Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-228296-23
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 maart 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsvrouw mr. J.E. de Glopper, advocaat te Goes.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (02-240730-23) en [medeverdachte 2] (02-246934-23).
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feit 1: zich op 10 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing in vereniging (primair), dan wel een poging tot diefstal met geweld in vereniging (subsidiair), dan wel dat hij ter voorbereiding van een afpersing in vereniging en/of diefstal met geweld in vereniging een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tiewraps, maskers, bivakmutsen, handschoenen, een zaklantaarn en rugzakken voorhanden heeft gehad (meer subsidiair);
feit 2: zich op 24 juli 2023 schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing in vereniging (primair), dan wel een poging tot diefstal met geweld in vereniging (subsidiair), dan wel dat hij ter voorbereiding van een afpersing in vereniging en/of diefstal met geweld in vereniging een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, maskers, bivakmutsen en handschoenen voorhanden heeft gehad (meer subsidiair).
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich zowel op 24 juli 2023 als op 10 september 2023 schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde poging tot diefstal in vereniging en baseert zich daarbij op de aangiftes, processen-verbaal van bevindingen en bekennende verklaringen van verdachte. Hij verzoekt verdachte vrij te spreken van de primair ten laste gelegde pogingen tot afpersing en van het ten laste gelegde geweld dan wel bedreiging met geweld, nu daarvan uit het dossier niet is gebleken.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder feit 1 en feit 2 primair dan wel subsidiair tenlastegelegde. Allereerst omdat er geen sprake is geweest van een begin van uitvoering in de zin van artikel 45 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daarnaast omdat verdachte niet de intentie had om geweld te gebruiken of daarmee te dreigen. De voorbereiding van de diefstal met geweld, zoals meer subsidiair ten laste gelegd onder feit 1 en feit 2, kan wel worden bewezen.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1
Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting bekend dat hij samen met anderen op 10 september 2023 van plan was om geld uit de kluis van het casino te [plaats] te bemachtigen, waarbij een gewapende overval in scène gezet zou worden om de betrokkenheid van casinomedewerkers te verhullen.
Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] blijkt dat zij
gezamenlijk een plan hebben gemaakt voor de ‘overval’ op het casino inhoudende:
verdachte helpt als reguliere klant [medeverdachte 2] om gedurende openingstijd ongemerkt het casino binnen te komen;
[medeverdachte 2] verstopt zich vervolgens in de garderobe om later na sluitingstijd verdachte weer toegang te verlenen tot het casino;
[medeverdachte 1] , medewerkster van het casino, zorgt dat na sluitingstijd de sleutel op de toegangsdeur van het casino zit, zodat [medeverdachte 2] deze kan openen voor verdachte;
[medeverdachte 1] zorgt dat de kluisruimte en de daar aanwezige geldlade voor verdachte toegankelijk zijn;
vanwege de aanwezigheid van bewakingscamera’s wordt een overval in scène gezet waarbij verdachte [medeverdachte 1] in de kluisruimte overmeestert met behulp van een neppistool en tie-wraps;
de buit wordt gedeeld tussen verdachten en nog twee casinomedewerkers die op het moment van de ‘overval’ aanwezig zijn.
Op 10 september 2023 wordt het plan uitgevoerd. Verdachte helpt [medeverdachte 2] rond 2:30 uur het casino in. Deze verstopt zich in de garderobe. [medeverdachte 1] sluit het casino rond 3:00 uur af en laat de sleutel in de toegangsdeur zitten. Wanneer verdachte kort daarna op weg is naar de toegang van het casino wordt hij overlopen door de manager van het naastgelegen hotel, die onraad ruikt. Verdachte probeert weg te komen, maar komt ten val en wordt overmeesterd door de manager.
Is er sprake van medeplegen?
De rechtbank is van oordeel dat uit de hierboven weergegeven gedragingen van verdachten, te weten het gezamenlijke plan en de wezenlijke bijdrage die ieder van de verdachten aan de uitvoering daarvan hebben gegeven of zouden geven, tezamen met de afspraak de buit te verdelen, een zodanig bewuste en nauwe samenwerking blijkt, dat van medeplegen sprake is.
