ECLI:NL:RBZWB:2026:1675

ECLI:NL:RBZWB:2026:1675

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 11550768 \ MB VERZ 25-107
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

beroep tegen verkeersboete, reden voor een matiging, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

zaaknummer.: 11550768 \ MB VERZ 25-107

CJIB-nummer: [cjib-nummer]

uitspraakdatum: 16 januari 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: signalen geven in een ander geval of op andere manier dan mag op de Deltaweg (N256) te Kats op 14 januari 2024 om 13:59 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het is voor betrokkene nog steeds onduidelijk wat ze fout heeft gedaan. De officier van justitie heeft dit niet verduidelijkt en is alleen ingegaan op mogelijkheden die betrokkene zelf heeft verzonnen en niet op de daadwerkelijke situatie. In de brief wordt ook verwezen naar de bewijsvoering in de bijlagen, maar dit ontbreekt bij de brief.

Ter zitting heeft betrokkene ten aanzien van de termijnoverschrijding aangevoerd dat het twee oorzaken heeft. Allereerst was een goede vriend onder behandeling voor teelbalkanker waardoor betrokkene meerdere keren te hulp moest schieten omdat diegene zelf niet in staat was en niemand anders had die kon helpen. Ten tweede zat betrokkene in een heftige echtscheiding, waardoor betrokkene weinig thuis is geweest. Inhoudelijk heeft betrokkene aangevoerd dat ze tot de behandeling van de zitting geen idee had wat ze heeft gedaan. Daarbij kan ze zich niet voorstellen dat ze de gedraging heeft verricht. Betrokkene heeft wel op de pleeglocatie gereden, waar slechts een trajectcontrole en stoplichten staan. Verder had betrokkene twee inzittenden die de gedraging ook niet herkennen. Van agressief rijgedrag is nooit sprake bij betrokkene.

De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het beroep bij de kantonrechter niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. De omschreven omstandigheden vereisen veel aandacht, maar onvoldoende aannemelijk is dat betrokkene of een ander geen actie kon nemen. Subsidiair heeft de zittingsvertegenwoordiger verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. Het dossier bevat een verklaring van niet één, maar twee verbalisanten die duidelijk zijn. De zittingsvertegenwoordiger hecht doorslaggevende waarde aan deze verklaring van de verbalisanten, waardoor de boete terecht is opgelegd. Voorts bestaat de mogelijkheid tot een verschrijving, maar bij een verschrijving is meestal te zien dat bij het voertuig een adres elders in het land staat. Dat is hier niet het geval. Betrokkene ontkent daarnaast ook niet op de pleeglocatie geweest te zijn.

Overwegingen

Termijnoverschrijding

Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 12 juli 2024. Het beroepschrift is echter pas op 14 juli 2024 ontvangen. Dat is te laat.

Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. In de uitnodiging voor de zitting is betrokkene erop gewezen dat als het beroep te laat is ingediend en daarvoor geen geldige reden is aangevoerd, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan haar kan worden toegerekend.

De kantonrechter zal vervolgens het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordelen.

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij is van belang dat betrokkene erkent op de pleeglocatie te zijn geweest en de kantonrechter het met de zittingsvertegenwoordiger eens is en doorslaggevende waarde hecht aan de constatering van twee verbalisanten.

De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en uitgesproken op 16 januari 2026.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.H.C. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?