2. De feiten
Op grond van de overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen zijn met elkaar gehuwd geweest tot [datum] 2022;
- uit hun huwelijk is geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2018, hierna te noemen: [minderjarige] ;
- partijen dragen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] ;
- [minderjarige] woont bij de vrouw;
- Partijen en [minderjarige] hebben de Roemeense nationaliteit.
3. Het verzoek
Aan de orde is het verzoek van de vrouw om, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vrouw voortaan als enige met het ouderlijk gezag over [minderjarige] is belast.
4. De nadere beoordeling
In de beschikking van 7 augustus 2025 heeft de rechtbank reeds overwogen dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is het verzoek van de vrouw te beoordelen, omdat [minderjarige] op het moment van indiening van het verzoek haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op grond van artikel 15 HKBV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek. Daarnaast heeft de rechtbank geconcludeerd dat partijen naar Roemeens recht gezamenlijk het gezag dragen over [minderjarige] .
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank bepaalt dan aan wie van de ouders voortaan het gezag over het minderjarig kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n lid 1 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op grond van deze bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over minderjarigen aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders de minderjarige klem of verloren zouden raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangegeven dat de man al jaren niet betrokken is in het leven van [minderjarige] . Er is sprake van een ernstig verstoorde communicatie tussen de ouders. Zij stuurt soms een bericht over [minderjarige] via social media of whatsapp aan de man, maar hij reageert daar niet op. De vrouw wordt door de man op de communicatiekanalen geblokkeerd of de man wijzigt van telefoonnummer. De vrouw weet niet waar de man op dit moment verblijft. Dit is mogelijk in België of Roemenië. Hij geeft niet zijn toestemming voor belangrijke zaken omtrent [minderjarige] , zoals de aanvraag van haar paspoort. De vrouw wil met [minderjarige] ook binnenkort naar Roemenië om haar zieke moeder te bezoeken. De man vraagt nooit hoe het met [minderjarige] gaat. De man is dus niet op de hoogte van de ontwikkeling van [minderjarige] . De vrouw draagt al jaren alleen de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Het is in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de vrouw alleen het gezag over haar zal dragen.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de inhoud van de stukken en de zitting is gebleken dat de omstandigheden met betrekking tot de minderjarige inmiddels zodanig zijn gewijzigd dat het verzoek van de vrouw tot wijziging van het gezag moet worden toegewezen.
Het ouderlijk gezag houdt (op grond van artikel 1:247 lid 1 BW) een aantal bevoegdheden in die nodig zijn voor de opvoeding en verzorging van een kind, zoals de bevoegdheid om belangrijke beslissingen in het leven van een kind te nemen. Om invulling aan het gezag te geven moet een ouder bekend zijn met de ontwikkeling van het kind en wat er in het kind omgaat. Zoals de Raad tijdens de zitting heeft aangegeven vereist het gezag dat je als ouder bereikbaar en beschikbaar bent en initiatief toont in interesse hebben in en betrokkenheid tonen bij je kind. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de man al jarenlang niet betrokken is in het leven van [minderjarige] . Hij is niet op de hoogte van haar ontwikkeling. Daarnaast is de man vrijwel niet bereikbaar voor de vrouw en verleent hij zijn instemming voor belangrijke zaken voor [minderjarige] (zoals haar paspoort) niet. Daarmee handelt de man niet in het belang van [minderjarige] . Bovendien belemmert het de vrouw in de uitoefening van haar gezag over [minderjarige] .
De rechtbank acht het daarom, net als de Raad, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de vrouw voortaan alleen het gezag met over [minderjarige] zal worden belast.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het in het belang van [minderjarige] is dat deze beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
5. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat het gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2018, voortaan aan de vrouw alleen toekomt;
verzoekt de griffier van de rechtbank hiertoe een aantekening te maken in het gezagsregister;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026 door mr. Sumner, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Verger-Maas, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.