Is sprake van een poging?
Voor een strafbare poging is vereist dat er gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf. De vraag of sprake is van zulke gedragingen, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.
Uit eerdere rechtspraak kan het volgende worden afgeleid. Een belangrijke beoordelingsfactor is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe concreet deze daarop waren gericht. Daarmee wordt ook afbakening van de poging ten opzichte van de strafbare voorbereiding bevorderd. Verder kan het bij een poging gaan om een samenstel van gedragingen, met inbegrip van die van eventuele deelnemers. De aard van het misdrijf kan van belang zijn, maar niet noodzakelijk is dat al een bestanddeel van het misdrijf is vervuld.
De rechtbank stelt vast dat met de hierboven weergegeven gedragingen van verdachte en medeverdachten op 10 september 2023 feitelijk uitvoering werd gegeven aan het gezamenlijke plan en dat dit plan – korte tijd later – ook voltooid zou zijn als de hotelmanager verdachte niet had overlopen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gedragingen van verdachten kunnen worden beschouwd als het begin van uitvoering van een door hen voorgenomen afpersing dan wel diefstal en daarmee van een strafbare poging.
Is sprake van een poging tot afpersing in vereniging?
Voor afpersing is vereist dat iemand door geweld of bedreiging met geweld wordt gedwongen tot afgifte van een goed, in dit geval tot afgifte van geld. Uit de verklaring van verdachte volgt dat het de bedoeling was dat hij het geld uit de kluis zou wegnemen, nadat [medeverdachte 1] de kluis en de geldlade voor hem toegankelijk zou hebben gemaakt. Uit zijn verklaring noch uit de verklaringen van de medeverdachten blijkt van een intentie om iemand met geweld of bedreiging met geweld tot afgifte van geld te dwingen. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de primair tenlastegelegde poging tot afpersing in vereniging.
Is sprake van een poging tot diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld?
Nu geen sprake is van een poging tot afpersing dient de rechtbank te beoordelen of er sprake is van een poging tot diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld in vereniging, zoals subsidiair is tenlastegelegd. Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachten volgt dat het plan was om het geld weg te nemen zonder daaraan voorafgaand, daarbij of daarna geweld te gebruiken of daarmee te dreigen. Het wegnemen van het geld was juist gepland op een moment dat niemand anders dan degenen die betrokken waren bij de plannen, in het casino aanwezig zouden zijn. Er zou alleen een overmeestering van [medeverdachte 1] in scène worden gezet in het zicht van de beveiligingscamera’s, zodat later niemand haar zou verdenken. Nu de geweldscomponent ontbreekt, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging. Gelet op de verklaringen van de verdachten en de overige bewijsmiddelen in het dossier acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten het voornemen hadden om het geld uit de kluis weg te nemen.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot diefstal.
Feit 2
Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting bekend dat hij samen met anderen ook al eerder en wel op 24 juli 2023 heeft geprobeerd het hierboven onder ‘Feit 1’ genoemde plan uit te voeren. Ook toen is het niet gelukt omdat verdachte op weg naar het casino werd overlopen, dit keer door een medewerker van het casino. Hij is toen met succes weggevlucht. De rechtbank komt onder verwijzing naar haar bewijsoverwegingen onder ‘Feit 1’ tot eenzelfde bewezenverklaring als ten aanzien van feit 1, te weten het medeplegen van een poging tot diefstal.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1, subsidiair
op 10 september 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om geld dat aan Casino [plaats] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
- zich naar dat casino heeft begeven met
o een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
o tiewraps,
o masker,
o bivakmuts,
o handschoenen,
o een zaklantaarn en
o rugzakken,
en
- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat casino heeft/hebben begeven en heeft/hebben verstopt of
- als medewerker van dat casino aan het werk is gegaan, en aanwijzingen heeft gegeven aan en contact heeft onderhouden met een mededader, en
- als medewerker van dat casino deuren open heeft laten staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2, subsidiair
op 24 juli 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om geld, dat aan Casino [plaats] , toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen ,
- zich naar dat casino heeft begeven
met
o een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
o maskers,
o bivakmutsen en,
o handschoenen,
en
- zich met een masker op, naar dat casino heeft begeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 153 dagen met aftrek van voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met een proeftijd van 2 jaren. Zij verzoekt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering, te verbinden. Tot slot vordert de officier van justitie aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een gevangenisstraf aan verdachte op te leggen waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest en het overige deel voorwaardelijk wordt opgelegd met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden met uitzondering van het elektronisch toezicht.
Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft op twee verschillende tijdstippen, samen met anderen, geld uit de kluis van het casino in [plaats] proberen te stelen, waarbij een overval in scène zou worden gezet, om de betrokkenheid van casinomedewerkers te verhullen. Hij is daartoe onder meer voorzien van een masker, een bivakmuts, een (nep)vuurwapen en geprepareerde tie-wraps naar het casino gegaan. Ondanks dat het telkens bij een poging is gebleven, veroorzaken dergelijke feiten onrust en gevoelens van angst en onveiligheid niet alleen bij het personeel en de klanten van het casino en het naastgelegen hotel, maar ook in meer algemene zin in de rest van de maatschappij. Verdachte heeft hiermee op geen enkele manier rekening gehouden en heeft slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad van verdachte van 8 januari 2026 blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, maar niet voor soortgelijke feiten. Ook blijkt uit het strafblad dat artikel 63 Sr van toepassing is.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapportage van het psychologisch onderzoek van 25 januari 2024, opgesteld door [GZ-psycholoog] . Hieruit blijkt dat er sprake is van verlaagde intelligentie vaardigheden, complexe PTSS, stoornis in het gebruik van amfetamineachtig middel, een gokverslaving en een anders gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Meerdere factoren uit verschillende stoornissen hebben een rol gespeeld in de totstandkoming van het tenlastegelegde. Door het veelvuldige, dagelijkse speedgebruik was er sprake van secundaire antisociale kenmerken, zoals verlies van empathie, verminderd normbesef en focus op eigen gewin. Hierdoor heeft verdachte zijn oplossingen gezocht in het dealen van drugs en het plannen van een overval. Voorgaande leidt ertoe dat wordt geadviseerd om het ten laste gelegde in een verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van het rapport van 11 februari 2026 dat de reclassering over verdachte heeft opgemaakt. Hieruit komt naar voren dat het psychosociaal functioneren, het sociaal netwerk van verdachte en het middelengebruik werden gezien als criminogene factoren die van invloed waren op onderhavige feiten. Verdachte heeft zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis aan de schorsingsvoorwaarden gehouden en tijdens die periode is er stabiliteit ontstaan op het gebied van huisvesting, financiën en partner. Het herhalingsgevaar wordt ingeschat als laag. Doordat nog niet alle behandeldoelen zijn behaald wordt bij een veroordeling geadviseerd om een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, behandelverplichting, dagbesteding, meewerken aan urinecontroles en het volgen van de gedragsinterventie leefstijltraining 24/7.
Strafoplegging
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. Bij de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met een overschrijding van de redelijke termijn, de positieve ontwikkeling die verdachte de afgelopen jaren heeft doorgemaakt en het feit dat hij zich gedurende de lange periode dat de voorlopige hechtenis geschorst is geweest aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden.
