RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11563869 \ MB VERZ 25-321
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken op de Graaf Engelbertlaan te Breda op 5 april 2023 om 11:43 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat er mogelijk sprake is van een menselijke fout. Vanaf het punt waar de verbalisant de gedraging zou hebben waargenomen is het verdrijvingsvlak nauwelijks tot niet te zien. Betrokkene rijdt meerdere keren per dag langs dat punt en ziet, omdat de situatie bekend is, anderen ook over het verdrijvingsvlak rijden. Betrokkene heeft wel dicht bij het verdrijvingsvlak gereden, wat op afstand en vanuit die positie mogelijk leek op het gebruiken van het verdrijvingsvlak. Als de verklaring van de verbalisant uitgebreider was geweest, was het voor betrokkene mogelijk om voor opheldering te zorgen. Betrokkene verwijst naar de bijlagen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft, gelet op het ontbreken van een aanvullend proces-verbaal als reactie op het verweer van betrokkene, verzocht het beroep gegrond te verklaren. De verklaring van de verbalisant is te summier, terwijl de gedraging vanaf de staandehouding wordt ontkend. Betrokkene dient het voordeel van de twijfel te krijgen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Daarbij is van belang dat de kantonrechter aanleiding ziet om betrokkene het voordeel van de twijfel te geven. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: