RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-001309-25
raadkamernummer : 25-024736
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [datum] 1996 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E. van de Rakt advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- 2 Google Pixel telefoons;
- 1 Apple iPhone 15;
- 2 Apple Iphones 16;
- Een Volkswagen Caddy met kentekennummer [kenteken 1];
- Een Volkswagen Golf met kentekennummer [kenteken 2].
Op 10 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers en mr. E. van de Rakt als gemachtigd advocaat van klager gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van de inbeslaggenomen goederen met last tot teruggave aan de klager. Namens klager is aangevoerd dat op de voertuigen inmiddels conservatoir beslag ligt, zodat klager zich refereert aan het oordeel van de rechtbank voor zover het klaagschrift op deze voertuigen betrekking heeft. Namens klager is voorts aangevoerd dat hij een groot belang heeft bij teruggave van de telefoons. De telefoons zijn inmiddels 5 maanden geleden in beslag genomen en nog steeds niet uitgelezen. Dit is een zodanig lange periode dat dit in strijd is met de proportionaliteit. Klager verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren.
De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat klager verdacht wordt van dealen en witwassen. De telefoons moeten nog worden uitgelezen en klager wil de codes niet geven. Het is een feit van algemene bekendheid dat Google Pixel telefoons vaak worden gebruikt in het criminele circuit. In een van de voertuigen bleek twee verborgen ruimtes aanwezig te zijn. Op grond van waarheidsvinding en omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend de in beslag genomen goederen verbeurd zal verklaren verzet het strafvorderlijk belang zich tegen teruggave. De officier van justitie verzoekt het klaagschrift ongegrond te verklaren.
2. De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de voorwerpen is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De telefoons zijn in het kader van de waarheidsvinding in beslag genomen. Uit hetgeen door de officier van justitie in raadkamer naar voren is gebracht begrijpt de rechtbank dat het onderzoek aan de telefoons nog niet is afgerond. Gelet hierop - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift in raadkamer en met inachtneming van het summiere karakter van de raadkamer - is de rechtbank van oordeel dat er nog een strafvorderlijk belang bestaat bij voortduring van het beslag. Gezien het tijdsbestek tussen de inbeslagname en het nog te verrichten onderzoek aan de telefoons kan naar het oordeel van de rechtbank thans niet worden gezegd dat er sprake is van een onredelijk lange termijn van inbeslagname. Het belang van strafvordering verzet zich dan ook tegen opheffing van het beslag en de teruggave van de in beslag genomen telefoons.
Op de beide voertuigen rust (naast conservatoir beslag) eveneens beslag op grond van artikel 94 Sv. Het klaagschrift richt zich mede tegen dit strafvorderlijk beslag. Op grond van de stukken stelt de rechtbank vast dat klager wordt verdacht van handel in verdovende middelen en dat in de Volkswagen Caddy twee verborgen ruimtes aanwezig bleek te zijn. De rechtbank acht het om die reden niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van beide voertuigen zal bevelen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag ongegrond verklaren..
3. De beslissing
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J. Bergen, rechter,
in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.