De rechtbank ziet, gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport, aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel aan verdachte op te leggen. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 243 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. Zij zal daaraan de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd, verbinden. Van het daarnaast opleggen van een taakstraf ziet de rechtbank, gelet op het voorgaande, af.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, subsidiair: poging diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 2, subsidiair: poging diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 243 (tweehonderddrieënveertig) dagen, waarvan 90 (negentig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Emergis
Verslavingsreclassering, Vrijlandstraat 33e, 4337 EA Middelburg, telefoon 0113-267290. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
* dat verdachte zich laat behandelen door de Forensische Zorg Zeeland van Emergis, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
* dat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
* dat verdachte actief deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijltraining 24/7 of een andere gedragsinterventie die gericht is op verslaving en middelengebruik en zich houdt aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider, waarbij de reclassering bepaalt welke training het precies wordt;
- stelt vast dat van rechtswege de volgende voorwaarden gelden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Bergen, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
1
hij op of omstreeks 10 september 2023 te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
één of meer medewerkers van [hotel] en/of Casino
[plaats] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval enig goed, dat geheel
of ten dele aan [hotel] en/of Casino [plaats] en/of een
derde toebehoorde,
- zich naar dat hotel en/of dat casino heeft begeven
met
o een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
o tiewraps,
o maskers,
o bivakmutsen,
o handschoenen,
o een zaklantaarn en/of
o rugzakken
en/of
- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat hotel en/of
dat casino heeft begeven en/of heeft verstopt/verschranst, en/of
- als medewerker van dat casino aan het werk is gegaan, en/of
aanwijzingen heeft gegeven aan en/of contact heeft onderhouden
met (een) mededaders, en/of
- als medewerker van dat casino één of meer deur(en) open heeft laten
staan, althans niet op slot heeft gedaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek
van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 september 2023 te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders
voorgenomen misdrijf om
geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [hotel]
en/of Casino [plaats] , in elk geval aan een ander, toebehoorde,
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen
vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met
geweld tegen één of meer medewerkers van [hotel]
en/of Casino [plaats] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te
bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad,
aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- zich naar dat hotel en/of dat casino heeft begeven
met
o een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
o tiewraps,
o maskers,
o bivakmutsen,
o handschoenen,
o een zaklantaarn en/of
o rugzakken,
en/of
- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat hotel en/of
dat casino heeft begeven en/of heeft verstopt/verschranst, en/of
- als medewerker van dat casino aan het werk is gegaan, en/of
aanwijzingen heeft gegeven aan en/of contact heeft onderhouden
met (een) mededaders, en/of
- als medewerker van dat casino één of meer deur(en) open heeft laten
staan, althans niet op slot heeft gedaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art
312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van
Strafrecht)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een
veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 september 2023 te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke
omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te
weten afpersing in vereniging en/of diefstal met geweld in vereniging
(artikel 317 jo. artikel 47 en/of artikel 312 jo. artikel 47 van het Wetboek
van Strafrecht),
opzettelijk voorwerpen, te weten
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
- tiewraps,
- maskers,
- bivakmutsen,
- handschoenen,
- een zaklantaarn en/of,
- rugzakken,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;
(art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 24 juli 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
één of meer medewerkers van [hotel] en/of Casino [plaats] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [hotel] en/of Casino [plaats] en/of een derde toebehoorde,
- zich naar dat hotel en/of dat casino heeft begeven met
o een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
o maskers,
o bivakmutsen en/of,
o handschoenen,
en/of
- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat hotel en/of dat casino heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 juli 2023 te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om
geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [hotel] en/of Casino [plaats] , in elk geval aan een ander, toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer medewerkers van [hotel]
en/of Casino [plaats] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te
bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad,
aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- zich naar dat hotel en/of dat casino heeft begeven
met
o een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
o maskers,
o bivakmutsen en/of,
o handschoenen,
en/of
- zich met een masker en/of een bivakmuts op, in dat hotel en/of
dat casino heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art
312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van
Strafrecht)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een
veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 juli 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met
een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht
jaren of meer is gesteld, te weten afpersing in vereniging en/of diefstal
met geweld in vereniging (artikel 317 jo. artikel 47 en/of artikel 312 jo.
artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht),
opzettelijk voorwerpen, te weten
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
- maskers,
- bivakmutsen en/of,
- handschoenen,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;
(art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)