RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11551082 \ MB VERZ 25-116
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 16 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Dam te Goes op 20 januari 2024 om 16:14 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt bezorger te zijn die een pakket moest bezorgen. Het voertuig stond nog aan en betrokkene was slechts voor enkele seconden weg.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij een zelfstandige is bij DHL en dat op de foto geen bebording is te zien. Betrokkene was niet geparkeerd, maar slechts enkele seconden heen en weer gegaan. Verder heeft de verbalisant betrokkene ook gezien en gesproken. Anderen waren wel geparkeerd, maar betrokkene koos er bewust voor om niet op de weg stil te gaan staan, omdat hij anders de weg zou blokkeren wat onwenselijk is. Daarbij is weinig afscheiding te zien tussen het trottoir en de rijbaan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Van weggebruikers wordt verwacht gebruik te maken van de rijbaan. Het stilstaan dan wel parkeren op een trottoir is nooit toegestaan. Ook niet bij het laden en lossen. Dat is een algemene regel die niet hoeft te worden aangetoond met bebording. Betrokkene had daarom anders moeten en kunnen handelen door het voertuig ergens te zetten waar het wel mocht. De boete is terecht opgelegd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het stilstaan op een trottoir is nooit toegestaan zonder ontheffing. Dit geldt ook voor het verrichten van laad- en losactiviteiten. Hierbij is van belang dat voor zover er twijfel mocht bestaan of het bij de pleeglocatie om een trottoir gaat, het trottoir aan de overzijde dezelfde uiterlijke kenmerken heeft.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en uitgesproken op 16 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: