RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11563717 \ MB VERZ 25-125
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Scheldeboulevard te Terneuzen op 28 april 2024 om 01:58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat hij de telefoon tussen zijn benen had liggen en tot twee keer toe had beantwoord aan de verbalisant dat hij niet op zijn telefoon zat en niet achterlijk is om zoiets te doen.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij bij zijn standpunt blijft en dat als het klopt wat de verbalisant heeft opgeschreven hij niet begrijpt waarom hij niet direct is beboet. Verder is de verklaring onduidelijk als naar punt 12 en 21 gekeken wordt in het zaakoverzicht. Enerzijds zag de verbalisant dat betrokkene aan het bellen of livechatten was, anderzijds zegt hij dat betrokkene wegreed en filmde terwijl het mobiel elektronisch apparaat met de linkerhand werd vastgehouden. Onduidelijk is wat de verbalisant heeft waargenomen. Verder is het moeilijk om met de linkerhand een telefoon vast te hebben omdat betrokkene hiermee stuurt en met zijn rechterhand schakelt. Betrokkene herkent zich niet in de gang van zaken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het enige wat duidelijkheid biedt is het dossier, waarbij het vermoeden bestaat dat betrokkene stilstond, waardoor niet direct is beboet. Later blijkt uit de verklaring dat betrokkene weg reed en nog steeds het mobiel elektronisch apparaat in de linkerhand had. Dat is niet toegestaan, ongeacht wat met het apparaat werd gedaan. De zittingsvertegenwoordiger hecht doorslaggevende waarde aan de verklaring van de verbalisant die geen belang heeft bij het onterecht opleggen van een boete.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij is van belang dat de kantonrechter het met de zittingsvertegenwoordiger eens is en geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: