ECLI:NL:RBZWB:2026:1683

ECLI:NL:RBZWB:2026:1683

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-01-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 11570787 \ MB VERZ 25-134
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

beroep tegen verkeersboete, reden voor een matiging, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

zaaknummer.: 11570787 \ MB VERZ 25-134

CJIB-nummer: [cjib-nummer]

uitspraakdatum: 2 januari 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd middels de RDW-registercontrole op 1 december 2023 om 17:03 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft eind september 2023 een auto-ongeluk veroorzaakt, waarbij hij zijn auto total-loss heeft gereden. Het betreft hetzelfde voertuig als waarvoor betrokkene de verzekering heeft opgezegd. Het ongeluk is waarschijnlijk veroorzaakt door een aantal psychische klachten die betrokkene niet heeft herkend en/of heeft afgedaan als mild, bestaande uit overspanning, slapeloosheid, verwarring en gebrek aan concentratievermogen. Halverwege oktober is betrokkene afgevoerd naar het ziekenhuis in een ernstig verwarde, psychotische toestand. Hier heeft betrokkene zelf geen enkele herinnering aan overgehouden. Verder is het voertuig na het ongeval weggesleept, waarbij na stroef contact met de verzekeraar bleek dat het voertuig kwijt was. Met behulp van zijn sociale kring is het voertuig uiteindelijk gevonden, dat uiteindelijk bij een bergingsbedrijf stond. Betrokkene heeft hiervoor kosten moeten maken, waarna het voertuig in november eindelijk bij een herstelbedrijf is beland dat de sloop of doorverkoop zou faciliteren. Omdat betrokkene al te maken had met een hoog aantal kosten en de noodzaak bestond voor een ander voertuig, had betrokkene zijn verzekering opgezegd in de veronderstelling dat het voertuig op korte termijn zou worden gesloopt of overgeschreven. Schorsen is in al die tijd niet bij betrokkene opgekomen. Vervolgens heeft het even geduurd voordat betrokkene over het kentekenbewijs kon beschikken. De waarschuwingsbrief van het RDW heeft betrokkene volledig over het hoofd gezien. De brievenbus werd allang niet meer geleegd, omdat betrokkene ziek was en voornamelijk sliep thuis. Inmiddels kan betrokkene weer een normale werkweek aan en heeft betrokkene met behulp van een bijdrage van familie weer een nieuw voertuig. Betrokkene is zijn leven weer aan het oppakken, maar sparen lukt nog niet. De boete is dan ook erg hoog en volgens betrokkene buiten proportioneel. Betrokkene verwijst naar de bijlagen.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het voertuig was tot 26 oktober 2023 verzekerd, waarna de verzekering door betrokkene zelf is beëindigd. Verder heeft er geen schorsing plaatsgevonden. Gelet op de omstandigheden is er uit coulance aanleiding voor een matiging, waar bovenop nog een matiging dient plaats te vinden in verband met de overschrijding van de redelijke termijn.

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de gegevens van het RDW - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen.

De boete is dus terecht opgelegd.

Matiging

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd over de omstandigheden wel aanleiding om de boete te matigen. De boete zal daartoe worden gematigd tot de helft.

Overschrijding redelijke termijn

Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.

In dit geval is de redelijke termijn overschreden.

Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete verder matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 157,50, plus € 9,- administratiekosten;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.H.C. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?