RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11564522 \ MB VERZ 25-340
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Ettensebaan te Breda op 21 augustus 2023 om 20:30 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt bij het fietsen tijdens het wachten voor een verkeerslicht zijn telefoon te hebben gepakt om een bericht te lezen die werd ontvangen. Daarna werd de telefoon weggestopt en begon betrokkene weer te fietsen. Een bekeuring in dat geval is dan ook bijzonder, omdat niet aan de omschrijving van de gedraging wordt voldaan en aan de wet is gehouden. Daarbij klopt de locatie van de staandehouding niet. Ook is betrokkene linkshandig, waardoor het gebruik van een mobiele telefoon met de rechterhand ongeloofwaardig en onlogisch is. Ook was slechts een verbalisant ter plaatse, terwijl vermeld staat dat dit er twee waren.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het praktisch gezien niet mogelijk is om een mobiel vast te houden terwijl via de paal evenwicht wordt bewaard. Verder koos betrokkene er bewust voor om geen verklaring te geven tijdens de staandehouding, aangezien het zijn woord tegen die van de verbalisant is en het weinig verandert. Daarnaast zat er 50 meter tussen betrokkene en de verbalisant, waardoor niet kan worden vastgesteld of het om een telefoon of bijvoorbeeld een zwarte portemonnee ging.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft specifiek verklaard dat betrokkene een telefoon tijdens het rijden ter hoogte van het stuur heeft vastgehouden. Ook heeft betrokkene nagelaten de gedraging direct te ontkennen. De gedraging kan voldoende worden vastgesteld. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Daarbij is van belang dat, gezien de gedetailleerde omschrijving van betrokkene, te veel twijfel is ontstaan. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: