RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11563722 \ MB VERZ 25-126
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd op de [straat] te Goes op 29 oktober 2023 om 10:44 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde stelt dat het geen openbare weg is, maar het een parkeerterrein van school betreft. Een ander voertuig stond nog slechter geparkeerd en zelfs tegen de verkeerde rijrichting in. Gemachtigde vraagt aandacht voor het feit dat betrokkene, haar zoon, een beperking heeft en zeer moeilijk leert. Elke zondag gaat betrokkene naar [persoon] in Goes waar bijeenkomsten worden gehouden. Het [scholingsinstituut] heeft een eigen parkeerterrein en op zondagen is het daar erg druk. Niemand heeft betrokkene erop gewezen dat hij daar niet mocht parkeren. Op de pleegdatum kwam er iemand naar betrokkene toe, die foto’s toonde en vroeg of het zijn auto was. Na bevestigend te hebben geantwoord zei diegene dat ze hem nog wel te pakken kreeg en hij nog niet van haar af was. Via anderen kreeg betrokkene te horen dat hij een boete had gekregen, waarna hij overstuur thuiskwam en hier weken last van heeft gehad. Betrokkene heeft een Wajong-uitkering en heeft in onwetendheid zo geparkeerd. Er is eerder ook nooit iets over gezegd. Inmiddels heeft betrokkene een andere plek aangewezen gekregen. Gemachtigde verwijst naar het bijgevoegde psychologische onderzoek uit 2018 van betrokkene.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de parkeerplaats niet voorzien is van een slagboom en dat haar zoon het voertuig daar al jaren zet, waarbij geen blokkade ontstaat voor overige weggebruikers.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het uitgangspunt is dat er gekeken moet worden of er gevaar of hinder wordt veroorzaakt door het parkeren van het voertuig. Volgens de foto in het dossier staat het voertuig op een doorgang geparkeerd, waardoor hinder ontstaat. De boete is dus terecht opgelegd. Het andere voertuig is volgens de zittingsvertegenwoordiger de grotere boosdoener, waardoor de gelet op de aangevoerde omstandigheden aanleiding ziet om de boete te matigen tot de helft, waarna nog een extra matiging van 25% volgt wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de kantonrechter geen reden ziet om te twijfelen aan het feit of betrokkene het voertuig eerder heeft geparkeerd dan de bestuurder van de tweede auto op de pleeglocatie. Als het andere voertuig dat voor gevaar en/of hinder zorgt wordt weggedacht, is er niks aan de hand qua hinder. Voor de verbalisant was dit ten tijde van het opleggen van de boete niet duidelijk. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: