RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-029074
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [datum] 2004,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E. van de Rakt advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 10 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers en mr. E. van de Rakt als gemachtigd advocaat van klager gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Namens klager is aangevoerd dat op 9 oktober 2025 zijn telefoon in beslag is genomen.
Klager is eigenaar van deze telefoon. Klager is niet gehoord als verdachte en heeft zich ook niet schuldig gemaakt aan enig strafbaar feit. Klager heeft een groot belang bij teruggave van de telefoon. Indien de telefoon nog uitgelezen dient te worden, had het op de weg van het openbaar ministerie gelegen om dat voortvarend te doen. De telefoon is inmiddels 4 maanden geleden in beslag genomen. Het belang van strafvordering verzet zich niet tegen de gevraagde teruggave. Klager verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en de telefoon aan hem terug te geven.
De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat klager verdacht wordt van fraude waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van de telefoon. Als dat zo blijkt te zijn, zal verbeurdverklaring van de telefoon worden verzocht. Klager zal nog gehoord worden als verdachte. Het onderzoek aan de telefoon is nog niet afgerond, zodat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave. De officier van justitie verzoekt het klaagschrift ongegrond te verklaren.
2. De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de telefoon is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De telefoon is in het kader van de waarheidsvinding in beslag genomen. Uit hetgeen door de officier van justitie in raadkamer naar voren is gebracht begrijpt de rechtbank dat het onderzoek aan de telefoon nog niet is afgerond. Gelet hierop - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift in raadkamer en met inachtneming van het summiere karakter van de raadkamer - is de rechtbank van oordeel dat er nog een strafvorderlijk belang bestaat bij voortduring van het beslag. Gezien het tijdsbestek tussen de inbeslagname en het nog te verrichten onderzoek aan de telefoon kan naar het oordeel van de rechtbank thans niet worden gezegd dat er sprake is van een onredelijk lange termijn van inbeslagname.
De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag en teruggave van de in beslag genomen telefoon, zodat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.
3. De beslissing
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J. Bergen, rechter,
in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.