RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-032713
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] B.V.,
Gevestigd te [plaats],
mr. B.M. Breedijk, advocaat te Amsterdam,
hierna te noemen: de klaagster.
Beslagene is: [beslagene], geboren op [datum] 1988
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 10 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers en namens klaagster: de heer [naam] en mr. V.C. de Nooijer als waarnemend raadsvrouw, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar van het voertuig is. Klaagster was er niet van op de hoogte dat het voertuig gebruikt werd bij het plegen van een strafbaar feit. Verzocht wordt om het klaagschrift gegrond te verklaren.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het voertuig aan klaagster kan worden teruggegeven, omdat er geen strafvorderlijk belang meer is. Gelet op de nadere onderbouwing van het klaagschrift is niet komen vast te staan dat klaagster op de hoogte was van het gegeven dat de werknemer niet in het bezit was van een rijbewijs.
2. De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op het voertuig is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het klaagschrift.
De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van het goed kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De officier van justitie heeft zich tijdens het onderzoek in raadkamer op het standpunt gesteld dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag op het voertuig.. De rechtbank is van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven, zodat de rechtbank het klaagschrift gegrond zal verklaren en de teruggave van het genoemde voertuig aan klaagster zal gelasten.
3. De beslissing
De rechtbank:
-verklaart het klaagschrift gegrond;
- gelast de teruggave aan klaagster van:
het voertuig, merk Audi A3 Sportback met het kenteken: [kenteken].
Deze beslissing is op 24 februari 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).