RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11113048 \ MB VERZ 24-752
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 26 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is niemand verschenen. Daags voor de zitting heeft het CVOM te kennen gegeven dat er door omstandigheden geen zittingsvertegenwoordiger aanwezig zal zijn. Wel heeft het CVOM de persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger toegezonden met de bemerking dat dat geen volwaardig alternatief voor een schriftelijk standpunt is. Er is uitdrukkelijk geen verzoek tot aanhouding gedaan. Deze zaak is dan ook niet aangehouden, maar behandeld. De kantonrechter heeft geen kennisgenomen van de persoonlijke aantekeningen. De wet geeft de mogelijkheid om op een openbare zitting een standpunt duidelijk te maken. Het toezenden van persoonlijke aantekeningen valt daarbuiten. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg (A58) te Tilburg op 11 augustus 2022 om 15:24 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene had geen telefoon vast, maar een brillenkoker.
Ter zitting heeft betrokkene de brillenkoker naast zijn telefoon getoond en hieraan toegevoegd dat hij tijdens het rijden een ongeluk zag terwijl hij zijn brillenkoker pakte.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene een consequent verweer voert en de kantonrechter aanleiding ziet om betrokkene het voordeel van de twijfel te geven. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: