RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11591206 \ MB VERZ 25-168
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan op (onder)bord is aangegeven op de Hofferplein te Zierikzee op 24 januari 2024 om 11:32 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat het een parkeerplaats is, waar een elektrisch voertuig ook kan opladen. Zo staat het er ook aangegeven, aangezien nergens uit blijkt dat het uitsluitend bestemd is voor elektrische voertuigen. De gemeente heeft bovendien de plicht om goed te communiceren. Als betrokkene om 01:00 uur uit de late dienst komt, zijn er geen vrije parkeerplaatsen om en rond de binnenstad. Als betrokkene betaalt voor een vergunning, dan moet het kunnen om er gebruik van te maken. ’s Nachts zetten buurtbewoners bovendien nooit een elektrisch voertuig neer.
Ter zitting heeft betrokkene zijn beroepsgronden herhaald en hieraan toegevoegd dat er in Zierikzee in het algemeen een groot parkeerprobleem heerst in de binnenstad. In kleine parkeerplaatsen zijn vier plekken waar de mogelijkheid wordt geboden een elektrisch voertuig op te laden. De straat van betrokkene behoort bij de 44 plekken waar hulpdiensten niet kunnen komen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De bebording is voldoende duidelijk en de bedoeling is dat het alleen is toegestaan om daar te parkeren als een elektrisch voertuig wordt opgeladen. De zittingsvertegenwoordiger verwijst naar uitspraak ECLI:NL:GHARL:2023:1447, waarin bij een soortgelijke zaak is geoordeeld dat deze combinatie van bebording voldoende is.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De kantonrechter sluit zich verder aan bij het standpunt van het gerechtshof in uitspraak ECLI:NL:GHARL:2023:1447 en ziet verder geen aanleiding om van dit standpunt af te wijken. Voor een verdere verduidelijking dan wel klachten over parkeermogelijkheden moet betrokkene bij de gemeente zijn.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: