RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11573679 \ MB VERZ 25-361
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg (A16) te Prinsenbeek op 21 november 2023 om 10:45 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene was onderweg naar België met zijn collega en werd staandegehouden, waarbij werd verteld dat betrokkene een mobiele telefoon in zijn hand had. Op dat moment was betrokkene behoorlijk verbaasd en had hij geen weerwoord. Betrokkene rijdt in een Tesla en heeft een telefoonhouder. Betrokkene had tot het laatst het gevoel dat betrokkene niet degene was die ze van de weg wilden halen.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zijn voertuig een groot scherm heeft met alle faciliteiten, waardoor een mobiel elektronisch apparaat onder het rijden overbodig is. Ook bezit betrokkene een smartwatch, waarop meldingen worden weergegeven. Betrokkene heeft de moeite genomen beroep in te stellen en ter zitting te verschijnen, aangezien hij niet beboet wil worden voor iets wat niet is gebeurd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In beginsel wordt uitgegaan van de verklaring van de verbalisant, tenzij reden bestaat om te twijfelen. In dit geval is specifiek verklaard dat het apparaat met de rechterhand werd vastgehouden. Het is onvoldoende aannemelijk dat de verbalisant het onjuist heeft waargenomen. Tevens is tijdens de staandehouding niet ontkend. Daardoor bestaat onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Daarbij is van belang dat de verklaring van de verbalisant in dit geval te summier is. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: