel]en/of Casino [plaats] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,- zich naar dat hotel en/of dat casino heeft begeven meto een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,o tiewraps,o maskers,o bivakmutsen,o handschoenen,o een zaklantaarn en/ofo rugzakken, en/of- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat hotel en/of dat casino heeft begeven en/of heeft verstopt/verschranst, en/of- als medewerker van dat casino aan het werk is gegaan, en/of aanwijzingen heeft gegeven aan en/of contact heeft onderhouden met (een) mededaders, en/of- als medewerker van dat casino één of meer deur(en) open heeft laten staan, althans niet op slot heeft gedaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 10 september 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten afpersing in vereniging en/of diefstal met geweld in vereniging (artikel 317 jo. artikel 47 en/of artikel 312 jo. artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht), opzettelijk voorwerpen, te weten- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,- tiewraps,- maskers,- bivakmutsen,- handschoenen,- een zaklantaarn en/of,- rugzakken,bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;(art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)