RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11563571 \ MB VERZ 25-118
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 16 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg (A58) te Waarde op 16 maart 2024 om 16:17 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt altijd een carkit te gebruiken. De verbalisant heeft het mogelijk verkeerd ingeschat. Daarnaast is betrokkene niet staandegehouden en is er ook geen foto beschikbaar van de gedraging. Aanvullend stelt betrokkene dat er een zak shag werd vastgehouden en dat de medepassagier dit kan bevestigen.
Ter zitting heeft betrokkene de shag en bijbehorende verpakking getoond. Verder heeft betrokkene aangevoerd dat het enige wat hij kan bedenken is dat hij mogelijk shag aan het draaien was. Verder kan hij zich nergens in vinden. Van de carkit heeft betrokkene geen foto omdat hij inmiddels in het bezit is van een ander voertuig.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat een duidelijke verklaring van de verbalisant, waar de zittingsvertegenwoordiger doorslaggevende waarde aan hecht. Verder is de verklaring op ambtsbelofte. De shag en bijbehorend verpakkingsmateriaal geeft onvoldoende aanleiding tot twijfel. Betrokkene is terecht beboet.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij is van belang dat de aanwezigheid van een carkit de gedraging niet uitsluit. De waarneming van de verbalisant is concreet omschreven. Bovendien achtte betrokkene het zelf ter zitting onwaarschijnlijk dat hij een pakje shag met bijbehorend verpakkingsmateriaal bij zijn oor houdt.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en uitgesproken op 16 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: