RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11564263 \ MB VERZ 25-329
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd middels de RDW-registercontrole op 14 maart 2023 om 17:02 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Het voertuig stond destijds total loss bij een schadeherstelbedrijf. Met het voertuig kan dan niet meer op de openbare weg worden gereden.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het voertuig voor en tijdens het ongeval verzekerd was. Slechts toen het voertuig bij het schadeherstelbedrijf stond was de verzekering stopgezet, aangezien niet met het voertuig kon worden gereden. Dit omdat bij het schorsen de opkoper het voertuig zou overschrijven. Verzocht wordt om de beslissing te vernietigen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat te laat beroep is ingesteld bij de kantonrechter. Hier wordt in beginsel strikt naar gekeken, maar gelet op de omstandigheden wordt verzocht hier overheen te stappen. Inhoudelijk is de boete terecht opgelegd. Het voertuig diende verzekerd, dan wel geschorst te zijn. Gelet op de stukken is echter aannemelijk geworden dat niet met het voertuig kon worden gereden. Ook is het voertuig enkele dagen na de registercontrole op naam van een bedrijf gezet. Daarom wordt verzocht om de boete tot de helft te matigen en vervolgens nog met 25% te matigen omdat de redelijke termijn is overschreden.
Overwegingen
Termijnoverschrijding
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 22 maart 2024. Het beroepschrift is echter pas op 2 mei 2024 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
In de uitnodiging voor de zitting is betrokkene erop gewezen dat als het beroep te laat is ingediend en daarvoor geen geldige reden is aangevoerd, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene met wat hierover is aangevoerd aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een bijzondere omstandigheid waardoor het te laat instellen van het beroep niet aan haar kan worden toegerekend.
De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de gegevens van de RDW - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen.
De boete is dus terecht opgelegd.
Matiging
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter begrip heeft voor de verwarrende situatie en aannemelijk is gemaakt dat niet met het voertuig gereden kon worden. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: