RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11570738 \ MB VERZ 25-131
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Gemachtigde : [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de [straat] te Zierikzee op 28 december 2023 om 10:18 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt wel in het bezit te zijn van een vergunning. Vlak voor de gedraging werd van voertuig gewisseld, waarbij betrokkene in de app van de gemeente het kenteken nog niet had aangepast. Verder zag betrokkene’s partner de handhavers nog weglopen toen hij de straat in kwam rijden. Betrokkene beroept zich op het gelijkheidsbeginsel, aangezien los van het feit dat het kenteken moest worden aangepast, de verbalisanten konden zien dat er twee kentekens op de vergunning staan.
Ter zitting heeft betrokkene de beroepsgronden herhaald en hieraan toegevoegd dat het voertuig direct voor zijn deur geparkeerd stond. Een andere plaats is direct 40 meter verder. De verbalisanten konden niet anders dan langs het voertuig lopen op deze unieke locatie. De boete staat niet in verhouding tot de gedraging. Een waarschuwing was terecht geweest.
De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Als kentekenhouder bestaat een zorgplicht, waaronder het in het bezit zijn van een actieve vergunning bij het parkeren in een parkeerplaats voor vergunninghouders. Dat tussentijds gewisseld moet worden vanwege meerdere voertuigen is vervelend, maar vormt geen uitzondering op de zorgplicht. De boete is daarom terecht opgelegd. Verder is niet aannemelijk geworden dat betrokkene niet anders kon handelen. Subsidiair is verzocht om de feitcode te wijzigen naar feitcode R592a met als omschrijving het parkeren van een voertuig op de parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene heeft als kentekenhouder de zorgplicht om de juiste vergunning bij het juiste voertuig actief te zetten.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd over de omstandigheden wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat aannemelijk is geworden dat het enkel gaat om een administratieve vergissing die incidenteel van aard is, waardoor de boete niet in verhouding staat tot de gedraging. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 55, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 55, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: