RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11564570 \ MB VERZ 25-343
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 17 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Oosterhoutseweg te Raamsdonkveer op 12 september 2023 om 13:29 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt niet eens te zijn met de boete en dat de verkeerssituatie gewijzigd was. Verder is de verklaring aan de verbalisant onjuist. Betrokkene had verklaard dat hij met het verkeer meereed met een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur zoals het altijd was. Ook reden andere voertuigen voor en achter betrokkene dezelfde snelheid. Door te veel bebording was onoverzichtelijk wat er veranderd was.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de situatie abrupt veranderd was in verband met een uitrit voor zandauto’s. Daarbij is de bebording honderden meters verplaatst. Ook geeft de navigatie bij anderen nog steeds aan dat ter plaatse een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur geldt. Tevens houden overige weggebruikers zich niet aan de tijdelijke wijziging.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant was in dit geval fysiek aanwezig, dus mag worden uitgegaan dat de bebording zichtbaar en aanwezig was. De boete kan daarom worden opgelegd. De gewijzigde situatie maakt dat niet anders. Juist bij een wijziging is het van belang om op de bebording te letten. Op Google Maps is tevens te zien dat meerdere borden deze wijziging duiden. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene als weggebruiker om alert te zijn op wijzigingen in de verkeerssituatie en hier gevolg aan te geven. Dat betrokkene dit heeft nagelaten komt voor eigen rekening en risico.
De boete is dus terecht opgelegd.
Matiging
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd en omdat de redelijke termijn is overschreden wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter begrip heeft voor de mogelijke verwarring ter plaatse. De boete zal worden gematigd tot € 90.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 90, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 79, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: