ECLI:NL:RBZWB:2026:1882

ECLI:NL:RBZWB:2026:1882

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer 11576268 MB VERZ 25-367
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Beroep tegen verkeersboete, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11576268 \ MB VERZ 25-367

CJIB-nummer : [CJIB-nummer]

uitspraakdatum : 3 maart 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel op de Steurstraat te Woudrichem op 7 maart 2023 om 10:20 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat je als pakketbezorger het recht hebt je te beroepen op een ontheffing, aangezien je het voertuig veelvoudig moet verlaten. De gedraging vond plaats binnen de wijk waar betrokkene pakketten moest bezorgen. Het is niet mogelijk om een gordel te dragen bij een rit met tussen de 100 en 150 pakketten. Aanvullend heeft betrokkene aangevoerd dat het belang van de autogordelplicht volledig onderschrijft. Betrokkene heeft begrip voor de verkeersveiligheid en probeert bij zijn werkzaamheden dagelijks zo goed mogelijk aan de geldende verkeersregels te houden. Het was nooit de intentie geweest om regels te overtreden, dan wel lichtzinnig met veiligheid om te gaan. De boete is opgelegd tijdens de uitoefening van zijn werk als pakketbezorger. Op het moment van constatering was betrokkene bezig met het bezorgen van pakketten binnen een woonwijk. Daarbij wordt het voertuig frequent verlaten. Juist voor dit soort beroepen bestaat een wettelijke ontheffing van de gordelplicht. Daarom valt de situatie volgens betrokkene onder de uitzonderingsregeling. Verder is het werk fysiek zwaar en maakt betrokkene lange dagen. Het handelen was uitsluitend gericht op het naar behoren uitvoeren van het werk en niet op het negeren van verkeersregels.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Aan een ontheffing zijn twee voorwaarden gekoppeld. Voldaan wordt aan de ontheffing als sprake is van een geringe snelheid en een korte afstand. De verbalisant heeft hierover verklaard dat de afstand minimaal 200 meter bedroeg, waarbij een snelheid van 30 kilometer per uur werd gereden. Er is dus niet aan de voorwaarden voldaan. Ter vergelijking verwijst de zittingsvertegenwoordiger naar uitspraak ECLI:NL:GHARL:2019:10131, waarbij de DHL heeft bepaald dat maximaal 20 kilometer per uur mag worden gereden in een afstand van 100 meter. Dit is geen referentiepunt, maar wel een vergelijkbare norm. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

Daarbij is van belang dat de kantonrechter een snelheid van 30 kilometer per uur en een afstand van 200 meter niet buiten de grenzen van de ontheffing vindt vallen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A.V. van Aardenne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?